Vraag en aanbod H4

Programma
Vragen H1 t/m 3?
Hoofdstuk 4
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Programma
Vragen H1 t/m 3?
Hoofdstuk 4

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstukdoelen
• de samenhang analyseren tussen prijs en aanbod.
• de prijselasticiteit van het aanbod berekenen en de uitkomst interpreteren.
• grafisch en rekenkundig analyseren welke invloed veranderingen van de ceteris-paribus-voorwaarden hebben op de aanbodcurve.
• uit individuele aanbodlijnen grafisch de collectieve aanbodlijn afleiden.
• een balans en een resultatenrekening opstellen en interpreteren.
• met voorbeelden toelichten dat er op de balans van ondernemingen voorraadgrootheden staan en op de resultatenrekening stroomgrootheden.

Slide 2 - Tekstslide

Hoofdstukdoelen
• de keuze over het aantrekken van eigen en vreemd vermogen van een onderneming (eenmanszaak, vof, bv of nv) toelichten.
• uitleggen dat de te kiezen rechtsvorm invloed heeft op de (privé)aansprakelijkheid en daarmee op de toedeling van het ondernemersrisico.
• uitleggen dat de te kiezen rechtsvorm invloed heeft op de te betalen belasting.

Slide 3 - Tekstslide

Aanbod

Slide 4 - Tekstslide

Elasticiteit van het aanbod
Een hoger marktprijs leidt tot meer aanbod.



Aanbodfactoren zijn:
* Prijs > verschuiving langs de aanbodlijn
* Het aantal aanbieders > verschuiving van de aanbodlijn
* De kosten > verschuiving van de aanbodlijn

Slide 5 - Tekstslide

De Balans
Overzicht van voorraadgrootheden, bezittingen en schulden 

Slide 6 - Tekstslide

Resultatenrekening met stroomgrootheden
kosten
                        opbrengsten
inkoopwaarde
huurkosten
rentekosten
loonkosten
afschrijvingskosten
etc etc
(winst) 
omzet 





(eventueel verlies)
totaal
totaal

Slide 7 - Tekstslide

Rechtsvormen
- Wettelijk verplicht een rechtsvorm aan te nemen. Elke rechtsvorm heeft zijn eigen regels en wetten. 

- Natuurlijk persoon: Zelf verantwoordelijkheid over zijn acties.
VB: Eenmanszaak, Vof, cv en maatschap

- Rechtspersonen: Iemand anders verantwoordelijk voor de acties.
VB: bv, nv, coöperatieve vereniging.  stichting en vereniging.

Slide 8 - Tekstslide

Maken
4.2, 4.5, 4.10, 4.11, 4.24

Slide 9 - Tekstslide

Het vreemd vermogen is
A
de kortlopende schulden van een bedrijf
B
de langlopende schulden van een bedrijf
C
alle schulden van een bedrijf
D
het eigen vermogen

Slide 10 - Quizvraag

Kapitaalgoederen zijn:
A
het werk dat mensen doen
B
dingen die je nodig hebt om te produceren zoals natuur en arbeid
C
dingen uit de natuur, zoals grondstoffen
D
hulpmiddelen bij de productie

Slide 11 - Quizvraag

Wat is een VOF?
A
meerdere ondernemers samen 1 bedrijf
B
veel aandelen
C
1 bedrijf met 1 eigenaar
D
niet hoofdelijk aansprakelijk

Slide 12 - Quizvraag

Een resultatenrekening is
A
een momentopname
B
een eindbalans
C
een voorraadgrootheid
D
een overzicht over een periode

Slide 13 - Quizvraag

Vlottende activa is:
A
De betaalmiddelen van een onderneming, zoals de bank en kas.
B
Alle bezittingen van een onderneming die langer dan één jaar meegaan.
C
Een overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden
D
Alle bezittingen van een onderneming die korter dan één jaar meegaan

Slide 14 - Quizvraag

Een balans is:
A
Opstelling activa & passiva
B
Niet altijd in evenwicht
C
Vreemd vermogen
D
Eigen vermogen

Slide 15 - Quizvraag

Van een bv ...
A
... kan niet iedereen aandelen kopen
B
... kan iedereen aandelen kopen

Slide 16 - Quizvraag

Wat staat er op een resultatenrekening?
A
de ontvangsten en uitgaven van een onderneming
B
de bezittingen en schulden van een onderneming
C
de opbrengsten en kosten van een onderneming
D
stroom - en voorraadgrootheden van ondernemingen

Slide 17 - Quizvraag