3.6 & 3.7 Evolutie & Verwantschap

3.6 & 3.7 Evolutie en verwantschap
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

3.6 & 3.7 Evolutie en verwantschap

Slide 1 - Tekstslide

Even opfrissen
Schrijf de stappen op van volgende vraag.

P:
Geslachtscellen:
F1 schema:
Kansen genotype F1:
kansen fenotype F1:

Slide 2 - Tekstslide

Hoofdhaar groeit bij de kruin een bepaalde kant op (zie afbeelding). De groeirichting is erfelijk bepaald. Het gen voor de groeirichting naar rechts is dominant (G).

Een man en een vrouw krijgen een kind. De man is heterozygoot voor de groeirichting van het haar. Bij de vrouw groeit het haar naar links.
Maak het kruisingsschema. Wat zijn de kansen voor het genotype en fenotype?


Moeder
Vader
Genotype: 50% Gg, 50% gg 
(Gg : gg = 1 : 1)

Fenotype: 50% rechts, 50% links 
(rechts : links = 1 : 1)

: spreek je uit als 'staat tot'
G
g
g
g
Gg
Gg
gg
gg

Slide 3 - Sleepvraag

Leerdoelen 3.6 Evolutie

Je kunt omschrijven wanneer organismen tot één soort behoren.

 Je kunt beschrijven wat de evolutietheorie inhoudt en hoe geslachtelijke voortplanting, mutatie en natuurlijke selectie bijdragen aan het ontstaan van nieuwe rassen en soorten.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Wat is evolutie?

De ontwikkeling van het leven op aarde, waarbij soorten  ontstaan, veranderen of verdwijnen.

Slide 6 - Tekstslide

Wat zijn soorten?
Organismen zijn van dezelfde soort als ze vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen.

Dat wil zeggen: de nakomelingen moeten ook vruchtbaar zijn.


Slide 7 - Tekstslide

Afrikaanse olifant                                                            Indische olifant 





Deze 2 olifanten lijken op elkaar, maar kunnen GEEN vruchtbare nakomelingen krijgen: behoren tot andere soort.

Slide 8 - Tekstslide

Eén soort, verschillende rassen

Slide 9 - Tekstslide

  • Bedenker evolutietheorie
  • De Beagle 
  • Galapagos eilanden

Charles Darwin

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

De evolutietheorie
Gebaseerd op 3 verschijnselen:
1. Veranderingen in genotype door geslachtelijke voortplanting en mutaties.

2. Natuurlijke selectie

3. Het ontstaan van nieuwe soorten               

We nemen ze door...

Slide 12 - Tekstslide

1. Veranderingen in genotype
Door:
  • Geslachtelijke voortplanting: unieke nakomelingen met verschillende genotypen.

  • Mutaties:
plotselinge verandering van het DNA.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

2. Natuurlijke selectie
(belangrijk!)
  • De nakomelingen die het beste zijn aangepast aan hun omgeving hebben een grotere overlevingskans.

Slide 15 - Tekstslide

Welke kevers hebben een grotere overlevingskans door een gunstig fenotype?
van evolutie

Slide 16 - Tekstslide

van evolutie

Slide 17 - Tekstslide

3. Ontstaan nieuwe soorten
Als nieuwe variaties van organismen van oorspronkelijk dezelfde soort zo veel van elkaar verschillen dat ze niet meer onderling kunnen voortplanten.

(Combinatie van) oorzaken
1. isolatie: lange periode afgescheiden leven in andere omgeving.
EN
2. mutaties: plotselinge (gunstige) aanpassingen van het genotype.

Slide 18 - Tekstslide

Isolatie

Slide 19 - Tekstslide

3.7 Verwantschap

Slide 20 - Tekstslide

Leerdoelen 3.7 Verwantschap
  •  Je kunt uitleggen en wat fossielen hebben bijgedragen aan de evolutietheorie

  • Je kunt uitleggen dat overeenkomsten in de bouw van organen, de bouw van cellen en die samenstelling van stoffen in cellen duiden op verwantschap

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Fossielen
  • Versteende overblijfselen van organismen of afdrukken van organismen in gesteenten

  • Uit gevonden fossielen blijkt dat in de loop van de evolutie soorten zijn ontstaan, veranderd en/of verdwenen 

Hoe dieper het fossiel is gevonden, hoe langer geleden het organisme leefde.

Slide 23 - Tekstslide

Versteende afdruk
Versteend organisme

Slide 24 - Tekstslide

Verwantschap
  •  Soorten die een gemeenschappelijke voorouder hebben, vertonen verwantschap.
  • Verwantschap kun je in beeld brengen met een evolutionaire stamboom.

Zoeken naar verwantschap door te kijken naar overeenkomsten in:
  • de bouw van organen
  • processen in cellen 
  • samenstelling van stoffen in cellen

Slide 25 - Tekstslide

Evolutionaire stamboom
Door al het DNA van organismen te vergelijken kan een stamboom van de verwantschap worden opgesteld.

Dat noem je een evolutionaire stamboom.
Oefen met aflezen (werkboek)!
Tip: Hoe langer geleden een gemeenschappelijke voorouder (zie stippen), hoe minder verwantschap.

Slide 26 - Tekstslide

Overeenkomst in bouw organen

Slide 27 - Tekstslide

Overeenkomst bouw organen
De dieren van voorgaande afbeelding delen een gemeenschappelijke voorouder, want je ziet dezelfde opbouw van beenderen van de ledematen. 

Door aanpassingen aan het milieu hebben organen verschillende functie met daarbij passende vorm gekregen.
Verschillende functies: grijpen, graven, zwemmen, vliegen.

Slide 28 - Tekstslide

Overeenkomstige functie organen
Bij verschillende soorten die in hetzelfde milieu leven, kunnen organen met dezelfde functie ontstaan. 
--> Wijst op natuurlijke selectie

Een vleugel van een vlinder bevat geen beenderen, die van een vlinder wel. Er is geen verwantschap.

Slide 29 - Tekstslide

Rudimentaire organen
  • Resten van een orgaan waar de voorouder veel aan had.

  • De functie van het orgaan langzaam verdween .

  • Het orgaan verdween ook langzaam.

Slide 30 - Tekstslide

Rudimentaire organen
Overblijfselen van organen die geen functie meer hebben.
Door aanpassingen aan het milieu kunnen bepaalde organen niet meer nuttig zijn. Deze organen kunnen over hele lange tijd verdwijnen.


Bij de mens: staartwervels. 

Slide 31 - Tekstslide

Rudimentaire organen wijzen op een gemeenschappelijke voorouder.

Slide 32 - Tekstslide

Overeenkomsten in cellen
In cellen vinden processen plaats zoals:
  • celdeling 
  • verbranding
Bij bijna alle organismen verlopen deze processen op dezelfde manier. Wijst op verwantschap.

Cellen zijn opgebouwd uit vergelijkbare stoffen zoals:
  • DNA 
  • eiwitten 
DNA en andere stoffen kunnen tussen organismen worden vergeleken. Hoe meer deze stoffen bij twee soorten organismen overeenkomen, des te groter is de verwantschap.


Slide 33 - Tekstslide

Bij welke overeenkomsten in bouw of functie van organen hebben soorten dezelfde gemeenschappelijke voorouder?
(Bijvoorbeeld vleugel)
A
Verschillende functie Dezelfde bouw
B
Dezelfde functie Verschillende bouw

Slide 34 - Quizvraag


Een verwantschapsschema

In de afbeelding is in een verwantschapsschema de afstamming van een aantal soorten weergegeven.
Welke soort is eerder ontstaan, soort 3 of soort 7?




A
soort 3
B
soort 7

Slide 35 - Quizvraag

Wat is geen rudimentair orgaan?
A
Het heupbeen bij een walvis
B
De blinde darm bij de mens
C
Het staartbotje bij een kat
D
Het staartbeen bij de mens

Slide 36 - Quizvraag

Isolatie
A
groepen organismen van dezelfde soort leven samen
B
groepen organismen van verschillende soorten leven samen
C
groepen organismen van dezelfde soort trekken naar elkaar toe
D
groepen organismen van dezelfde soort raken van elkaar gescheiden

Slide 37 - Quizvraag

Sleep de juiste afbeelding naar de bijbehorende structuur.
overeenkomst in bouw
overeenkomst in functie
Rudimentair

Slide 38 - Sleepvraag

100 jaar geleden kwam een groep muggen in de metrotunnels in Londen terecht. Ze kwamen niet meer in contact met muggen buiten de tunnels. Ook veranderde hun voedsel. Daardoor vormden de muggen in de tunnels een nieuwe soort. Hoe noem je de gebeurtenis dat de twee groepen niet meer met elkaar in contact kwamen?
A
evolutietheorie
B
isolatie
C
natuurlijke selectie
D
soortvorming

Slide 39 - Quizvraag

Slide 40 - Tekstslide

Ellen trekt twee conclusies uit de stamboom.
1 Teken zijn meer verwant aan schorpioenen dan aan spinnen.
2 Hooiwagens zijn eerder ontstaan dan teken.
Zijn deze conclusies volgens de gegevens in de stamboom juist?
A
Geen van beide conclusies is juist.
B
Alleen conclusie 1 is juist.
C
Alleen conclusie 2 is juist.
D
Beide conclusies zijn juist.

Slide 41 - Quizvraag

Evolutie
A
Theorie die uitgaat van variaties in genotypen, natuurlijke selectie en het ontstaan van nieuwe soorten
B
ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen of verdwijnen

Slide 42 - Quizvraag

Bij welke overeenkomsten in bouw of functie van organen hebben soorten dezelfde gemeenschappelijke voorouder?
(Bijvoorbeeld vleugel)
A
Verschillende functie Dezelfde bouw
B
Dezelfde functie Verschillende bouw

Slide 43 - Quizvraag

Slide 44 - Video

Slide 45 - Video

Aan de slag!
Thema 3, basisstof 6 en 7
basisstof 6: opdrachten 1 t/m 7
basisstof 7: opdrachten 1 t/m 8

Klaar?
Maak de test-jezelf van alle gemaakte basisstoffen. Begin bij basisstof 1.


Slide 46 - Tekstslide