eerste kamer en tweede kamer en de wet

Het bestuur van Nederland
Thema 4 - Politiek
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 4

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Het bestuur van Nederland
Thema 4 - Politiek

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Wat is een burgemeester NIET?
A
Voorzitter van de gemeenteraad
B
Baas van politie en brandweer
C
Gekozen door inwoners
D
Lid van een landelijke politieke partij

Slide 3 - Quizvraag

Een burgemeester
wordt
A
GEKOZEN
B
BENOEMD

Slide 4 - Quizvraag

Wie zit er in het gemeentebestuur?
A
Burgemeester en gemeenteraad
B
Alleen de gemeenteraad
C
Het college van B en W en de gemeenteraad
D
Alleen wethouders

Slide 5 - Quizvraag

Hoelang mag een burgemeester zichzelf burgemeester noemen?
A
6 jaar
B
4 jaar
C
5 jaar
D
7 jaar

Slide 6 - Quizvraag

Gemeentepolitiek
- Gemeenteraad is afhankelijk van verkiezingen
- Regering heeft meer taken gegeven aan gemeentes
- Zorg, jongeren en kinderen

Slide 7 - Tekstslide

Taken gemeenteraad
- Wetten en regels maken binnen de gemeente: Bepalen waar winkels mogen komen of wanneer terrassen open mogen zijn.
- Beslissen waar het geld van de gemeente naartoe gaat.
- Controleren van het college van B&W

Slide 8 - Tekstslide

De provincie
- Regelen zaken die te groot zijn voor de gemeente
- Kijkt of de gemeentes hun werk goed doen
- Het provinciebestuur bestaat uit: de commissaris van de koning, de Gedeputeerde Staten en de Provinciale staten

Slide 9 - Tekstslide

Wie controleert in de provincie of de plannen goed worden uitgevoerd?
A
Provinciale Staten
B
Gedeputeerde Staten
C
Commisaris van de Koning
D
Wethouders

Slide 10 - Quizvraag

De Provinciale Staten verkiezingen zijn om de ....jaar.
A
3
B
4
C
6
D
8

Slide 11 - Quizvraag

De Tweede Kamer van de provincie noemen we...
A
Gedeputeerde Staten
B
Provinciale Staten
C
Commisaris van de Koning
D
B&W

Slide 12 - Quizvraag

Provinciale staten
A
de gemeentelijke overheid
B
de provinciale overheid
C
het landsbestuur
D
De inrichting van het bestuur van een staat (land) en zijn onderdanen.

Slide 13 - Quizvraag

Door wie worden de leden van de Provinciale Staten gekozen?
A
Door de bevolking.
B
Door de koning.
C
Door het parlement.
D
Door het kabinet.

Slide 14 - Quizvraag

Wie is het hoofd van de Provinciale Staten?
A
de burgemeester
B
de commissaris van de koning
C
de koning
D
de premier

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Video

Hoofdtaken Eerste Kamer

  • Controleren van de regering/ ministers (controlerende taak)

  • Chambre du reflection: Kamer van reflectie = nogmaals goed bekijken van wetsvoorstellen die al door de Tweede Kamer is goedgekeurd

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Hoofdtaken Tweede Kamer

  • Controleren van de regering (controlerende taak)

  • Maken van wetten (wetgevende taak)

Slide 19 - Tekstslide

MINISTERS hebben:

  • RECHT VAN INITIATIEF
  • MOGEN VOORSTELLEN VOOR WETTEN INDIENEN
  • MOGEN OOK WETTEN UITVOEREN EN DUS REGEREN

Slide 20 - Tekstslide

De Tweede kamer kan:
- Een wetsvoorstel indienen (recht van initiatief)
- Een wetsvoorstel wijzigen (recht van amendement)

Slide 21 - Tekstslide

Een wetsvoorstel in het kort:
  1. Probleem.
  2. Minister maakt wet.
  3. Tweede kamer stelt vragen, mag wet aanpassen en stemt over de wet.
  4. Eerste kamer stelt vragen en stemt over de wet.
  5. De koning moet zijn handtekening zetten onder de wet.
  6. De wet wordt gepubliceerd en is nu geldig in Nederland.

Slide 22 - Tekstslide

Wie kunnen er wetten maken?
A
De Eerste Kamer
B
De Tweede Kamer
C
de regering
D
de regering en de Tweede Kamer

Slide 23 - Quizvraag

Wanneer wordt een wetsvoorstel een wet?
A
Als de Tweede Kamer de wet goedkeurt.
B
Als de Tweede -en Eerste kamer de wet goedkeuren.
C
Als de Koning de wet goedkeurt.
D
Als de regering een wet maakt.

Slide 24 - Quizvraag

Zet de stappen van het wetsvoorstel in de juiste volgorde.
1
2
3
4
5
6

Slide 25 - Sleepvraag

Tekst 2

Slide 26 - Tekstslide

Lees tekst 2
De wet is al aangenomen door de koning.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 27 - Quizvraag

Lees tekst 2.
De wet wordt namens een minister ingediend.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 28 - Quizvraag

Lees tekst 2.
De wet wordt aangenomen als er minstens 38 Eerste Kamerleden vóór
stemmen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 29 - Quizvraag

Tekst 3

Slide 30 - Tekstslide

In tekst 3 staat dat de wet zorgvuldig uitgevoerd moet worden.
Wie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de nieuwe wet uit tekst 3?

A
de fractie van D66
B
Hoge Raad
C
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
D
voorzitter van de Eerste Kamer

Slide 31 - Quizvraag

Tekst 4

Slide 32 - Tekstslide

Lees tekst 4. Welke woorden moeten op nr 1 en 2 komen te staan?
A
1. Kabinet 2. Ministers
B
1. Staatssecretaris 2. Burgemeester
C
1. Commisaris van de Koning 2. College van B en W
D
1. het college van Gedeputeerde Staten 2. College van B en W

Slide 33 - Quizvraag

Tekst 5

Slide 34 - Tekstslide

Lees tekst 5. Welke instantie heeft het wetsvoorstel uit tekst 5 wel aangenomen?
A
Hoge Raad
B
Tweede Kamer
C
Kabinet
D
het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Slide 35 - Quizvraag

Het parlement controleert de regering.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 36 - Quizvraag

De regering dient moties in om wetten te kunnen wijzigen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 37 - Quizvraag

Het kabinet kan een Tweede Kamerlid dwingen af te treden.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 38 - Quizvraag

13. De regering bestuurt het land.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 39 - Quizvraag

Afbeelding 1

Slide 40 - Tekstslide

14. Bekijk afbeelding 1.De nieuwe ploeg van minister-president Rutte is bekend. Ministers en
staatssecretarissen zijn door de koning beëdigd.
Welke personen staan op de foto op afbeelding 1?
A
de fractievoorzitters van de Eerste en Tweede Kamer
B
de leden van de nieuwe regering
C
de leden van het nieuwe kabinet
D
de nieuw gekozen Tweede Kamerleden

Slide 41 - Quizvraag

21. Het Parlement bestaat uit...
A
De Eerste en Tweede Kamer
B
Koning en Ministers
C
Ministers en staatssecretarissen

Slide 42 - Quizvraag

22. Hoeveel leden zitten er in de Eerste Kamer?
A
75
B
76
C
100
D
150

Slide 43 - Quizvraag

23. Hoeveel leden zitten er in de Tweede Kamer?
A
75
B
150
C
200
D
250

Slide 44 - Quizvraag

De Tweede Kamer heeft twee taken: de controlerende en de wetgevende.  Geef aan bij welke taak van de Tweede Kamer elk recht hoort. 
Controlerende taak
Wetgevende taak
Recht van initiatief
Recht van interpellatie
Recht van amendement
Recht van enquete

Slide 45 - Sleepvraag

Koning
Burgemeester
Parlement
Commissaris van de Koningin 
college van burgemeester en wethouders 
Provinciale Staten
kabinet 

Slide 46 - Sleepvraag

26 Hoeveel zetels moet je hebben voor een meerderheid van de Tweede Kamer?
A
38
B
75
C
76
D
150

Slide 47 - Quizvraag

De burgemeester is
A
voorzitter van de gemeenteraad
B
voorzitter van het college van B&W
C
Hoofd van de politie en brandweer
D
benoemd voor een periode van 6 jaar

Slide 48 - Quizvraag