1V - Ch.5 Grammaire + PC

Bonjour
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Bonjour

Slide 1 - Tekstslide

Aujourd'hui
  • Voorbereiding op de toets!
  • We nemen de leerstof nog een keertje door....

Slide 2 - Tekstslide

Met welk onderwerp moet jij nog
oefenen voor de toets?

Slide 3 - Woordweb

Le Passé Composé

Slide 4 - Tekstslide

Passé composé met avoir
- Hoe maak je de passé composé
- vervoeging van avoir
- vertaling van de passé composé

Slide 5 - Tekstslide

Hoe maak je de passé composé?

Slide 6 - Open vraag

Avoir betekent....
A
zijn
B
hebben
C
doen/maken
D
gaan

Slide 7 - Quizvraag

Avoir is...
A
regelmatig
B
onregelmatig

Slide 8 - Quizvraag

Dus.... hoe maak je het voltooid deelwoord ook alweer? Voor regelmatige werkwoorden? En hoe zit het met onregelmatige werkwoorden?

Slide 9 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord van 'chanter'?

Slide 10 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord van danser?

Slide 11 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord van..
marcher?

Slide 12 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord van "faire"?

Slide 13 - Open vraag

j'
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
Combineer de juiste vorm van 'avoir' met het onderwerp
Hoe ging het werkwoord AVOIR ook weer?
ai
as
a
avons
avez
ont

Slide 14 - Sleepvraag

Traduis:
Met wie heb jij een film gekeken?

Slide 15 - Open vraag

Traduis:
Met mijn neef en met mijn vriendin.

Slide 16 - Open vraag

Traduis:
Hoe ziet jouw zus eruit?

Slide 17 - Open vraag

Traduis:
Ze is van gemiddelde lengte en ze heeft bruine ogen.

Slide 18 - Open vraag

L'adjectif

Slide 19 - Tekstslide

Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een...
A
werkwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bijwoord
D
voorzetsel

Slide 20 - Quizvraag

Welke van onderstaande woorden zijn bijvoeglijk naamwoorden? (Meerdere antwoorden mogelijk)
A
lief
B
auto
C
spelen
D
Duitse

Slide 21 - Quizvraag

L'adjectif -- De vorm
In het Frans past het bijvoeglijk naamwoord (BNW) zich aan het zelfstandig naamwoord (ZNW) aan. Het kent daarom ook 4 vormen.

Slide 22 - Tekstslide

Het bijvoeglijk naamwoord
Vormt zich naar het zelfstandig naamwoord. 
De standaard regel: 

Mannelijk enkelvoud:                                     grand
Vrouwelijk enkelvoud:    + e                               grande
Mannelijk meervoud:      + s                               grands
Vrouwelijk meervoud:  + es                             grandes

Slide 23 - Tekstslide

Chapitre 5 - Bron H
De regel is dus...
vorm van het bijvoeglijk naamwoord
  •  Het schema… —>


Maar.... ! Bijvoeglijk naamwoorden die eindigen op -e of -s
  • -e : [timide, jeune] krijgen er géén extra -e bij in de vrouwelijke vorm!
  •  -s: [gris, gros] krijgen er géén extra -s bij in de meervoudsvorm!
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
--
e
meervoud
s
es

Slide 24 - Tekstslide

Exceptions!
Let op! Uitzonderingen!
Deze 3 vormen hebben een afwijkende vrouwelijke vorm, 
en moet je uit je hoofd leren!

beau --> belle --> beaux --> belles (mooi)
nouveau --> nouvelle --> nouveaux --> nouvelles (nieuw)
vieux --> vieille --> vieux --> vieilles (oud)

Slide 25 - Tekstslide

Vul de juiste vorm in:
la _________________ maison
A
petit
B
petite
C
petits
D
petites

Slide 26 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in:
les amis _____________________
A
américain
B
américaine
C
américains
D
américaines

Slide 27 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in:
une personne __________________
A
élégant
B
élégante
C
élégants
D
élégantes

Slide 28 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in:
la mer ___________________ (bleu)

Slide 29 - Open vraag

Vul de juiste vorm in:
les filles _______________ (charmant)

Slide 30 - Open vraag

Vul de juiste vorm in:
la ______________ grand-mère
A
vieux
B
vieille
C
veielle
D
vieilles

Slide 31 - Quizvraag

Vul de juiste vorm in:
Mon _________________ copain
A
nouveau
B
nouvelle
C
nouveaux
D
nouvelles

Slide 32 - Quizvraag

Vertaal:
J'ai deux (mooie) _________ sœurs.

Slide 33 - Open vraag

Vertaal:
La voiture est très (oud) _____________

Slide 34 - Open vraag

Ik voel me goed voorbereid voor de toets!
010

Slide 35 - Poll