Les 4 - V3 - intro voca rutina y verbos reflexivos

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

En la clase de hoy:
Vas a aprender los verbos reflexivos
Vas a aprender vocabulario sobre 
la rutina diaria

Tarea: je maakt deze les een persoonlijke
vocabulaire lijstje met handige nieuwe woorden en tu cuaderno.
Kopje: Vocabulario de la clase 10/11/2021

Slide 2 - Tekstslide

¿Cómo se pregunta 'Hoe laat is het'?

Slide 3 - Open vraag

Transcribe la hora + escribe la parte del día
12.30

Slide 4 - Open vraag

Transcribe la hora + escribe la parte del día
1.15

Slide 5 - Open vraag

Transcribe la hora:
10.50

Slide 6 - Open vraag

Objetivo:
Puedo decir la hora en español
😒🙁😐🙂😃

Slide 7 - Poll

Reader página 8, ej. 6
Traduce las palabras.
¿Qué tienen en comun estas palabras?
timer
4:00

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Los verbos reflexivos - haz una foto
Mira el video y escribe:
1. ¿Qué son verbos reflexivos?
2. ¿Cómo formas verbos reflexivos en español?
3. Apunta la traducción española a las siguientes verbos reflexivos:


Zich opmaken
naar bed gaan 
opstaan 
parfum opdoen

zich wassen
haren kammen
tanden poetsen
lachen
zich vervelen

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Zich opmaken
nemen (van drankje)
naar bed gaan
opstaan
parfum opdoen
haren kammen
tanden poetsen
zich vervelen
zich wassen
peinarse
perfumarse
maquillarse
levantarse
cepillarse los dientes
acostarse
aburrirse
tomarse
lavarse

Slide 12 - Sleepvraag

1. ¿Qué son verbos reflexivos?
2. ¿Cómo formas los verbos reflexivos en español?

Slide 13 - Open vraag

Verbos reflexivos
Waaraan herken je een wederkerend werkwoord?


Hoe vervoeg je een wederkerend werkwoord?


eindigt op -se
-se eraf halen, daarna de uitgang eraf halen. 
Vervolgens me, te, se, nos, os, se ervoor zetten
Daar het werkwoord vervoegen zoals je geleerd hebt.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Het wederkerende voornaamwoorden staan:
- altijd voor het vervoegde werkwoord 
Me ducho con agua fría
Me quiero duchar
of
- direct achter het infinitief
Quiero ducharme con agua fría

Slide 17 - Tekstslide

/ Me duermo
Me siento
Me acuesto
Ponerse
Me pongo

Slide 18 - Tekstslide

Otros verbos reflexivos:
  relajarse          concentrarse             cansarse                    aburrirse

   

Slide 19 - Tekstslide

¿Cómo se forma con: tú?

Slide 20 - Tekstslide

¿Cómo conjugas con: él/ella/usted?

Slide 21 - Tekstslide

¿Cómo se forma con: nosotros?

Slide 22 - Tekstslide

¿Cómo se forma en: vosotros?

Slide 23 - Tekstslide

OJO
  1. Sommige werkwoorden zijn in het Spaans wel wederkerend en in het Nederlands niet: despertarse (wakker worden) levantarse (opstaan)
  2. Sommige wederkerende werkwoorden hebben ook een stamklinkerwisseling: despertarse (ie), acostarse (ue) (naar bed gaan), vestirse(e/i) (zich aankleden)
  3. Alléén werkwoorden die eindigen op -se zijn wederkerend, pas dus op dat je niet overal me, te, se etc. voor gaat zetten!!!

Slide 24 - Tekstslide

Zelfstandig aan de slag
De les wordt nu met je gedeeld. 
De opdrachten op de volgende drie slides ga je zelfstandig doen in 15 minuten

Slide 25 - Tekstslide

Practica nuevo vocabulario
El vocabulario de 'presentación'
Schrijf alle nieuwe woorden in je schrift met de vertaling erachter.

(Sleep de balk om jezelf te overhoren!)
timer
6:00

Slide 26 - Tekstslide

Practicar más: el juego de la memoria
Pincha aquí
En scroll naar beneden tot je actividad 1 tegenkomt
(¡puedes escuchar la pronunciación también!)



timer
5:00

Slide 27 - Tekstslide

Sopa de letras
Scroll weer naar beneden tot je sopa de letras tegenkomt

timer
3:00

Slide 28 - Tekstslide

Quizlet/overhoren
Zet de woordjes van de woordenlijst 'la rutina diaria' samen met jouw persoonlijke woordenlijstje van vandaag in Quizlet.
OF
Trabaja en parejas: overhoor elkaar de woordjes van 'La rutina diaria'

Slide 29 - Tekstslide

Evaluación
¿Qué verbos reflexivos conoces?
¿Cómo funcionan los verbos reflexivos?
¿Qué palabras relacionadas a la rutina diaria conoces?
¿Tres palabras tu de lista de vocabulario personal?

Slide 30 - Tekstslide

Los deberes
Estudiar:
Herhalen: aantekeningen: la hora en gustar
Nieuw: aantekeningen verbos reflexivos
Vocabulario: la rutina diaria - zet deze woordjes in Quizlet!

Slide 31 - Tekstslide