Coloncarcinoom + oncologie algemeen

Oncologie + Coloncarcinoom 
                               
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 9 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Oncologie + Coloncarcinoom 
                               

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat ik graag vandaag zou willen leren en/of bespreken is...
timer
1:00

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Veel voorkomende
soorten kanker

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Een tumor kan goedaardig of kwaadaardig zijn.

Vraag 1: Is een kwaadaardige tumor altijd kanker?
Vraag 2: Is kanker altijd kwaadaardig?
A
1 Ja; 2 Ja
B
1 Ja; 2 Nee
C
1 Nee, 2 Ja
D
1 Nee, 2 Nee

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het verschil tussen een goedaardige tumor en een kwaadaardige tumor is...

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De medische namen voor 'goedaardig' en 'kwaadaardig' zijn.....
A
Primair en Secundair
B
Expansief en Infiltratief
C
Benigne en Maligne
D
Locaal en Gemetastaseerd

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Benigne of maligne
Een benigne (= goedaardige) tumor is geen kanker. Het gezwel groeit niet door andere weefsels heen. Ook kan het niet uitzaaien. Een goedaardige tumor kan wel tegen omliggende weefsels of organen drukken. 

Bij een maligne (=kwaadaardige) tumor gaat het om kanker. Een kwaadaardige tumor kan in omliggende weefsels en organen groeien. Ook kunnen de kankercellen losraken en via het bloed en/of de lymfe ergens anders in het lichaam terechtkomen. Ze kunnen zich daar vasthechten en uitgroeien tot nieuwe tumoren. Dit zijn metastasen (= uitzaaiingen).

Soms kan een goedaardige tumor kwaadaardig worden. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Over kanker....
Op 1 januari 2023 waren er in Nederland +/- 671.300 personen met kanker. Dat is ongeveer 3,8% van de Nederlanders. Dit betekent dat ongeveer 1 op de 26 mensen kanker had. 

Ruim de helft (54%) van alle nieuwe patiënten was 70 jaar of ouder, iets minder dan de helft (45%) viel in de leeftijdsgroep 30 tot 70 jaar en 1% was jonger dan 30 jaar.
Bron: https://www.vzinfo.nl/kanker/leeftijd-en-geslacht

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Naamgeving tumoren
Eerste deel van de naam geeft het type cel aan waarin de tumor ontstaan is. 

Tweede deel van de naam geeft aan of het goedaardig of kwaadaardig is. Indien kwaadaardig, dan eindigt het op carcinoom, sarcoom of blastoom. Goedaardig eindigt op alleen -oom

'Helaas', er zijn een aantal uitzonderingen op bovenstaande regels. :(

Slide 11 - Tekstslide

Indien kwaadaardig, dan wordt er onderscheid gemaakt tussen kankers vanuit dekweefsel (carcinoom), kankers vanuit steun-, spier- of zenuw (sarcoom) en kankers vanuit voorlopercellen (blastoom).
Naamgeving tumoren; voorbeelden
Mammacarcinoom = ...[weefsel?] .... [goed- of kwaadaardig?]...
Myoom = ...[weefsel?] .... [goed- of kwaadaardig?]...
Osteosarcoom = ...[weefsel?] .... [goed- of kwaadaardig?]...
Neuroblastoom = ...[weefsel?] .... [goed- of kwaadaardig?]...
Hemangioom = ...[weefsel?] .... [goed- of kwaadaardig?]...

Uitzonderingen:
Leukemie = ...[weefsel?] .... [goed- of kwaadaardig?]...
Melanoom = ...[weefsel?] .... [goed- of kwaadaardig?]...
Lymfoom = ...[weefsel?] .... [goed- of kwaadaardig?]...
Colonpoliep = ...[weefsel?] .... [goed- of kwaadaardig?]...

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Naamgeving tumoren; voorbeelden
Mammacarcinoom = borstweefsel en kwaadaardig
Myoom = spierweefsel en goedaardig (-oom is goedaardig)
Osteosarcoom = botweefsel en kwaadaardig
Neuroblastoom = zenuwweefsel en kwaadaardig
Hemangioom = bloedvatweefsel en goedaardig

Uitzonderingen:
Leukemie = bloedweefsel en kwaardaardig
Melanoom = pigmentweefsel en kwaadaardig
Lymfoom = lymfeweefsel en kwaadaardig
Colonpoliep = dikkedarmweefsel en goedaardig

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we het wanneer darmkanker uitgezaaid is naar de lever.
A
Gemetastaseerd hepatocarcinoom
B
Gemetastaseerd coloncarcinoom
C
Gedilateerd hepatocarcinoom
D
Gedilateerd coloncarcinoom

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op welke manieren (via welke structuren) kunnen maligne tumoren metastaseren?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Behandelmogelijkheden

Slide 16 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Vormen van behandeling
  • Chirurgisch (operatie)
  • Radiotherapie (bestraling) of radio-embolisatie
  • Chemotherapie (cytostatica) of chemo-embolisatie
  • Hormonale therapie
  • Hyperthermie (warmte)  / Cryoablatie (koude)
  • Beenmerg- of stamceltransplantatie
  • Immunotherapie
  • Doelgerichte therapie




Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doel van behandeling
Curatieve behandeling: Gericht om te genezen

Adjuvante behandeling: Wordt gegeven ná een curatieve behandeling – voor vernietigen eventuele metastasen

Neo-adjuvante behandeling: Wordt gegeven vóór een curatieve behandeling – beter eindresultaat

Palliatieve behandeling: Afremmen van ziekte of verminderen van klachten




Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

In welk deel van de darmen komt kanker het vaakst voor?
A
Slokdarm
B
Twaalfvingerige darm
C
Laatste deel dunne darm
D
Dikke darm

Slide 26 - Quizvraag

Slokdarmkanker komt redelijk vaak voor. In 2024 kregen 2.693 mensen de diagnose slokdarmkanker. 

Dunnedarmkanker (incl duodenum) komt niet zo vaak voor. In 2024 kregen 237 mensen de diagnose dunnedarmkanker. 

Dikkedarmkanker komt vaak voor. In 2024 kregen 8.080 mensen de diagnose dikkedarmkanker.
Wat is de medische naam voor dikke-darmkanker

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten
Zoek op: 
- Komt het coloncarcinoom even vaak voor bij mannen als bij vrouwen?
- Op welke leeftijd wordt de diagnose het vaakst gesteld?
- Wat zijn (mogelijke) oorzaken of risicofactoren voor coloncarcinoom?
timer
5:00

Slide 28 - Tekstslide

Van deze 8.080 mensen zijn er 4.167 man en 3.913 vrouw.

80% >60 jr

Overgewicht hebben, veel alcohol drinken, weinig bewegen, vaak bewerkt en rood vlees eten en waarschijnlijk roken zijn risicofactoren voor darmkanker.

Niet-beïnvloedbare risicofactoren
- Darmpoliepen en darmkanker
- Chronische ontsteking van de dikke darm
- Als je eerder behandeld bent voor darmkanker
- Erfelijke aanleg voor darmkanker


Noem minimaal 3 symptomen die kunnen wijzen op darmkanker.

Slide 29 - Open vraag

De klachten bij dikkedarmkanker zijn sterk afhankelijk van de plaats van de tumor. Als de tumor in het laatste deel van de dikke darm zit, hebt u andere klachten dan bij een tumor in het begin van de dikke darm. Bij darmkanker kunt u een of meerder van de volgende klachten hebben:
- Veranderingen in het ontlastingspatroon, bijvoorbeeld verstopping of afwisselend verstopping en diarree.
- Bloed of slijm bij de ontlasting.
- Vermoeidheid en duizeligheid. Dat komt door bloedarmoede door langdurig bloedverlies in de dikke darm. Het bloedverlies zelf merkt u niet.
- Vage buikpijn. Een gevoelige plek in de buik. Bij lichamelijk onderzoek constateert de arts soms een zwelling in de buik.
- Loze aandrang
- Afvallen zonder oorzaak
Hoeveel procent van de patiënten is 5 jaar na de diagnose nog in leven?
A
Ongeveer 40%
B
Ongeveer 55%
C
Ongeveer 70%
D
Ongeveer 85%

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waardoor is de gemiddelde prognose van dikke-darmkanker de afgelopen 10 jaar het sterkst gestegen?
A
De kanker wordt vaak eerder ontdekt
B
Meer mensen eten gezond
C
DNA-testen bij genetische vormen van kanker
D
Poliepen worden vaker preventief verwijderd

Slide 31 - Quizvraag

In Nederland is in 2014 het bevolkingsonderzoek darmkanker ingevoerd. 55-75 jaar, elke 2 jaar
Hoeveel procent van de overlijdens door darmkanker kan voorkomen worden door het bevolkingsonderzoek?
A
10%
B
33%
C
50%
D
75%

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe groot is de kans dat je daadwerkelijk darmkanker hebt wanneer er tijdens het onderzoek van de ontlasting bloed aangetroffen wordt?
A
5%
B
25%
C
55%
D
80%

Slide 33 - Quizvraag

https://www.rivm.nl/sites/default/files/2021-10/Monitor_bevolkingsonderzoek_darmkanker_2020.pdf

https://vanmeeterenvandop.praktijkinfo.nl/bevolkingsonderzoek-dikkedarmkanker/#:~:text=De%20specificiteit%20is%20de%20kans,iFOBT%20is%20naar%20schatting%2092%25.
De sensitiviteit is de kans dat de test een positieve uitslag geeft als de ziekte of risicofactor ook daadwerkelijk aanwezig is. De sensitiviteit van de iFOBT voor darmkanker loopt op naarmate hij vaker herhaald wordt. Bij de eerste keer meten is dit naar verwachting 65%. Na twee tot drie ronden neemt dit naar schatting toe tot 80% à 90%. Daarom is het belangrijk om niet een eenmalige test te doen, maar om regelmatig deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek.

De specificiteit is de kans dat de test een negatieve uitslag geeft als de ziekte of risicofactor ook daadwerkelijk niet aanwezig is. De specificiteit van de iFOBT is naar schatting 92%.

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn nog twee andere kankers waarop getest wordt met een bevolkingsonderzoek.
Welke zijn dat?

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom niet meer bevolkingsonderzoeken?
Waarom wordt bij onderstaande kankervormen geen bevolkingsonderzoek uitgevoerd?
- Melanoom
- Longcarcinoom
- Pancreascarcinoom
- Acute leukemie

Cervixcarcinoom (baarmoederhalskanker) komt relatief weinig voor (900x/jr). Waarom is hiertegen wel een bevolkingsonderzoek?
timer
5:00

Slide 36 - Tekstslide

Huidkanker: uitwendig zichtbaar, relatief kleine kans op overlijden.

Longkanker: sterk gerelateerd aan leefstijl

Pancreascarcinoom: CT-scan nodig = duur. Kanker komt minder vaak voor (2.000)

Acute leukemie: geeft snel klachten. vrijwel geen tijdswinst

Cervixcarcinoom: 68% tussen 30 en 60 jaar. 


Nadelen van een
bevolkingsonderzoek

Slide 37 - Woordweb

Voorwaarden onderzoek
- Kanker komt relatief vaak voor
- Kanker geeft weinig klachten in beginstadium
- Eerdere herkenning geeft duidelijke betere prognose
- Er is een onderzoek waarmee de kanker in een vroeg stadium kan worden opgespoord.
- Het onderzoek is weinig belastend.
- Het onderzoek is betaalbaar. 
Behandeling darmkanker
Afhankelijk van het stadium en/of doel (curatief / palliatief)
- operatie
- chemotherapie
- immunotherapie
- doelgerichte therapie
- lokale verhitting van metastasen in lever of longen

Slide 38 - Tekstslide

De meeste mensen met darmkanker krijgen een operatie. Meestal is dat een kijkoperatie (laparoscopie), waarbij de chirurg opereert via kleine sneetjes in de buik.
De chirurg verwijdert het stuk darm waar de tumor zit en het vetweefsel in de buurt van de tumor met daarin de lymfeklieren. Daarna maakt de chirurg de stukken darm weer aan elkaar vast. Soms lukt dat niet. Dan krijg je een stoma.
Je arts kan soms ook chemotherapie voorstellen, voor of na de operatie. Of een ander soort medicijnen, immunotherapie.
Vragen/ opmerkingen

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies