Psychoanalyse

Psychoanalyse
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
MMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Psychoanalyse

Slide 1 - Tekstslide

Wat heb je vannacht gedroomd?

Slide 2 - Tekstslide

Onderwerpen
  1. Freud
  2. Uitgangspunten
  3. Bewuste/voorbewuste/onbewuste
  4. Hypnose en Droomduiding
  5. Id/ego/superego
  6. Hechtingstheorie (Bowlby)
  7. Verdedigingsmechanismen
  8. Overdracht/tegenoverdracht
  9. Kanttekeningen

Slide 3 - Tekstslide

Siegmund Freud

Slide 4 - Woordweb

Slide 5 - Video

Wat weet je over Siegmund Freud?

Slide 6 - Open vraag

Freud(1856-1939)
  • Grondlegger van de psychoanalyse
  • Neuroloog uit Oostenrijk-Hongarije
  • Een van de meest invloedrijke psychologen en denkers van de 20e eeuw

Slide 7 - Tekstslide

Psychoanalyse
Wat is het?


In gespreken (veelal liggend) waarin je helemaal vrij bent het onbewuste naar boven laat komen 


Slide 8 - Tekstslide

Topografisch model
In zijn model van de psyche onderscheidde Freud drie bewustzijnsniveaus waarop de psychische processen plaatsvinden

Slide 9 - Tekstslide

Bewuste/voorbewuste/onbewuste
Bewuste
  


Voorbewuste

Onbewuste




Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Maak je eigen ijsberg
Hoe zit jij in deze les?
Wat laat je zien
Waar denk je aan?
Hoe voel jij je?

Slide 12 - Tekstslide

Structureel model

Slide 13 - Tekstslide

Id
Driften

Bevrediging van behoeften

Bij pasgeboren baby bestaat alleen het Id

Slide 14 - Tekstslide

Ego
Rede, gezond verstand
Het IK
Redeneren, bewust afwegen, beslissen
Eisen van het Id en de realiteit op elkaar afstemmen

Slide 15 - Tekstslide

Superego
  • Opper-ik of geweten
  • Tot de orde roepen
  • Vermaatschappelijken van het kind (waarden en normen van de maatschappij worden toegeëigend)
  • Ik-ideaal

Slide 16 - Tekstslide

Id
ego
superego
instinct
gezond verstand
aangepast aan maatschappij

Slide 17 - Sleepvraag

Slide 18 - Tekstslide

Wat haal je hieruit?

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Slide 27 - Tekstslide

Verdedigingsmechanismen

Slide 28 - Tekstslide

Afweermechanismen
 ontkennen of onderdrukken van wensen, gevoelens etc.

 Er wordt onderscheidt gemaakt tussen neurotische, volwassen en primitieve verdedigingsmechanismen.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

Neurotische verdedigingsmechanismen
  • Verdringing = onaanvaardbare wensen, impulsen of fantasieën worden uit het bewuste verbannen

  • Verplaatsing= Gevoelens die verbonden zijn aan een situatie of een persoon worden gericht op een andere situatie of persoon.

  • Reactieformatie= Een onaanvaardbare wens of impuls wordt geneutraliseerd door juist het tegenovergestelde gedrag te vertonen

Slide 32 - Tekstslide

Neurotische verdedigingsmechanismen
  • Isoleren van gevoel= De herinnering aan een traumatische gebeurtenis wordt opgehaald zonder dat de daarbij behorende emoties worden herinnerd.
  • Ongedaan maken= Angstaanjagende gedachten worden onschadelijk gemaakt door middel van rituelen (obsessief-compulsieve stoornis).
  • Somatiseren = Onbewuste wensen worden tot uitdrukking gebracht door middel van lichamelijke klachten

Slide 33 - Tekstslide

Neurotische verdedigingsmechanismen
Vermijding = Situaties of gedachten die angst of schaamte oproepen worden vermeden.

 
Rationaliseren = Het verdraaien van de werkelijkheid zodat een negatieve situatie of negatieve informatie positiever wordt.

Slide 34 - Tekstslide

Volwassen  verdedigingsmechanismen
Sublimatie = Onaanvaardbare wensen worden omgezet in sociaal aanvaardbaar gedrag

Altruïsme = Het ondergeschikt maken van de eigen belangen aan die van de ander
Humor = zelfspot om met vervelende situatie of gebeurtenissen om te gaan.




Slide 35 - Tekstslide

Primitieve verdedigingsmechanismen
Ontkenning = Het afsluiten voor en ontkennen van traumatische ervaringen of gebeurtenissen


 

Projectie= Proces waarbij iemand zijn onbewuste gevoelens toeschrijft aan een ander.

Slide 36 - Tekstslide

Opdracht
Voorbeelden bij verschillende verdegingsmechanismen
1 van de verschillende afweren

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Vrije associatie
Het eerste wat in je opkomt:

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Video

Wat zie je?

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Ben jij je bewust van je positie?
Kun je een situatie uit je stage bedenken waarin dit misschien speelde?

Slide 44 - Tekstslide

Samenvattend:

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Psychoanalyse
achterhaald, niet meer gebruikt maar wordt gezien als de start van psychotherapie

Slide 47 - Tekstslide

Droomanalyse/hypnose
Sigmund Freud zag dromen als ‘de koninklijke weg naar het onbewuste’.

Wat symboliseren je dromen?

Slide 48 - Tekstslide

Wat heb je vannacht gedroomd?

Slide 49 - Tekstslide