Oefentoets 1 - Steden

Oefentoets Steden 
Havo/Vwo 2  


1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Oefentoets Steden 
Havo/Vwo 2  


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. In de loop van de 19e eeuw verstedelijkt Nederland. Welk (ander) begrip gebruiken we hiervoor?
A
suburbanisatie
B
reurbanisatie
C
renovatie
D
Urbanisatie

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2. Welk kenmerk hoort niet bij een stad?
A
een aantal inwoners (hoeveel inwoners kan per land verschillen)
B
dichtbebouwd
C
heel veel voorzieningen
D
Veel groen, veel rust

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

3. Het aandeel van de bevolking dat in steden woonde nam erg toe. Door welke ontwikkeling nam dit toe in de loop van de 19e eeuw?
A
crisisjaren
B
gouden eeuw
C
Industriële revolutie
D
franse revolutie

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk deze kaart

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4.Wat voor een soort wijk is
nummer 1 op de kaart?
A
Een woonwijk met veel hoogbouw uit 1945-1970.
B
Een negentiende-eeuwse arbeiderswijk.
C
Huizen gebouwd in de middeleeuwen.
D
Een woonwijk met veel eengezinshuizen uit 1970-1980.

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

5. In welke van de volgende wijken vindt het meest waarschijnlijk gentrificatie plaats?
A
Negentiende-eeuwse arbeiderswijken.
B
Vinex-wijken
C
Woonwijken met veel hoogbouw.
D
Woonwijken met veel dezelfde eengezinshuizen.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

6. In welke periode was er
suburbanisatie in Amsterdam?
zie bron klik om te vergroten

In welke periode was er vooral
suburbanisatie in Amsterdam?


A
1960-1965
B
1965-1985
C
1985-1994
D
1994-2000

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

7. Wat is het verschil tussen een megastad, een hoofdstad en een wereldstad?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

8. Welke verschillen zijn er tussen een dorp en stad? Noem 4 kenmerken!

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

9. Vanaf 1960 groeide de Nederlandse economie snel, en steeg het gemiddelde inkomen van de bevolking. Welke technische ontwikkeling maakte het mogelijk dat meer mensen die in de steden werken toch buiten de steden gingen wonen?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

10. Hoe noemen we het proces dat veel mensen uit de randstad wegtrekken naar het platteland of omliggende steden of dorpen.

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

11. Waardoor gingen de steden verpauperen?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

12. Hoe noemen we de verandering die ervoor zorgt dat de verpauperde wijken naast het stadscentrum gelegen, aantrekkelijk gemaakt door jonge werkende mensen. Zodat de huizen weer opknapten en in zijn waarde gingen stijgen.

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

13. Geef een reden waarom Gated Communities worden gebouwd.

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

14. Nederlandse steden vormen een stedelijk netwerk.

Waar kun je dat aan zien?
A
Er zijn wegen, spoorwegen, waterwegen en vliegvelden.
B
De plaatsen zijn verbonden door een goede infrastructuur.
C
De mensen zijn welvarend, bijna iedereen heeft een auto.
D
Nederland is dichtbebouwd, dichtbevolkt en sterk verstedelijkt.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

15. Het percentage stedelingen in een land noem je...
A
verstedelijkingsgraad
B
verstedelijkingstempo
C
verstedelijkings migratie
D
urbanisatiegraad

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

16. Wat is geen stedelijk netwerk / stedelijk gebied?
A
Randstad
B
Twente
C
Brabantse stederij
D
Leeuwarden

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

17. De Randstad is een voorbeeld van een......
A
Stedelijk netwerk
B
Stedencluster
C
Stedenband

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

18. Noem nog 4 Nederlandse stedelijke netwerken.

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

19. Steden en dorpen die aan elkaar zijn gegroeid tot een stedelijk geheel, noem je .....
A
Overgangsgebied
B
Agglomeratie
C
Stadsgewest
D
Stedelijk netwerk

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

20. Welk land heeft een hogere percentage stedelingen?
A
HongKong
B
Kenia
C
Nederland
D
Bij allemaal hetzelfde

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

21. Hier is sprake
van een hoog
verstedelijkingstempo
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

22. In ontwikkelingslanden is het verstedelijkingstempo
A
Hoog
B
Laag

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

23. Op wat voor plekken ontstaan sloppenwijken?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

24. Bij welke opsomming staan alleen Push-factoren?
A
gezondheidszorg, veiligheid, werkgelegenheid
B
droogte, oorlog, slecht betaald werk, onveiligheid
C
werkloosheid, oorlog, vervolgstudie
D
slecht betaald werk, veiligheid, onderdrukking

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

25. Wat zijn de push factoren van een sloppenwijk?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

26. Welke van deze factoren is een pull-factor voor urbanisatie?
A
Werkgelegenheid
B
Oorlog
C
Klimaatverandering
D
Werkloosheid

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

............................
............................
urbanisatie
sub-urbanisatie

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stad
Agglomeratie
Stedelijk gebied 
Stadsgewest
Urbanisatie 
Suburbanisatie 
Urbanisatie 
Stedelijk netwerk 

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Urbanisatie

Suburbanisatie
Re-urbanisatie
Verhuizen van het dorp naar de stad
Terug verhuizen van de stad naar het dorp
Voor de 2e keer van het dorp naar de stad verhuizen

Slide 31 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stoommachine
Auto
Opknappen wijken
Re-urbanisatie
Urbanisatie
Suburbanisatie

Slide 32 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef van de volgende stellingen aan of deze juist of onjuist is.  (2p)
juist
onjuist
Veel steden zijn sterk gegroeid door urbanisatie.
Een stad is een concentratie van mensen en hun activiteiten.
Stedelijke voorzieningen worden alleen door stadsbewoners gebruikt.
 
Bij re-urbanisatie verhuizen mensen in dezelfde richting als bij urbanisatie.

Slide 33 - Sleepvraag

1 fout is 1p eraf
Stad
Agglomeratie
Stedelijk gebied
Stadsgewest
Suburbanisatie
Urbanisatie
Netwerkstad

Slide 34 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het vertrek van inwoners uit de stad naar omliggende gebieden noemen we?
A
Verstedelijking
B
Ontstedelijking
C
Suburbanisatie
D
Re-urbanisatie

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je de trek van de stad naar het omringend platteland?
A
Urbanisatie
B
Suburbanisatie
C
Ontstedelijking
D
Verstedelijking

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Saneren
Restaureren
Renoveren

Slide 37 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verpaupering
Restauratie
Renovatie
Gentrificatie
Sanering

Slide 38 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen
- Opvullen ruimte in stad

- Wooncapaciteit stijgt
-Oude wijk
- Afname woningdichtheid
- Nieuwbouw
-Rand stad
- Nieuwbouw
- Besparen open ruimte

- Aanpassen
- Huur stijgt
Vinex-wijk
Renovatie
Saneren
Nieuwbouw

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

renovatie
vinex-wijk
nieuwbouw
saneren
opvullen
wooncapaciteit sijgt
oude wijk
afname woningdichtheid
nieuwbouw
Randstad
besparing open ruimte
aanpassen
Huur stijgt

Slide 40 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verpaupering
Sanering
Restauratie

Renovatie

Slide 41 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wijken die gebouwd worden op industrie tereinen
Een wijk aan de rand van de stad die ideaal is voor jonge mensen
het opknappen van huizen
het vervangen van slechte woningen
manier om te beschrijvenof het in een wijk prettig is om te wonen
Een wijk waar veel criminaliteit heerst
het aantal en de kwaliteit van de voorzieningen
ervoor zorgen dat iets voor een langere tijd mee kan
nieuwbouw
Probleemwijk
Vinex wijk
leefbaarheid
verduurzamen
renoveren
herstructureren
voorzieningsniveau 

Slide 42 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De Randstad is...
A
Dunbevolkt
B
Dichtbevolkt

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De randstad is het......
A
kleinste stedelijke gebied
B
grootste stedelijke gebied
C
platteland

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de Randstad?
A
Een stad
B
Een agglomeratie
C
Een stadsgewest
D
Een stedelijk netwerk

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De Randstad is een...
A
Stedelijkgebied
B
Agglomeratie
C
Stadsgewest

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Einde toets

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies