3.3 Water op aarde


Blz. 106-107
3.3 Water op aarde
Welkom

ruim je telefoon op!
ga op je vaste plek zitten
pak blz 106 voor je.
deel 1l 1
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les


Blz. 106-107
3.3 Water op aarde
Welkom

ruim je telefoon op!
ga op je vaste plek zitten
pak blz 106 voor je.
deel 1l 1

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde van deze paragraaf:​

weet je hoe water verdeeld is over de aarde en hoe de waterkringloop werkt;​
• begrijp je hoe rivieren die uit gletsjers zijn ontstaan verweringsmateriaal verplaatsen;​
• kun je uitleggen welke verschillen er zijn tussen gletsjerrivieren, regenrivieren en gemengde rivieren;​
• begrijp je waarom er in Nederland veel grind, zand en klei door de rivieren wordt afgezet.​



Slide 2 - Tekstslide

Vanuit de ruimte lijkt de aarde blauw.
De aarde bestaat voor een groot gedeelte uit water.

Hoe komt al dit water daar? 


De blauwe planeet

Slide 3 - Tekstslide

Blz. 106

Slide 4 - Tekstslide

De waterkringloop
grondwater
neerslag
verdamping
infiltratie
wolken

Slide 5 - Tekstslide

Hoe verplaatst water op aarde?
De waterkringloop
  • Korte waterkringloop 
  • Lange waterkringloop 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

Slide 8 - Video

Hoe verplaatsen water en gesteenten zich vanuit de bergen naar de zee?
Hoe ontstaat een gletsjer?
  • neerslag valt als sneeuw hoog op de bergen >
  • er ontstaat een dikke laag sneeuw >
  • door de druk verandert het in ijs >
  • door de zwaartekracht schuift een rivier van ijs naar
      beneden

Hoe ontstaat een gletsjerrivier?
  • In het dal is het warmer en daar smelt het ijs.

Hoe ontstaat verweringsmateriaal?
  • Door wisselende weersomstandigheden vallen rotsen uit
      elkaar. Het materiaal valt naar beneden en rivieren nemen
      het mee.

Blz. 108

Slide 9 - Tekstslide

Hoog in de bergen is het koud. Daarom valt de neerslag daar vaak als sneeuw uit de wolken. Al die lichte sneeuwvlokken vormen uiteindelijk een dikke laag sneeuw. Door het op elkaar drukken van die sneeuwlagen verandert het in ijs. ​

Er vormt zich dan een ijsmassa in het hooggebergte. Door de zwaartekracht schuift die ijsmassa langzaam naar beneden als een rivier van ijs: een gletsjer. 

Als een gletsjer in de buurt van het dal komt, wordt het warmer en smelt het ijs. Er ontstaat dan een snelstromende gletsjerrivier. Het vriest vaak hoog in de bergen. ​

Slide 10 - Tekstslide

Als de zon op de rotsen schijnt, kan er toch water smelten. Dat water bevriest ‘s nachts weer en zo kunnen er door het uitzettende ijs barsten ontstaan in een rots. ​

Uiteindelijk kan de rots door de wisselende weersomstandigheden uit elkaar vallen. Zo ontstaat er veel verweringsmateriaal in de bergen, zoals rotsblokken, stenen en keien. ​
Doordat het verweringsmateriaal naar beneden valt en doordat de gletsjers dit ook meenemen, komen er grote en kleine stenen in de rivieren terecht. In de bergen stroomt het water van de gletsjerrivieren snel. 
Alleen de grotere stenen blijven daardoor op de bodem liggen. ​

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Kaart

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Aan de slag!
  • lees de lesstof op blz 106 tot 108
  •  maak opdracht 1 t/m 6
  • Ben je klaar: pak je laptop en ga via Google maps op zoek naar Gletsjers, of volg een rivier!


Slide 15 - Tekstslide


Blz. 106-107
3.3 Water op aarde
Welkom

Ruim je telefoon op!
Ga op je vaste plek zitten.
Pak voor je blz 109
deel 2

Slide 16 - Tekstslide

Welke soort rivieren zijn er?
Wat is een gemengde rivier?
  • Een rivier van smeltwater waarin ook regenwater komt. De
      Rijn is een gemengde rivier.

Wat is een regenrivier?
  • Een rivier die alleen regenwater bevat. De Maas is een
      regenrivier.

Wat is het stroomgebied van een rivier?
  • Het gebied waarbinnen al het regen- en smeltwater via
      een hoofdrivier in zee stroomt.


Blz. 109

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Link

Waarom worden er in Nederland veel grind, zand en klei afgezet?
Welke wateren horen bij het oppervlaktewater?
  • rivieren, 
  • zeeën
  • meren 
  • sloten 
  • kanalen


De rivieren de Rijn, Maas en Schelde stromen in Nederland niet zo snel meer!



Blz. 110

Slide 19 - Tekstslide

Wat is sedimentatie?
Het neerleggen van verwerings-materiaal als de stroomsnelheid van een rivier afneemt.

Welke sedimenten kom je in Nederland tegen?
  • grind
  • zand
  • klei




Slide 20 - Tekstslide

3.3 WATER OP AARDE
Wat heb je nu geleerd?

Slide 21 - Tekstslide

  • Je weet dat regen verdampt water is.
  • Je weet dat er een korte en lange waterkringloop is.
  • Je weet wat verweringsmateriaal is.
  • Je kent het verschil tussen gemengde rivieren en regenrivieren.
  • Je weet wat sedimentatie is!
  • Hoe beschermen wij ons tegen overstromingen?

Slide 22 - Tekstslide

Aan de slag!
  • lees de lesstof op blz 109 tot 110
  •  maak opdracht 7 t/m 11
  • maak blz 112 herhaling
  • Ben je klaar maak dan de verdiepingsopdracht.


Slide 23 - Tekstslide