slavenhandel en Suriname DMB deel 1






Suriname en Nederland
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les






Suriname en Nederland

Slide 1 - Tekstslide

In deze les leer je:
- Hoe Suriname ingelijfd en uitgebuit werd door de Nederlandse WIC
- Waarom in Suriname de slavernij werd afgeschaft

Slide 2 - Tekstslide

Slavernij

Slide 3 - Tekstslide


Waarom slavernij?


  • Veel plantages lagen in Zuid-Amerika en waren bezit van Europeanen
  • Plantageprducten, zoals koffie, tabak, katoen en suiker, zijn erg populair in Europa
  • Om de producten te verbouwen waren veel landarbeiders nodig.
  • De oorspronkelijke bewoners van dit gebied waren volgens de Europeanen 'ongschikt' voor deze arbeid...of al uitgemoord in de eeuwen ervoor...



Slide 4 - Tekstslide


Transatlantische slavenhandel

  • Europese handelaren namen producten, zoals munitie, wapens en alcohol mee naar Afrika.
  • Daar werden ze door Afrikaanse stammen geruild tegen slaven: dit waren meestal gevangengenomen leden van andere Afrikaanse stam. 
  • Deze slaven werden vervolgens vervoerd naar slavenmarkten in Zuid-Amerika





De afbeelding laat zien op welke wijze slaven werden vervoerd op een slavenschip. Dergelijke tekeningen werden meestal gemaakt om aan te geven op welke vreselijke manier de slaven werden vervoerd. Deze tekening is gemaakt in opdracht van een commissie van de Engelse regering.

Slide 5 - Tekstslide

Driehoekshandel
  1. Vanuit de Republiek werden vuurwapens, katoenen stoffen, goud en zilver verscheept naar West-Afrika om slaven te kopen ->
  2. De slaven werden verscheept naar Noord- en Zuid-Amerika om aan plantagehouders te worden verkocht ->
  3. Op de terugweg naar de Republiek namen ze katoen, suiker, tabak en koffie mee -> ze voeren in een driehoek -> Europa - Afrika - Amerika - Europa

Slide 6 - Tekstslide


Aan boord van een slavenschip

  • Vervoer en behandeling van de tot slaaf gemaakte mensen was vreselijk
  • Slaven werden vaak naakt en geketend aan elkaar vervoerd
  • Onhygiënische en ziekmakende omstandigheden leidden vaak tot de dood
  • Dode slaven werden, zonder enige vorm van respect, overboord gegooid.
  • Een slavenschip kon je soms op 5 zeemijlen (9 kilometer) afstand ruiken







Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Fort El Mina 
  • Afrikaanse stammen waren niet constant in oorlog, dus ook geen constante toevoer van slaven -> Portugal bouwde fort El Mina om slaven 'op te slaan'.

Slide 9 - Tekstslide

Brazilië en slavenhandel
  • In 1630 veroverde de WIC Portugees Brazilië + (slaven)plantages -> er waren slaven nodig -> fort El Mina werd veroverd. 
  • Aruba, Bonaire en Curaçao werden doorvoerstations voor Suriname/Brazilië
  • Weinig Nederlanders wilden in de kolonies wonen -> na 20 jaar werd Brazilië opgegeven.
  • WIC bleef wel in de trans-Atlantische slavenhandel = winstgevend 

Slide 10 - Tekstslide


Slavenmarkten

  • De slaven die het overleefden werden verkocht op slavenmarkten
  • Daar werden de slaven 'opgepoetst' om er goed uit te zien.
  • Slaven waren niet goedkoop: ongeveer 200 gulden. Dat zou tegenwoordig ongeveer €2000 zijn. Voor die tijd waren dit enorme bedragen.
  • ...maar eigenlijk kocht je dus een mens voor een paar duizend euro...







Fort Elmina in Ghana, Afrika, was het fort waar vanuit Afrikaanse slaven werden 'ingekocht' en 'verscheept' naar Zuid-Amerika. 

Slide 11 - Tekstslide

Slaven
  • Slaven waren duur = dus belangrijk om ze gezond te houden -> 20% overleefde overtocht niet = hetzelfde als de scheepsbemanning -> maakten elkaar ziek met ziektes.
  • Op slavenmarkten werden slaven gebrandmerkt = eigendomsbewijs
  • Constant nieuwe slaven nodig door wrede behandeling en inheemse en Europese ziektes.

Slide 12 - Tekstslide


Op de plantages

  • Slaven moesten hard werken onder vreselijke omstandigheden
  • Regelmatig werden slaven mishandeld en/of verkracht
  • Slaven werden soms gebrandmerkt, net zoals dat bij vee gebeurt. Hiermee kon iedereen zien wie de eigenaar van de slaaf was
  • De meeste plantagehouders hadden blanke opzichters in dienst, maar er waren ook zwarte opzichters: de basja’s








Een halsklem en handboeien waarmee de slaven gevangen worden gehouden.

Slide 13 - Tekstslide


Opstanden

  • Slavenopstanden kwamen maar weinig voor. Dit kwam omdat:
  1.  de slavenhouders de slaven geboeid hadden
  2. de slavenhouders goed bewapend waren
  3. de slaven uit verschillende delen van Afrika kwamen en elkaar daardoor niet goed begrepen. Ze konden zich daardoor niet organiseren
  4. sommige slaven bewust voor de dood kozen bijvoorbeeld door verhongering








Er is een aantal slavenopstanden geweest, bijvoorbeeld die onder leiding van Boni in Suriname (1757-1793) en die van Tula op Curaçao (1795)

Op de foto zie je Desenkadena ('verbreken van de ketenen'), ook wel het Tula monument genoemd. Het staat op de plek waar de opstand begon.

Slide 14 - Tekstslide

Wereldeconomie
  • Met de VOC en de WIC verbond de Republiek de economieën van Europa, Azië, Afrika en Amerika = wereldeconomie.
  • Engeland werd jaloers -> Acte van Navigatie -> alleen Engelse schepen mochten goederen van en naar Engeland vervoeren -> Twee Engelse zeeoorlogen 1652 - 1654 en 1665.
  • De Engelsen namen wraak door Fort Nieuw Amsterdam te belegeren: keuze-> bevolking uitgemoord of ruilen?
  • Na deze oorlog werd Nieuw Amsterdam geruild tegen Suriname
  • Nieuw Amsterdam werd Nieuw York

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Nagetekende versie van de Castellokaart van Nieuw-Amsterdam door John Wolcott Adams en I.N. Phelps Stokes. Gemaakt in 1916.

Slide 17 - Tekstslide

Plantagekolonie Suriname
  • Grootste plantagekolonie van de Republiek
  • Suikerriet- en koffieplantages
  • Opbrengst ging naar Europa
  • Vaak vluchtten de slaven (marrons = letterlijk 'gevlucht vee') het oerwoud in -> overvielen plantages om slaven te bevrijden en om aan vrouwen te komen.
  • 1 juli 1863 werd slavernij verboden -> Keti Koti = verbroken ketting

Slide 18 - Tekstslide

 De 'marrons' - de gevluchte slaven.
De overeenkomsten zijn te zien in de manier waarop ze zich kleden. 
Dit is nog steeds terug te zien in Suriname, wanneer de mensen een feest houden met mooie kleren.

Slide 19 - Tekstslide

Vraag 7

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

1863: Afschaffing slavernij
 'verbroken ketenen'
1863-1873: Chinese contract-arbeiders naar Suriname
  Suriname vóór WO II

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video

Moet Nederland excuses aanbieden aan Suriname volgens jou?

Slide 27 - Open vraag

welke andere vormen van slavernij bestaan er?

Slide 28 - Open vraag

Wat zou jij tegen moderne vormen van slavernij kunnen doen?

Slide 29 - Open vraag

Slide 30 - Video