Woordenschat quiz week 49 t/m 3

Welkom!

Woordenschat met Kidsweek in de Klas | quiz week 49 t/m week 3

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
WoordenschatBasisschoolGroep 4-8

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Welkom!

Woordenschat met Kidsweek in de Klas | quiz week 49 t/m week 3

Slide 1 - Tekstslide




              Lesdoelen
Deze week test je door deze quiz of je de woorden die je de afgelopen drie weken geleerd hebt nog kent. Veel succes!







Veel succes!

Slide 2 - Tekstslide


Welk woord staat hier?

Slide 3 - Open vraag


Is de onderstaande zin WAAR of NIET WAAR?
Een bankrekening is een soort digitaal spaarpotje bij de bank.
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 4 - Quizvraag

Welk plaatje hoort bij het gewas
Sleep het juiste plaatje naar het woord.
het gewas

Slide 5 - Sleepvraag


Wie heeft er gelijk?
Waterstofgas is een drankje met bubbels.
Waterstofgas is een gas dat erg licht is.
A
Scoop met glas
B
Springende Scoop

Slide 6 - Quizvraag


Welk woord beschrijft Scoop?
Wat doe je als je geld op de bank zet?

Slide 7 - Open vraag


Kies het juiste woord.
Het ZAAD / GEWAS werd vroeger met de hand geplukt. 
A
ZAAD
B
GEWAS

Slide 8 - Quizvraag


Oeps, Scoop heeft inkt geknoeid!
Welke woordkaart zie je hier?
Klik op de woordkaart om in te zoomen.

Slide 9 - Open vraag

Welk woord hoort bij welk plaatje? 
Sleep de woorden naar de plaatjes.
1 2 3 4
de pinpas
de pincode
contant geld

Slide 10 - Sleepvraag


Kies het juiste woord.
Het VERBOUWEN / KOPEN van katoen gebeurt vooral in warme landen.
A
VERBOUWEN
B
KOPEN

Slide 11 - Quizvraag

Welke plaatje hoort bij welk woord?
Sleep de woorde naar de plaatjes.
de zeppelin
de luchtballon
de helikopter

Slide 12 - Sleepvraag


Krijg jij zakgeld?
A
JA
B
NEE

Slide 13 - Quizvraag


Welk woord staat hier?
+
p = o

Slide 14 - Open vraag


Wat betekent helium?
A
Een gas (soort lucht) dat erg licht is.
B
Een gas (soort lucht) dat erg zwaar is.

Slide 15 - Quizvraag


Wat zou jij met je zakgeld doen?

Slide 16 - Open vraag

Welke woorden hebben te maken met oogsten? Sleep de woorden naar het plaatje.
oogsten
rijpe groenten
het planten van zaden
rijp fruit
windrichting
van het land halen
jagen

Slide 17 - Sleepvraag


Wat betekent tanken?

Slide 18 - Open vraag


Is onderstaande zin WAAR of NIET WAAR?
Iets laten groeien uit zaad is verbouwen.
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 19 - Quizvraag


Welk woord staat hier?
+
d = z

Slide 20 - Open vraag


Kies het juiste woord.
Deze manier van OOGSTEN / VOEREN gebeurt tegenwoordig vaak met machines.
A
OOGSTEN
B
VOEREN

Slide 21 - Quizvraag

Je hebt de quiz af! Scoop is trots op jou.
Tot de volgende keer!

Slide 22 - Tekstslide