1.6 - Natuurwetenschappelijk onderzoek (A4)

Thema 1 
Inleiding in de biologie

VWO 4
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Thema 1 
Inleiding in de biologie

VWO 4

Slide 1 - Tekstslide

Thema 1 - Inleiding in de biologie
1.1 - Wat is biologie?
1.2 - Organen, weefsels en cellen
1.3 - Plantaardige en dierlijke cellen
1.4 - Celorganen
1.5 - Transport door membranen
1.6 - Natuurwetenschappelijk onderzoek

Slide 2 - Tekstslide

1.5 - Transport door membranen
Herhaling

Slide 3 - Tekstslide

Wat is een celmembraan?
A
laagje vet- en eiwitmoleculen om de vacuole
B
laagje vet- en eiwitmoleculen om de kern
C
laagje vet- en eiwitmoleculen om de cel

Slide 4 - Quizvraag

Deze cel(len) heeft(hebben) een celmembraan:
A
plantencel
B
dierencel
C
beide

Slide 5 - Quizvraag

Wat gebeurt er altijd bij diffusie?
A
deeltjes trekken elkaar aan
B
deeltjes verspreiden zich zo goed mogelijk
C
deeltjes verplaatsen zich door een celwand
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 6 - Quizvraag

Wat is osmose?
A
Het passeren van een stof, bijv. zuurstof
B
Het passeren van een stof, bijv. water
C
Het passeren van de stoffen zuurstof en water
D
Het passeren van opgeloste stoffen

Slide 7 - Quizvraag

osmose is een vorm van
A
actief transport
B
passief transport

Slide 8 - Quizvraag

Wanneer treedt plasmolyse op in een plantaardige cel?
A
Als de osmotische waarde van de extracellulaire vloeistof hoger is
B
Als de osmotische waarde van de extracellulaire vloeistof lager is
C
Als de osmotische waarde van extracellulaire vloeistof gelijk is aan de cel

Slide 9 - Quizvraag

Passief transport van deeltjes (diffusie) is altijd....
A
met de concentratiegradiënt mee (van hoog naar laag)
B
tegen de concentratiegradiënt in (van laag naar hoog)

Slide 10 - Quizvraag

Een plantencel wordt in een hypertonische oplossing gelegd. Wat gebeurt er met deze cel?
A
de cel krimpt
B
de cel zwelt op
C
de cel verandert niet van vorm

Slide 11 - Quizvraag

1.6 - Natuurwetenschappelijk onderzoek

Slide 12 - Tekstslide

Doelen van deze paragraaf
Je kan verschillende typen van natuurwetenschappelijk onderzoek omschrijven
Je kan een werkplan maken voor het zelfstandig uitvoeren van een natuurwetenschappelijk onderzoek

Slide 13 - Tekstslide

Onderzoeken
natuurwetenschappelijk probleem -> onderzoeksvraag

- Beschrijvend
- Hypothesetoetsend
- Ontwerpend

Slide 14 - Tekstslide

Beschrijvend onderzoek
Observeren van verschijnselen
Verzamelen gegevens (data)
Gegevens samenvoegen tot een conclusie
Conclusie proberen uit te breiden tot brede regel
Voorbeeld: gedragsonderzoek bij dieren

Kan leiden tot een nieuwe hypothese!

Slide 15 - Tekstslide

Hypothesetoetsend onderzoek
Hypothese: mogelijke verklaring voor verschijnsel of verband tussen verschijnselen

Invloed van variabele A op testgroep
Altijd in duplo: experimenteergroep en controlegroep (blanco)

Slide 16 - Tekstslide

Hypothesetoetsend onderzoek
Hypothese: mogelijke verklaring voor verschijnsel of verband tussen verschijnselen

Kan ook worden uitgevoerd door middel van een steekproef of interviews
Voorbeeld: heeft product A positieve werking op de gesteldheid van mensen

Slide 17 - Tekstslide

Hypothesetoetsend onderzoek
Hypothese: mogelijke verklaring voor verschijnsel of verband tussen verschijnselen

Ook mogelijk: literatuuronderzoek
Gebruik maken van gedane onderzoeken om conclusies over eigen hypothese te trekken

Slide 18 - Tekstslide

Ontwerpend onderzoek
Ontwikkeling van modellen, materialen, instrumenten of systemen als antwoord op een onderzoeksvraag

Model: vereenvoudigde weergave van werkelijkheid
Goed voor experiment op computer die in werkelijkheid niet mogelijk is

Slide 19 - Tekstslide

Fasen van een natuurwetenschappelijk  onderzoek

Slide 20 - Tekstslide

Uitzondering
Bij beschrijvend en ontwerpend: geen hypothese

Bij beschrijvend: geen experimenten, maar verzamelen data

Slide 21 - Tekstslide

Theoriën
Generatio spontanea -> levende organismen uit levenloze materie 

Een theorie is vaak de uitkomst van een onderzoek, gebaseerd op resultaten

Slide 22 - Tekstslide

Aan het werk
opdracht 61 - 67

Straks tweede deel 1.6

Slide 23 - Tekstslide

Werkplan
Wat heb je nodig?
Hoe ga je het uitvoeren?
Hoe zorg je dat je resultaten betrouwbaar zijn?
Hoe ga je je resultaten meten en weergeven?

Slide 24 - Tekstslide

Verslaglegging
Titel
Inleiding
Werkplan, materiaal, methode
Resultaten
Conclusie
Discussie
Literatuur

Slide 25 - Tekstslide

Vragen?

Slide 26 - Tekstslide

Aan het werk
Maken: 61 - 68
Afmaken 1.5

Leren voor toets

Slide 27 - Tekstslide