cross

Mavo 4 Hoofdstuk 10 Erfelijkheid les 7

Een erfelijke ziekte
FH is een erfelijke ziekte die het gevolg is van een mutatie in een bepaald gen. FH-patiënten hebben te veel cholesterol in hun bloed. Cholesterol zet zich vast aan de wanden van de bloedvaten, die daardoor steeds nauwer worden. Deze patiënten hebben daardoor al op jonge leeftijd een grote kans op een hartinfarct. FH-patiënten hebben meestal van één van beide ouders het gemuteerde gen geërfd en zijn heterozygoot. De kans om van beide ouders een gemuteerd gen te erven, is zeer klein. Deze kinderen sterven zeer jong.
Peter is heterozygoot voor het FH-gen. Hana heeft de ziekte niet en is homozygoot recessief.
Hoe groot is de kans dat een kind van Peter en Hana de ziekte FH krijgt?
A
0%
B
25%
C
50%
D
100%
1 / 13
volgende
Slide 1: Quizvraag
BiologiemavoLeerjaar 4

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Een erfelijke ziekte
FH is een erfelijke ziekte die het gevolg is van een mutatie in een bepaald gen. FH-patiënten hebben te veel cholesterol in hun bloed. Cholesterol zet zich vast aan de wanden van de bloedvaten, die daardoor steeds nauwer worden. Deze patiënten hebben daardoor al op jonge leeftijd een grote kans op een hartinfarct. FH-patiënten hebben meestal van één van beide ouders het gemuteerde gen geërfd en zijn heterozygoot. De kans om van beide ouders een gemuteerd gen te erven, is zeer klein. Deze kinderen sterven zeer jong.
Peter is heterozygoot voor het FH-gen. Hana heeft de ziekte niet en is homozygoot recessief.
Hoe groot is de kans dat een kind van Peter en Hana de ziekte FH krijgt?
A
0%
B
25%
C
50%
D
100%

Slide 1 - Quizvraag

Door cellen van een embryo te onderzoeken, kan soms vastgesteld worden of het embryo een gen voor FH heeft.
Noem de naam van een techniek waarmee men cellen van een embryo kan wegnemen voor onderzoek.

Slide 2 - Open vraag

Twee gevlekte Tobiano-paarden worden met elkaar gekruist. Ze krijgen een veulen zonder vlekken.
Wat zijn de genotypen van de ouders?

Slide 3 - Open vraag

De artsen vermoeden dat de nieuwe hartcellen ontstaan waren uit bepaalde cellen van het beenmerg van de mannelijke patiënt. Ze zoeken nu naar een manier om zulke cellen uit het beenmerg weg te nemen en te vermeerderen
door celdeling.
Door wat voor soort celdeling worden de cellen dan vermeerderd?

Slide 4 - Open vraag

Op varkensfokkerijen wordt vaak kunstmatige inseminatie (KI) toegepast. De fokker brengt dan sperma met een grote injectiespuit in de baarmoeder van een vrouwtjesvarken. Onderzoekers proberen een manier te vinden om het sperma voor KI zó te behandelen, dat er vooral zaadcellen overblijven die na bevruchting vrouwelijke biggen opleveren. Het vlees van een vrouwtjesvarken heeft nooit een berengeur.
Het geslacht van een varken wordt op dezelfde manier als bij mensen bepaald door de geslachtschromosomen in de zaadcellen.
Een gewone lichaamscel van een varken, bijvoorbeeld een spiercel, bevat 40 chromosomen.
Welke chromosomen bevat een zaadcel die na bevruchting een vrouwelijke big oplevert?
A
19 gewone chromosomen en één X-chromosoom
B
19 gewone chromosomen en één Y-chromosoom
C
20 X-chromosomen
D
40 X-chromosomen

Slide 5 - Quizvraag

De kleuren van de veren van agapornissen worden bepaald door erfelijke factoren. De veren op de kop zijn dikwijls afwijkend van kleur en vormen een zogenaamd masker. Het gen voor een oranje masker is recessief (a), dat voor een roze masker dominant (A).
Welk cijfer geeft een cel aan die afkomstig is van een mannetje, cijfer 1 of cijfer 2? Leg uit .

Slide 6 - Open vraag

Genetisch advies
Hoeveel kans hebben toekomstige kinderen om met een erfelijke afwijking geboren te worden?

Slide 7 - Tekstslide

Op hoeveel ziekten wordt er getest bij de hielprik vanaf 1 okt 2019?

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Tekstslide

Hielprik
Adrenogenitaal syndroom (AGS)
Biotinidase deficiëntie (BIO)
Congenitale hypothyreoidie (CH)
Cystic fibrosis (CF
Galactosemie (GAL)
Glutaaracidurie type 1 (GA-1) 
HMG-CoA-lyase deficiëntie (HMG)
Homocystinurie (HCY) (sinds 1 oktober 2010 tijdelijk niet uitgevoerd) 
Isovaleriaan-acidurie (IVA) 
Long-chain hydroxyacyl-CoA dehydrogenase deficiëntie (LCHADD)
Maple syrup urine disease (MSUD)
Medium-chain acyl CoA dehydrogenase deficiëntie (MCADD
3-Methylcrotonyl-CoA carboxylase deficiëntie (3-MCC)
Multiple CoA carboxylase deficiëntie (MCD)
Phenylketonurie (PKU)
Sikkelcelziekte (SZ)
Tyrosinemie type 1 (TYR-1)
Very long-chain acylCoA dehydrogenase deficiëntie (VLCADD)
Alfa-thalassemie
Bèta-thalassemie
Carnitine transporter (OCTN2) deficiëntie
Dragerschap sikkelcelziekte (SZ)

Slide 10 - Tekstslide

Erfelijke ziekten 
Recessief overervende aandoening; je kunt dan
drager zijn.
Bv Aa dan ben je niet ziek maar kun je het wel
doorgeven
Dominant overervende aandoening; je bent dan
wel ziek.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Maken
45 tm 51, 57 tm 62, 68 tm 71
Examenvragen blz 142 en blz 143

Slide 13 - Tekstslide