kua 1 introductie H6 moderne

1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 14 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Waar denk je aan bij:
Kunst en amusement?

Slide 2 - Woordweb

Wat gaan we deze week doen?
  • Lesdoelen:
  • Je weet wat kunst en amusement is.
  • Je weet welke muziek zich heeft ontwikkeld als amusement muziek 

  • Lesplan:
  • Vragen stellen gemaakt opdrachten H5 (is alles na gekeken en zichtbaar verbeterd?)
  • Introductie kunst en amusement H6 - MUZIEK
  • Werken aan de opdrachten van H6 (= HUISWERK)

Slide 3 - Tekstslide

Amusement is niet langer alleen toegankelijk voor de elite. Wat heeft er voor gezorgd dat amusement nu ook voor de massa toegankelijk is?

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Tekstslide

Muziek als amusement
Ragtime
Blues
Jazz
Jazzopera

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Wat is Ragtime?
  • Ragtime is een van de eerst jazzuitingen
  • Ragged timing = staat voor kapot ritme. 
  • Pianostijl die rond 1900 in New Orleans in clubs en bars wordt gespeeld door Afro Amerikaanse pianisten (Scott Joplin) -> tweekwartsmaat, klinkt primitief
  • Populair in bars en als dans muziek 
  • Veel ragtime pianisten kunnen geen noten lezen en spelen op hun gevoel.


Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Wat is Blues?
  • Voorloper van de jazz, boogiewoogie(snelle blues), rhytm-and-blues, rock-’n-roll en soul.
  • Blues is soort volksmuziek, spirituals, gospel en worksongs
  • Neerslachtig karakter is afspiegeling van toenmalige situatie; na afschaffing slavernij, maar blijvende ongelijkheid
  • Blue = teneergeslagen/verdrietig
  • Vocaal: de inhoud gaat over het (zware) dagelijks leven
  • Vaak langzaam gezongen
  • Begeleiding van akoestische gitaar en mondharmonica.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

JAZZ

Slide 12 - Tekstslide

Wat weet je al van jazz? Of wat viel je op aan het fragment?

Slide 13 - Woordweb

Slide 14 - Video

Wat is Jazz?
  • Ontstaan in de rosse buurten van havenstad New Orleans (Amerika).
  • Hier woonden: Franse kolonisten, Spanjaarden, Mexicanen, indianen, avonturiers uit het noorden en afstammelingen van West-Afrikaanse slaven.
  • In jaren 30 worden jazzbands groter en er ontstaan bigbands (bezetting 10 tot 20 musici) in secties verdeeld; trompetten, trombones, saxofoons en ritmesectie.
  • Ontwikkelen nieuwe swingstijl; achtste noten worden lang-kort-lang-kort gespeeld; stuwend ritme wat zeer dansbaar is.
  • Door grotere bigbands ontstaat behoefte aan bladmuziek.
  • Er ontwikkelen zich twee soorten jazz -> getinte en blanke muzikanten kunnen niet in één band spelen; zelfs bij wet verboden in zuidelijke staten

Slide 15 - Tekstslide

!! Kenmerken van jazzmuziek
  • Syncopisch ritme (verschuiving van maataccenten)-> zorgt voor de swing!
  • De blaasinstrumenten (trompet, klarinet en trombone) improviseren gelijktijdig / omspelen de melodie.
  • korte solo’s door verschillende instrumenten / afwisseling hele orkest met solo’s
  • Piano en drums vormen de ritmesectie.
  • Veel improvisatie in de vorm van solo’s (door de blazers)
  • Gebruiken van blue notes




Slide 16 - Tekstslide

Syncope = 
'kapot' ritme

Nadruk ligt niet op de 1e en 3e tel van een 4/4 maat, maar
net anders. Daardoor klinkt het niet logisch en onverwacht

1 Het ritme gaat tegen baspartij in
2 Het ritmische accent wordt verlegd

       DAT MAAKT HET SWINGEND!





Dit zijn logische ritmes: de noot valt op de maat
Dit is een onlogisch ritme: de noot valt net niet op de maat

Slide 17 - Tekstslide

Blue note
Onzuivere noot die soms verglijdt (glissando) (vanaf 0:40)

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Jazz instrumenten
Instrumenten in jazzmuziek zijn:
* Houtblazers: klarinet, saxofoon, dwarsfluit
* Koperblazers: trompet, tuba of trombone
* Snaarinstrumenten: gitaar, basgitaar of contrabas, viool of banjo
* Piano
* Drums en andere slaginstrumenten
* Mondharmonica
* Tenslotte speelt ook de zang een belangrijke rol

Slide 21 - Tekstslide

Dansen op jazz (vanaf 0:55)
Wat zou het publiek hiervan hebben gevonden?

Slide 22 - Tekstslide

Waarom kleeft er een Negatief imago aan de Jazz? (dans en/of muziek)

Slide 23 - Open vraag

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Wat is jazzopera?
(Gershwin)- Vermenging klassiek en jazz in zijn jazzopera

Slide 26 - Tekstslide

Verschillende versies van ‘Summertime’

Welke versie is het meest Blues?
En welke het meest Jazz?


Slide 27 - Tekstslide

0

Slide 28 - Video

0

Slide 29 - Video

0

Slide 30 - Video

0

Slide 31 - Video

Slide 32 - Tekstslide

wat is the Jazz Singer? 
  • Eerste ‘sprekende’ film.
  • Jazz doet zijn intrede in de film.
  • Zanger Al Jolson, verkleed en schminkt zich zwart.
  • De film bereikt een veel breder publiek dan de echte jazzmuziek zoals die werd gespeeld in New Orleans.

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

Slide 35 - Video

Waarom bereikt de film "the jazz singer" een veel breder publiek dan de echte jazzmuziek zoals die werd gespeeld in New Orleans?

Slide 36 - Open vraag

Waarom bereikt de film "the jazz singer" een veel breder publiek dan de echte jazzmuziek zoals die werd gespeeld in New Orleans?
Dit komt omdat: In de film is niet de Afro Amerikaanse muziek het onderwerp, maar de manier waarop blanken deze muziek naspelen. De filmheld is niet getint, maar een zwart geschminkte blanke. Hierdoor kan het blanke publiek genieten van de film zonder dat ze zich echt inlaten met de Afro-Amerikaanse gemeenschap. -> op deze manier bereikte de jazz ook het blanke publiek!

Slide 37 - Tekstslide

Wat is blijven hangen??

Slide 38 - Tekstslide

JAZZ
BLUES
Treurig
Vrolijk
Mix van zwarte en witte muziek
Improvisatie
Traag
Snel
Blue note
Syncope
Late 19de eeuw
Vroege 20ste eeuw
Volksmuziek, spirituals, worksongs, gospel
New Orleans, Chicago en Dixieland
Teksten gaan over zorgen
Slepend  tempo
Swingend tempo
Call-and-response
Blaas-instrumenten
Dansmuziek

Slide 39 - Sleepvraag

BLUES
Treurig
Traag
Blue note
Late 19de eeuw 
Volksmuziek, spirituals, worksongs, gospel
Teksten gaan over zorgen 
Slepend tempo
Call-and-response
JAZZ
Vrolijk
Mix van zwarte en witte muziek
Improvisatie 
Snel 
Blue note
Syncope
Vroege 20ste eeuw 
New Orleans, Chicago en Dixieland
Swingend tempo 
Blaas-instrumenten
Dansmuziek

Slide 40 - Tekstslide

Welke twee kenmerken horen bij jazzmuziek?
A
Blue note
B
Dissonanten
C
Improvisatie
D
Atonaliteit

Slide 41 - Quizvraag

Hoe noem je in de blues/jazz een noot die onzuiver begint en naar de juiste hoogte glijdt?
A
dissonant
B
blue note
C
syncope
D
grondtoon

Slide 42 - Quizvraag

Wat is het effect van een syncope in de jazzmuziek?
A
het klinkt somber
B
er kan hierdoor geïmproviseerd worden
C
je kan het makkelijker meezingen
D
het ritme verschuift waardoor het swingt

Slide 43 - Quizvraag

Slide 44 - Tekstslide

Vaudeville “Josephine Baker” 
  • Directeur van Les ballets Suédois, Rolf de Maré, haalt uit New York de Revue Nègre naar Parijs.
  • De shows in de music hall op de Champs Elysées zijn groot succes door danseres Joséphine Baker.
  • Zij speelt in op de toen geldende beeldvorming; oerdriften en seksuele instincten worden geuit.
  • Erotisch geladen shows, gekleed in bananenrokje
  • Affiches voor Revue Nègre bevestigen alle vooroordelen van het blanke publiek.

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Video

Wat heb je geleerd
van deze les?

Slide 48 - Woordweb

Huiswerk
Lezen blz. 76 t/m 83
Maken opdrachten kunst en amusement:
Onderdeel 1 – 1 t/m 7 (jazz)
Onderdeel 3 – 1 t/m 6 (Gerswin)
Onderdeel 4 – 1 t/m 6 (Baker)
Onderdeel 9 – 1,2,3,5 (Blues)
(gebruik tb H6)

Slide 49 - Tekstslide