NASK1 en NASK2

waar staat NASK voor?
NASK staat voor:

Natuurkunde (NA)
en 
Scheikunde (SK)
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

waar staat NASK voor?
NASK staat voor:

Natuurkunde (NA)
en 
Scheikunde (SK)

Slide 1 - Tekstslide

waarom een combinatie vak?
In klas 2 krijgen jullie Nask, dit is een combinatie van natuurkunde en scheikunde. Deze vakken hebben veel met elkaar te maken. Dit maakt het vak geschikt om in klas 2 gezamenlijk te onderwijzen. Je krijgt zo van de vakken een beetje kennis mee. In de bovenbouw ga je dieper in op de verschillende onderwerpen die worden behandeld

Slide 2 - Tekstslide

hoofdstukken klas 2
Onderzoeken (beide)
 Stoffen (beide, maar merendeels natuurkunde)
verwarmen en verbranden (beide)
 geluid (natuurkunde)
 water (scheikunde)
licht (natuurkunde)
electriciteit (natuurkunde)
kracht en beweging (natuurkunde)

Slide 3 - Tekstslide

NASK 1
NASK 1 staat voor natuurkunde, het gaat hier om de verschijnselen die je dagelijks kunt waarnemen zoals warmte, elektriciteit, licht en kleuren, geluid, krachten zoals zwaartekracht, een regenboog of bliksem, etc. 
(macroniveau - zaken die op zeer grote schaal gebeuren)

Slide 4 - Tekstslide

klas 3/4 onderwerpen NASK 1
Kracht en beweging
elektriciteit en schakelingen
licht en het weer
geluid
straling
Energie
materie (stoffen)

Slide 5 - Tekstslide

De concentratie zout dat is opgelost in water is 0,3g/L. Hier staat letterlijk dat in 1L water 0,3 gram zout in zit opgelost. Hoeveel gram zout moet ik in 3,0L water oplossen om dezelfde concentratie te krijgen?
A
0,3g
B
0,6g
C
0,9g
D
1,2g

Slide 6 - Quizvraag

beroepen NASK 2
u       scheikunde (chemie) = NASK2

Slide 7 - Tekstslide

beroepen nask 2 (scheikunde)
- tandartsassistente
- dierenartsassistente
- apothekersassistente
- chemisch analist (bijv. cosmetica, voedsel, brandstof, etc)
- forensisch analist 
- dietist
- goudsmidt / edelsmidt (sieraden)
- etc

Slide 8 - Tekstslide

Past dit bij je?
Voor NASK1 kan je rekenen en een beetje tekenen.
Er zit veel logica in.
Je gaat van A naar B naar C.
Duidelijke stappen.
Wiskunde / sudoku 
Proefjes doen.

 

Slide 9 - Tekstslide

Op een röntgenfoto zijn nooit weke delen, zoals organen zichtbaar. Kan de foto hiernaast een röntgenfoto zijn?
A
Ja
B
Nee
C
Dat kun je niet zeggen

Slide 10 - Quizvraag

Ieder apparaat heeft een typeplaatje hierop staan de specificaties van dit product. Bekijk het typeplaatje hiernaast. Hoe groot is de spanning van dit apparaat? Spanning meet je in volt.
A
10
B
2200
C
230
D
59

Slide 11 - Quizvraag

Tim laadt zijn telefoon op. De accu van zijn telefoon krijgt een spanning (U) van 230V. De stroomsterkte (I) die dan door de telefoon gaat is 2,3A. Hoe groot is de weerstand (R) van de telefoon?

R = U / I

Slide 12 - Open vraag

Op aarde werkt zwaartekracht. Hoe groot deze kracht is kun je berekenen met Fz = m x g
m = massa in kg
g = aantrekkingskracht van de aarde = 10
Minke heeft een massa van 45kg Hoe groot is de zwaartekracht op Minke?

Slide 13 - Open vraag

Er werkt een zwaartekracht van 300N. De krachtenschaal is als volgt:

1cm = 50N

Hoe groot moet de pijl worden om een kracht van 300N weer te geven?
A
6,0 cm
B
6,5 cm
C
7,0 cm
D
7,5 cm

Slide 14 - Quizvraag

beroepen NASK 1

Slide 15 - Tekstslide

beroepen NASK 1

Slide 16 - Tekstslide

voorbeelden beroepen NASK 1
- licht en/of geluidstechnicus
-architect
- opticien
- elektricien
- radioloog (rontgenstraling, mri, echo)
- programmeur
- automonteur

Slide 17 - Tekstslide

beroepen NASK 1
- fotografie/film/media
- onderzoeker
- productontwikkelaar
- bouwkunde
- timmerman
- CV-monteur
- energiebranche —>zonnecellen, windmoles

Slide 18 - Tekstslide

beroepen NASK 1
- logistiek
- tuinbouw
- (verloskunde)
- astronoom
- metereoloog
etc

Slide 19 - Tekstslide

Licht en beweging 

Sportanalyse, fotografie, lichttechnicus, etc

Slide 20 - Tekstslide

NASK 2
NASK2 staat voor scheikunde (chemie) bij chemie wordt er naar de structuur/opbouw van stoffen gekeken en naar de reacties die stoffen met elkaar aangaan. (microniveau = het gaat om erg kleine deeltjes)


Slide 21 - Tekstslide

onderwerpen NASK 2
stoffen scheiden
concentratie
metalen en niet metalen
aardoliefracties
reactievergelijkingen
neerslagreacties
structuur en molecuulformules

Slide 22 - Tekstslide

 NASK 2
nauwkeurig kunnen werken i.v.m. practica

rekenen met verhoudingstabellen

Slide 23 - Tekstslide

Welk gas ontstaat er NIET bij een volledige verbranding?
A
Waterdamp
B
Koolstofdioxide
C
Koolstofmonoxide

Slide 24 - Quizvraag

Hoe korten we in de scheikunde stikstof af?
A
O
B
C
C
S
D
N

Slide 25 - Quizvraag

Water noemt men hydrofiel. Stoffen die niet goed mengen met water, zoals slaolie, noemt men hydrofoob. Wasbenzine is een vettige stof. Wat is waar over wasbenzine? Meerdere antwoorden mogelijk.
A
Wasbenzine is hydrofiel
B
Wasbenzine is hydrofoob
C
Was benzine mengt goed met slaolie
D
Wasbenzine mengt goed met water

Slide 26 - Quizvraag

De reactievergelijking voor een volledige verbranding is als volgt:

CH4 + 2 O2 —> CO2 + ? H2O

Wat komt er op de plaats van het ?-teken om de reactie kloppend te maken? (Tel aantal H’tjes voor en na de pijl)
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 27 - Quizvraag