7.4 kracht en beweging

7.4 kracht en beweging
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

7.4 kracht en beweging

Slide 1 - Tekstslide

Leervragen 7.4 kracht en beweging
  1. Wat zijn krachten?
  2. Hoe bereken je de snelheid?
  3. Wat is een hefboom?
  4. Wat is een takel?

Slide 2 - Tekstslide

1. wat zijn krachten?

Slide 3 - Tekstslide

Kracht 
  • Krachten kun je niet zien
  • Je ziet wat de kracht doet: bal wegschieten
  • Je ziet dus het effect van de kracht

Slide 4 - Tekstslide

Kracht effect
  1. Door een kracht kan de vorm veranderen
  2. Door een kracht kun je de snelheid veranderen
  3. Door een kracht kan de richting veranderen 

Slide 5 - Tekstslide

Soorten krachten 
  • Zwaartekracht 
  • Spankracht 
  • Normaalkracht
  • Wrijvingskracht
  • Spierkracht

Slide 6 - Tekstslide

Kracht 
Kracht (F)
Eenheid is Newton (N)

Slide 7 - Tekstslide

Welke kant gaat zwaartekracht op?

Slide 8 - Tekstslide

Zwaartekracht
een kracht op de massa  

  • Welke kracht op de weegschaal? 
10 N = 1 kg 
Fz

Slide 9 - Tekstslide

Hoe bereken je de zwaartekracht?
Zwaartekracht = Massa (in kg) x 10
Fz = m x 10 
10 N = 1 kg 

Slide 10 - Tekstslide

Krachten tekenen
  • aangrijpingspunt
  • richting
  • lengte

Slide 11 - Tekstslide

Krachtenschaal
  • Bijvoorbeeld: 1 cm = 100 N
  • Iedere cm stelt een kracht voor van 100 N
Wat als de pijl 4 cm lang is?

Slide 12 - Tekstslide

Krachtenschaal
  • 1 cm = 100 N
  • Hoe groot is de zwaartekracht van de man?

Slide 13 - Tekstslide

2. hoe bereken je de snelheid?

Slide 14 - Tekstslide

Snelheid
Hoeveel afstand leg je in een bepaalde tijd?
Het tempo waarin je je verplaatst.

Hangt dus af van AFSTAND en TIJD 


Slide 15 - Tekstslide

Eenheden
Snelheid: Hoeveel afstand leg je in een bepaalde tijd?

Wat is de eenheid van afstand?
Wat is de eenheid van tijd?

Slide 16 - Tekstslide

Eenheden van snelheid
Snelheid is de afstand die in een bepaalde tijd wordt afgelegd
  • meter per seconde (m/s)
  • kilometer per uur (km/h)
  • Gooi de eenheden nooit door elkaar!  

100 km/h is NIET 100 m/s

Slide 17 - Tekstslide

Eenheden van snelheid
x 3,6

m/s                                                                         km/u


: 3.6
1 uur = 3600 sec
1 km = 1000 m 

Slide 18 - Tekstslide

Eenheden
Grootheid
Symbool
Eenheid
Afkorting
snelheid
v
kilometer per uur  meter per seconde
km/h
m/s
afstand 
s
kilometer 
meter
km
m
tijd
t
uur
seconde
h
s

Slide 19 - Tekstslide

Snelheid 
  • De auto rijdt gemiddeld 80 km in 1 uur.
De snelheid is dan 80 km/h. 

  • De auto rijdt gemiddeld 80 km in 2 uur.
De snelheid is dan 40 km/h. 

Slide 20 - Tekstslide

Snelheid berekenen
                           afstand                               
snelheid = -------------             
                               tijd                                

snelheid = afstand : tijd            
Let op Binas

Slide 21 - Tekstslide

Omrekenen

Slide 22 - Tekstslide

voorbeeld berekening
Je fiets 9,6 km naar school in 32 minuten. Bereken de snelheid in km/h. 
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • s = 9,6 km = 9600 km en t = 32 min = 1920 s
  • V (in m/s)
  •  V = S : t 
  •  V = 9600 : 1920 = 5 
  • Snelheid is 5 m/s 

Slide 23 - Tekstslide

3. wat is een hefboom?

Slide 24 - Tekstslide

Waarom gebruiken we hefbomen?
Een hefboom vergroot je kracht.







Slide 25 - Tekstslide

Hefbomen

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video






               Welke hefboom geeft de meeste kracht? 
A
Hefboom A
B
Hefboom B
C
Hefboom C
D
allemaal evenveel

Slide 28 - Quizvraag

Hefboomregel
  • Voor een hefboom in evenwicht geldt de hefboomregel 
  • Kracht 1 x arm 1 = kracht 2 x arm 2 
  • F1 x l1 = F2 x l2
F is kracht in newton
l is lengte van de arm in m 

Slide 29 - Tekstslide

F1 x I1 = F1 x I2
F1 x I1 = F1 x I2
F1 = 50 N
I1 = 2 m 
F2 = 100 N
I2 = 2 m 

Slide 30 - Tekstslide

F1 x I1 = F1 x I2
F1 x I1 = F1 x I2
F1 = 50 N
I1 = 2 m 
F2 = 100 N
I2 = 1 m 

Slide 31 - Tekstslide

4. wat is een takel?

Slide 32 - Tekstslide

Gebruik van katrollen

Slide 33 - Tekstslide

Vaste katrol


Een vaste katrol draait de kracht om. 

Je herkent een vaste katrol aan het feit dat hij VAST zit.


Slide 34 - Tekstslide

De losse katrol
  • Een losse katrol maakt ons sterker.
  • De last wordt verdeeld over het aantal touwen waaraan de katrol hangt.

Slide 35 - Tekstslide

Vaste katrol
Losse katrol
Het hele system van katrollen: takel.

Slide 36 - Tekstslide

Wat is een takel?
  • 2 of meer katrollen, één losse en één vaste katrol
  • Met een vaste katrol kun je de richting veranderen waarin je de kracht moet uitoefenen
  • Met een losse katrol verminder je de kracht die nodig is 

Slide 37 - Tekstslide

Takel
  • De last hangt aan losse katrol --> spankracht in het touw is de helft van het gewicht van de last 
  • Trekkracht?

600 N

Slide 38 - Tekstslide

Takel
Wat je wint aan kracht, verlies je aan afstand. 

Je moet meer touw inhalen. Als je de kist 2m omhoog wil hebben moet je 2 x 2 = 4 m touw inhalen 


Slide 39 - Tekstslide