Week 25, 2K, H7 paragraaf 7.4

§7.4. Wat zijn de regels van de EU?
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

§7.4. Wat zijn de regels van de EU?

Slide 1 - Tekstslide

§7.4. Wat zijn de regels van de EU?

Europese Commissie: Dit is de regering van de Europese Unie.


Europese Parlement: Dit is het parlement van Europa


De commisie en het parlement zijn gevestigd in Europa.


Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen!
Je leert...

- Hoe de Europese wetgeving werkt.

- Wat de regering van de Europese Unie is.

Slide 3 - Tekstslide

Voorbeelden van samenwerking

De Europese Unie werken samen op het gebied van:

  • Grenzen, er is geen grens meer tussen de EU_landen. Er is een buitengrens, die plekken waar je van een EU-land naar een niet EU-land gaat.
  • Interne markt: Elke consument kan in elk EU-land zoveel producten als hij zelf wil.
  • Veiligheidsregels. De regels in landen zijn niet gelijk maar worden wel gelijk getrokken. Het gelijkmaken van de regels in de EU noemen we harmoniseren.
  • Milieu reges die ervoor zorgen dat het milieu in Europa beter bescherm wordt. Er is een Ecolabel; dit label hebben de producten die minder belastend zijn voor het milieu.
  • Subsidies: geld voor het maken van betere regels in bepaalde gebieden en  ook geld voor bedrijven die steun nodig hebben om te investeren.

Slide 4 - Tekstslide

Milieubelastende onderdelen





Eco-label
- Toegekend aan non-food producten/diensten die minder mileubelastend zijn dan vergelijkbare producten of diensten, dus 'milieuvriendelijk' of 'groen'. 
Ze belasten dus nog wel het milieu maar niet zo veel als andre soortgelijke producten.






Slide 5 - Tekstslide


Europees Parlement



  • Het Europees Parlement bestaat uit 751 leden. Ze worden iedere vijf jaar door de burgers van de lidstaten gekozen. Hoe meer inwoners een lidstaat heeft, hoe meer zetels dat land heeft in het Europees Parlement. 
  • Het Parlement beslist over de wetsvoorstellen van de Europese Commissie, maar heeft géén recht van amendement (*amandement = wijzigen van de wet)

Slide 6 - Tekstslide

Het Europees Parlement zit in Brussel
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Waar kunnen Europese burgers eens in de 5 jaar voor stemmen?
A
Europese Raad
B
Europees Parlement
C
Raad van ministers

Slide 8 - Quizvraag

De voorzitter van Europa heeft het steeds over harmoniseren. Dit is;
A
het investeren in de economie
B
gelijke rechten en plichten voor iedereen
C
gelijke regels voor alle landen
D
investeren in politiek

Slide 9 - Quizvraag

Wanneer heeft een land een open economie?
A
weinig import en veel export
B
weinig import en weinig export
C
veel import en weinig export
D
veel import en veel export

Slide 10 - Quizvraag

Wat is het hoogste in NL?
Import of export?
A
Import
B
Export

Slide 11 - Quizvraag

Import of export?
"Action" koopt producten uit China

A
Import
B
Export

Slide 12 - Quizvraag

Herhaling par. 1
Import of export?
Ik ben op vakantie in Frankrijk

A
Import
B
Export

Slide 13 - Quizvraag

Herhaling par. 1
Import of export?
DSM verkoopt plastic aan Duitsland
A
Import
B
Export

Slide 14 - Quizvraag

Ander woord voor export is
A
import
B
uitvoer
C
transport
D
handel

Slide 15 - Quizvraag

Herhaling par. 1 Import of export?
Transportbedrijf Langen uit Geleen vervoert citroenen van Spanje naar Polen
A
Import
B
Export

Slide 16 - Quizvraag

Als jij met een buitenlandse vliegmaatschappij reist, dan is er sprake van:
A
export van goederen.
B
export van diensten.
C
import van goederen.
D
import van diensten.

Slide 17 - Quizvraag

Als Nederland bloembollen naar Frankrijk uitvoert is dat
A
export
B
import

Slide 18 - Quizvraag

Het nationaal inkomen is:
A
alle inkomens van de inwoners bij elkaar opgeteld.
B
Export-import.

Slide 19 - Quizvraag

Wat zijn voordelen van import voor de consument?

A
hogere prijzen
B
meer keuze

Slide 20 - Quizvraag

Om te beoordelen of een land een open economie heeft wordt er gekeken naar..
A
De import van goederen & diensten
B
De export van goederen & diensten
C
Zowel de import als export van goederen & diensten
D
De importquote

Slide 21 - Quizvraag

Voordelen van meer export:
A
de productie stijgt
B
de productie daalt

Slide 22 - Quizvraag

Voordelen van meer export:
A
de inkomens stijgen
B
de inkomens dalen

Slide 23 - Quizvraag

De ECB heeft net als De Nederlandsche Bank geen gewone klanten
A
juist
B
onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Bij de ECB kun je een gewone spaarrekening openen
A
juist
B
onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Opdracht
Wat: Maken vraag 29 t/m 36 van §7.4 (vanaf blz. 212) 
Hoe: Zelfstandig!
Hulp: Boek, docent via mail
Tijd: Uiterlijk a.s. woensdag 17 juni om 16:30 uur af!
Klaar: Sla het bestand op in een Word document of maak een foto van je werk en mail het naar ibh@vanvredenburchcollege.nl of inleveren via Magister

Slide 26 - Tekstslide

Wat hebben we vandaag geleerd?

Slide 27 - Tekstslide