Bouwstenen van een verhaal: personages

Bouwstenen van een verhaal: personages

1 / 35
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsDomeinoverschrijdendLeerjaar 4

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Bouwstenen van een verhaal: personages

Open met het idee dat lezers vaak eerst via personages begrijpen wat er op het spel staat in een verhaal. De les focust op rol, functie en uitwerking van personages.

Welke personages uit verhalen (boek/film/serie) schieten je meteen te binnen?

Gebruik de inzendingen om voorkennis te activeren. Vraag daarna kort: welke van deze figuren is hoofdpersonage, tegenstander of helper?

Welke begrippen ken je nog over personages in verhalen?

Gebruik de inzendingen om voorkennis te activeren. Vraag daarna kort: welke van deze figuren is hoofdpersonage, tegenstander of helper?

Waarom personages belangrijk zijn

In een verhaal is er vaak een duidelijke rolverdeling tussen personages. Die rolverdeling helpt de lezer begrijpen:

  • wie het verhaal draagt

  • wie voor conflict zorgt

  • wie ondersteunt of tegenwerkt

  • welke personages vooral sfeer of achtergrond geven


Zo wordt een verhaal overzichtelijker en spannender.

Benadruk dat 'belangrijk' niet alleen betekent: veel tekst krijgen. Een personage is belangrijk als het mee bepaalt wat er gebeurt.

Personages op basis van hun rol

Benadruk dat 'belangrijk' niet alleen betekent: veel tekst krijgen. Een personage is belangrijk als het mee bepaalt wat er gebeurt.

De protagonist

De protagonist is het hoofdpersonage.

  • rond dit personage draait het verhaal

  • hij of zij krijgt meestal een probleem of doel

  • de lezer volgt vooral deze figuur

  • de spanning ontstaat vaak door wat de protagonist wil bereiken

Zeg erbij dat de protagonist niet altijd 'goed' of sympathiek hoeft te zijn. Het is vooral de centrale figuur van wie we het traject volgen.

Voorbeeld van een protagonist

Roodkapje kan je zien als protagonist.


Zij staat centraal in het verhaal en krijgt een duidelijke opdracht: naar grootmoeder gaan. Onderweg botst ze op een probleem, want de wolf doorkruist haar pad. Daardoor wil de lezer weten of ze haar doel nog veilig kan bereiken.

Je kunt ook een moderner voorbeeld geven, zoals Harry Potter of Katniss Everdeen, zolang de rol van centrale figuur duidelijk blijft.

De antagonist

De antagonist is de tegenspeler van de protagonist.


  • hij of zij maakt het de protagonist moeilijk

  • de antagonist werkt een doel tegen

  • in klassieke verhalen is dit vaak een slechterik

  • de antagonist veroorzaakt vaak mee de crisis in het verhaal

Maak duidelijk dat een antagonist niet per se een persoon hoeft te zijn in bredere verteltheorie, maar blijf in deze les bij personages omdat dat de focus van de opdracht is.

Protagonist versus antagonist

Hun relatie zorgt vaak voor conflict.


  • protagonist wil iets bereiken

  • antagonist werkt tegen

  • spanning neemt toe

= DRAMA



Gebruik deze slide om het verschil tussen 'hoofdpersoon' en 'tegenstander' scherp te zetten. Het conflict hoeft niet altijd fysiek te zijn; het kan ook sociaal of psychologisch zijn.

Voorbeeld van een antagonist

In Roodkapje is de wolf de antagonist.


Hij maakt de tocht van Roodkapje gevaarlijker en verhindert dat haar doel vanzelf bereikt wordt. Zijn optreden is de directe aanleiding voor de crisis: het bezoek aan grootmoeder verandert in een bedreigende situatie.

Deze slide heeft geen instructies

Welke omschrijving past het best bij de protagonist?

A

centrale figuur

B

achtergrondfiguur

C

vaste helper

D

stille getuige

De protagonist is de centrale figuur van wie we het traject volgen. De distractoren verwijzen naar andere mogelijke functies in een verhaal.

Vul de kernbegrippen aan

De protagonist is het hoofdpersonage rond wie het verhaal draait. De antagonist werkt dat personage tegen en vergroot zo het conflict in het verhaal. In Roodkapje is de wolf daarvan het duidelijkste voorbeeld.

protagonist
antagonist
conflict
de wolf
figurant
nevenfiguur
decor
grootmoeder

Alle begrippen komen letterlijk of bijna letterlijk uit de vorige slides en het voorbeeld van Roodkapje.

Waarom maakt een antagonist een verhaal spannender?

Verwachte elementen: een sterk antwoord benoemt dat de antagonist het doel van de protagonist dwarsboomt, spanning opbouwt en vaak mee de crisis veroorzaakt. Mogelijke toepassing: de wolf maakt Roodkapjes tocht gevaarlijk en verhindert een vlotte aankomst.

Is een antagonist altijd slecht? Leg uit.

Verwachte elementen: een sterk antwoord benoemt dat de antagonist het doel van de protagonist dwarsboomt, spanning opbouwt en vaak mee de crisis veroorzaakt. Mogelijke toepassing: de wolf maakt Roodkapjes tocht gevaarlijk en verhindert een vlotte aankomst.

Nevenfiguren

Nevenfiguren zijn minder centraal dan de protagonist en antagonist.

  • ze helpen het hoofdpersonage of werken het tegen

  • over hen kom je minder te weten

  • ze hebben vaak één of twee duidelijke kenmerken

  • ze reageren vaak op een herkenbare, vaste manier

Maak onderscheid tussen nevenfiguren en figuranten: nevenfiguren hebben wel degelijk een functie in de handeling.

Voorbeelden van nevenfiguren

Denk aan figuren zoals:

  • de helper die advies geeft

  • de vriend die steun biedt

  • de jaloerse klasgenoot

  • de strenge ouder


Ze zijn niet het centrum van het verhaal, maar beïnvloeden wel het verloop ervan.

Je kunt hier leerlingen laten denken aan bekende verhalen, maar verwerk geen opdracht op de slide. Mondeling kan je voorbeelden laten noemen.

Figuranten

Figuranten geven kleur aan de achtergrond.


ze zijn niet echt belangrijk voor de verhaallijn

  • ze zorgen voor een geloofwaardige omgeving

  • ze kunnen een plaats of situatie levendig maken

  • meestal leer je bijna niets over hen

Voorbeelden: klanten in een winkel, voorbijgangers op straat, leerlingen op een speelplaats. Ze vullen de wereld van het verhaal, maar sturen het verhaal niet.

Wat onderscheidt een nevenfiguur van een figurant?

A

meer spreektijd

B

meer invloed

C

grotere leeftijd

D

betere eigenschappen

Een nevenfiguur beïnvloedt het verloop van het verhaal; een figurant geeft vooral achtergrond en sfeer.

Vul de juiste personagesoorten aan

Een nevenfiguur helpt het hoofdpersonage of werkt het tegen. Over zo'n personage kom je meestal minder te weten. Een figurant is niet echt belangrijk voor de verhaallijn, maar maakt de omgeving wel geloofwaardig.

nevenfiguur
minder
figurant
geloofwaardig
protagonist
meer
antagonist
gevaarlijk

De laatste twee slides leggen precies dit onderscheid uit: functie in de handeling versus achtergrondkleur.

Personages op basis van hun diepgang (karakter)

Niet alleen de rol van een personage is belangrijk, maar ook de uitwerking ervan.


Daarom maken we vaak onderscheid tussen:

  • volle karakters

  • vlakke karakters


Dat zegt iets over hoe complex en veranderlijk een personage is.

Deze overgang is belangrijk: tot nu toe ging het om functie in het verhaal, nu gaat het om de manier waarop een personage wordt voorgesteld.

Volle karakters

Volle karakters lijken op echte mensen.


  • ze hebben verschillende karaktertrekken

  • ze kunnen tegenstrijdig zijn

  • je leert hen beter kennen in de loop van het verhaal

  • ze maken vaak een evolutie door (= karakterontwikkeling)

Benadruk dat 'vol' niet betekent: altijd goed uitgelegd in één keer. Het gaat om gelaagdheid en ontwikkeling.

Voorbeeld van een vol karakter

Een vol karakter kan tegelijk moedig en onzeker zijn.


Zo'n personage reageert niet altijd voorspelbaar. Door ervaringen in het verhaal verandert het vaak van inzicht, houding of gedrag.

Gebruik eventueel een bekend voorbeeld uit literatuur of film dat de klas kent. Het hoeft geen canoniek werk te zijn; de kenmerken zijn belangrijker dan de titel.

Vlakke karakters

Vlakke karakters zijn eerder stereotiep.


ze hebben meestal één opvallende eigenschap

  • ze blijven vrij onveranderlijk

  • ze reageren vaak op dezelfde manier

  • ze zijn snel herkenbaar voor de lezer

Leg uit dat vlakke karakters niet 'slecht geschreven' hoeven te zijn. Ze kunnen heel functioneel zijn, bijvoorbeeld in sprookjes, humor of satire.

Voorbeeld van een vlak karakter

De boze stiefmoeder in een klassiek sprookje is vaak een vlak karakter.


Ze wordt vooral getoond als jaloers en hard. Haar gedrag verandert nauwelijks, waardoor de lezer meteen weet welke rol ze speelt.

Maak duidelijk dat sprookjes vaak met vlakke karakters werken omdat herkenbaarheid en symbolische functies daar belangrijk zijn.

Vol en vlak vergeleken

Vol karakter

Vlak karakter

  • één dominante eigenschap

  • blijft meestal gelijk

  • voorspelbaar gedrag

  • werkt vaak als type of stereotype

  • meerdere karaktertrekken

  • kan veranderen

  • minder voorspelbaar

  • lijkt op een echt mens

Gebruik deze slide als samenvattend contrast. Laat zien dat een protagonist vol of vlak kan zijn, en een nevenfiguur ook.

Voorbeeldanalyse

In veel verhalen is het hoofdpersonage een vol karakter, omdat de lezer diens ontwikkeling volgt.


Een nevenfiguur of antagonist kan vlak blijven als die vooral een duidelijke functie heeft. Zo combineert één verhaal vaak verschillende soorten personages.

Dit is een belangrijk nuancepunt: rol en diepgang zijn twee verschillende indelingen. Een antagonist kan dus ook een vol karakter zijn.

Waarom zijn rol en diepgang niet hetzelfde?

Verwachte elementen: leerlingen moeten verwoorden dat rol en diepgang twee verschillende indelingen zijn. Een protagonist kan vol of vlak zijn; een antagonist ook. Een goed antwoord koppelt dus functie in het verhaal niet automatisch aan complexiteit.

Vul de vergelijking aan

Een vol karakter heeft meerdere karaktertrekken en kan veranderen in de loop van het verhaal. Een vlak karakter heeft vaak één dominante eigenschap en reageert meestal voorspelbaar.

vol
veranderen
vlak
voorspelbaar
neven
verdwijnen
rond
twijfelend

Echoot rechtstreeks de samenvattende contrastslide. Let erop dat 'vol' en 'vlak' hier over uitwerking gaan, niet over rol.

Voorbeeld

Toen de leerkracht vroeg wie de ruit had gebroken, keek Elias naar zijn schoenen. Hij wist precies wat er gebeurd was. Achter hem schoof zijn beste vriend zenuwachtig op zijn stoel.

'Ik heb niets gezien', zei Elias.

Tijdens de pauze liep hij niet mee naar het voetbalveld. Hij bleef bij de kapotte ruit staan en haalde zijn telefoon boven. Drie keer typte hij een bericht aan de leerkracht. Drie keer verwijderde hij het.

Dit is een belangrijk nuancepunt: rol en diepgang zijn twee verschillende indelingen. Een antagonist kan dus ook een vol karakter zijn.

Welke twee karaktereigenschappen kan je bij Elias afleiden? Onderbouw telkens met een voorbeeld.


Verwachte elementen: leerlingen moeten verwoorden dat rol en diepgang twee verschillende indelingen zijn. Een protagonist kan vol of vlak zijn; een antagonist ook. Een goed antwoord koppelt dus functie in het verhaal niet automatisch aan complexiteit.

Waarom kunnen we Elias niet eenvoudig als uitsluitend eerlijk of oneerlijk beschouwen?


Verwachte elementen: leerlingen moeten verwoorden dat rol en diepgang twee verschillende indelingen zijn. Een protagonist kan vol of vlak zijn; een antagonist ook. Een goed antwoord koppelt dus functie in het verhaal niet automatisch aan complexiteit.

Welk effect heeft de voorstelling van Elias op jou als lezer?


Verwachte elementen: leerlingen moeten verwoorden dat rol en diepgang twee verschillende indelingen zijn. Een protagonist kan vol of vlak zijn; een antagonist ook. Een goed antwoord koppelt dus functie in het verhaal niet automatisch aan complexiteit.

Hoe maak je een sterke analyse?

Dit is een belangrijk nuancepunt: rol en diepgang zijn twee verschillende indelingen. Een antagonist kan dus ook een vol karakter zijn.

Wat is één inzicht uit deze les dat je onthoudt?

Vrije reflectie. Mogelijke invalshoeken: protagonist/antagonist, nevenfiguur versus figurant, vol versus vlak.

Begrippenkader

protagonist - het hoofdpersonage rond wie het verhaal draait

antagonist - de tegenspeler die de protagonist tegenwerkt

nevenfiguur - een minder centraal personage met een ondersteunende of tegenwerkende rol

figurant - een personage dat vooral achtergrond en sfeer geeft

vol karakter - een gelaagd personage met meerdere trekken en vaak ontwikkeling

vlak karakter - een stereotiep, vrij onveranderlijk personage

crisis - het beslissende of spannende probleem in het verhaal

Deze slide heeft geen instructies