Les 3: Paragraaf 3.4 en 3.5

3.4 Leerdoelen
  • Ik kan uitleggen wat loonheffing is en waar deze loonheffing afhankelijk van is.
  • Ik kan uitleggen wat er nodig is om de inkomstenbelasting te berekenen.
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

3.4 Leerdoelen
  • Ik kan uitleggen wat loonheffing is en waar deze loonheffing afhankelijk van is.
  • Ik kan uitleggen wat er nodig is om de inkomstenbelasting te berekenen.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Introductie
Als je een niet al te laag inkomen hebt, moet je belasting betalen. Ben je in loondienst, dan betaalt jouw werkgever alvast de loonbelasting en verzekeringspremies voor jou. 
Jij vult bij een nieuwe baan een loonbelastingverklaring, daarmee krijg je loonheffingskorting. Daardoor houdt je netto meer over.  
Dat overige loonheffing gaat natuurlijk wel van jouw loon af. In deze paragraaf leer je meer over deze belasting. Ook leer je over de mogelijkheid om de betaalde loonheffing terug te krijgen.

Slide 3 - Tekstslide

Inkomstenbelasting
Iedereen moet over zijn inkomen inkomstenbelasting betalen. Na afloop van een jaar krijg je via MijnOverheid.nl bericht dat je aangifte van je inkomsten moet doen.

Na aangifte krijg je een aanslag, hierin staat wat je aan inkomstenbelasting verschuldigd bent.

Slide 4 - Tekstslide

Inkomstenbelasting
Loon, huur en winst horen bij de belastbare inkomsten. 

Dat is het inkomen waarover inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen gelden. 

Slide 5 - Tekstslide

Er zijn 2 belastingtarieven

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Je krijgt zo'n jaaropgave in januari
Over welk jaar gaat zo'n aanslag dan?

1 loon 
2 ingehouden loonbelasting
3 verrekende arbeidskorting 
(heffingskorting, per persoon 
anders)

Slide 8 - Tekstslide

Bekijk deze bedragen even goed!

Slide 9 - Tekstslide

Hoeveel belasting
moet Tjerk betalen?

Slide 10 - Open vraag

Tjerk heeft recht op kortingen. 

Op welke denk jij dat hij recht heeft?

Loon, huur en winst horen bij de belastbare inkomsten. 

Slide 11 - Tekstslide

Geld terug of betalen?
Vaak is er meer loonheffing ingehouden dan je moet betalen. Dan krijg je geld terug. Dit gebeurt alleen als je aangifte doet. 

Slide 12 - Tekstslide

Hoeveel voorschot heeft hij al aan loonbelasting betaald?

Slide 13 - Open vraag

Tjerk moest €766,- betalen volgens het belastingtarief van 37,35%. Hij heeft recht op maximaal €2278,- heffingskortingen is vastgesteld. Krijgt hij geld terug of moet hij betalen? En hoeveel denk je dat dit bedrag is?

Slide 14 - Open vraag

Huiswerk
samen maken 6, 9, 10

Slide 15 - Tekstslide

3.5 Leerdoelen
  • Ik kan uitleggen wat de 3 boxen zijn voor inkomsten. 
  • Ik kan uitleggen hoe de belastingtarieven anders geregeld zijn per box. 

Slide 16 - Tekstslide

Boxen
Er wordt onderscheidt gemaakt tussen verschillende soorten inkomens, deze zijn onderverdeeld in boxen.

BOX 1: belasting over inkomen uit werk en eigen woning
BOX 2: belasting over aanmerkelijk belang
BOX 3: belasting over inkomen uit vermogen

Slide 17 - Tekstslide

Box 2 en 3 in het kort
BOX 2: belasting over aanmerkelijk belang, winstuitkering als je een eigen bedrijf hebt. Als het een BV of NV is. 

BOX 3: belasting over inkomen uit vermogen, dit is spaargeld of belegd geld. 

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Box 1
  • belasting over inkomen uit werk en eigen woning
  • inkomen uit werk is loon of nettowinst
  • je mag bepaalde kosten aftrekken van je inkomen, zodat je minder belasting hoeft te betalen = hypotheekrenteaftrek/ giften aan goede doelen (=aftrekposten)
  • als je een eigen woning hebt / een leaseauto hebt moet je een bedrag bij je inkomen optellen, en daar moet je dus belasting over betalen (= bijtelling)

Slide 20 - Tekstslide

Eigenwoningforfait - wat is het en hoe bereken ik het? (=bijtelling)
Het eigenwoningforfait is een bedrag dat wij in uw belastingaangifte bij uw inkomen tellen. Maar alleen als u een koopwoning hebt die uw hoofdverblijf is.

Dit is een percentage van de WOZ-waarde van de woning. 
De WOZ waarde is de heffingsgrondslag, dit is het uitgangspunt voor de berekening.

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

     loon voor de loonbelasting/ volksverzekeringen
  + bijtellingen
   - aftrekposten
     --------------------------
     belastbaar inkomen
eigenwoningforfait
auto van de zaak
b
hypotheekrente 
giften goede doelen
reiskosten woon-werkverkeer 
a
Het belastbaar inkomen wil je zo laag mogelijk hebben!
Belastbaar inkomen

Slide 23 - Tekstslide

Progressief belastingtarief
Het belastingpercentage wordt hoger naarmate het belastbaar inkomen toeneemt.

Slide 24 - Tekstslide

Progressief belastingtarief (2)
Progressief tarief: naarmate je meer verdient, wordt het heffingspercentage groter → nivellerend (inkomensverschillen worden naar verhouding kleiner)  

Het schijventarief in box 1 is hier een voorbeeld van.   

Bij een progressief belastingstelsel betaal je dus ook PROCENTUEEL meer belasting bij een hoger inkomen.  

Slide 25 - Tekstslide

Loonheffing
Als je werknemer bent, betaal je loonheffing over je loon. De loonheffing bestaat uit loonbelasting en premies volksverzekeringen (zoals AOW). Daarnaast worden ook voor de werknemersverzekeringen (zoals de WW) premies ingehouden.

Loonheffing is eigenlijk hetzelfde als inkomstenbelasting, maar dan vooraf ingehouden door de belastingdienst. Bij de aangifte zal blijken of het betaalde bedrag voldoende is, of teveel. Je moet of bijbetalen, of je krijgt geld terug.

Slide 26 - Tekstslide

 
Brutoloon
- Loonheffing (= loonbelasting + premies volksverzekeringen)
- Premies werknemersverzekeringen
----------------------------------------------------------------------------------
Nettoloon



De loonheffing is een 
voorheffing van de belastingsdienst! 

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

In welke box valt je spaargeld?

Slide 29 - Open vraag

In welke box valt de winstuitkering uit jouw eigen onderneming (bv)?

Slide 30 - Open vraag

In welke box valt jouw looninkomsten?

Slide 31 - Open vraag

Huiswerk 
par 3.5 samen maken 7, 8, 10

Slide 32 - Tekstslide