Quiz Duits- einde lj 2

Duits quiz
Die letzte Deutschstunde von Frau Hogvonder!
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo k, havoLeerjaar 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Duits quiz
Die letzte Deutschstunde von Frau Hogvonder!

Slide 1 - Tekstslide

Duits, wat weet je na 2 jaar?
Wie heeft de meeste Duits kennis?

Er volgen nu een aantal vragen...

Slide 2 - Tekstslide

Wat is in het Duits: "Hoe gaat het met je?"
A
Wie geht es du?
B
Wie geht es dir?
C
Wie geht es dich?

Slide 3 - Quizvraag

Heeft Duitsland een koning of koningin?
A
Ja!
B
Nein!

Slide 4 - Quizvraag

Waar staat dit bekende Stadion?
A
Berlin
B
München
C
Köln

Slide 5 - Quizvraag

Hoe heet dit bekende gebouw?
A
Berliner Dom
B
der Reichstag
C
Brandenburger Tor

Slide 6 - Quizvraag

Richtig oder falsch?
De maanden worden in het Duits met een Hoofdletter geschreven.
A
richtig
B
falsch

Slide 7 - Quizvraag

richtig oder falsch? "die-woorden" noemen we onzijdig.
A
richtig
B
falsch

Slide 8 - Quizvraag

"dürfen" betekent in het Nederlands:

Slide 9 - Open vraag

Wat is de juiste vorm?
Wir .... in der Schule nicht rauchen.
A
dürft
B
darf
C
dürfen

Slide 10 - Quizvraag

Wat zijn de kleuren van de Duitse vlag (van boven naar beneden)?
A
zwart-rood-geel
B
rood-zwart-geel
C
geel-zwart-rood

Slide 11 - Quizvraag

Wie spät ist es?
A
Es ist Viertel vor fünf.
B
Es ist Viertel vor vier.
C
Es ist fast vier Uhr.
D
Es ist Viertel nach vier.

Slide 12 - Quizvraag

Wie spät ist es?
A
Es ist Viertel nach neun.
B
Es ist Viertel vor neun.
C
Es ist fast zehn Uhr.
D
Es ist Viertel nach acht.

Slide 13 - Quizvraag

Er komt nu een sleepvraag..

Wat is de vertaling van de vraagwoorden? 

Slide 14 - Tekstslide

hoe
waarom
waar
wanneer
wat
waarheen
wie
woher
warum
wo
wann
wer
wohin
was
wie
waarvandaan

Slide 15 - Sleepvraag

Het Duitse voetbalteam wordt .. genoemd.
A
die Fußballspieler
B
die Mannschaft

Slide 16 - Quizvraag

Welke automerken komen uit Duitsland?
A
Audi, BMW, Porsche
B
Audi, Porsche, Renault
C
Volkswagen, BMW, Fiat

Slide 17 - Quizvraag

Wat is de oudste stad van Duitsland?
A
Oldenburg
B
Berlin
C
Trier
D
Stuttgart

Slide 18 - Quizvraag

Wie zie je op de achtergrond?
A
Steffi Graf
B
Angela Merkel
C
Claudia Pechstein
D
Helene Fischer

Slide 19 - Quizvraag

Hoeveel "Bundesländer" heeft Duitsland?
Tekst
A
12
B
14
C
16
D
10

Slide 20 - Quizvraag

Welk lied hebben we in klas 2 behandeld?
A
Lieblingsmensch
B
Feuerwerk
C
Regenbogenfarben
D
Auf deine Freiheit

Slide 21 - Quizvraag

Welke woorden schrijf je in het Duits met een Hoofdletter?
A
werkwoorden
B
bijvoeglijke naamwoorden
C
zelfstandige naamwoorden
D
bijwoorden

Slide 22 - Quizvraag

In welke maand start het "Oktoberfest"?

Slide 23 - Open vraag

Er komt nu een sleepvraag..
Hoe heten de feestdagen in het Duits?

Slide 24 - Tekstslide

Pasen
Pinksteren
Kerst
Oud en nieuw
Pfingsten
Ostern
Weihnachten
Silvester

Slide 25 - Sleepvraag

Op welk plaatje zie je: "Flammkuchen"?
A
B
C

Slide 26 - Quizvraag

Op welk plaatje zie je: "Lebkuchen"?
A
B
C
D

Slide 27 - Quizvraag

Nu nog een paar bonusvragen...

Slide 28 - Tekstslide

Waar staat de afkorting HARIBO voor?
A
Het is een merknaam. geen speciale betekenis
B
voornaam-achternaam-woonplaats van der bedenker
C
eerste letters van de kinderen van de bedenker
D
eerste letters van de huisdieren van de bedenke

Slide 29 - Quizvraag

Wat is bekend Duits snoep?
A
Lakritz
B
Fudge
C
Gummibären
D
Süßigkeiten

Slide 30 - Quizvraag

Wanneer viel de Berlijnse muur?
A
1958
B
1970
C
2018
D
1989

Slide 31 - Quizvraag

Slide 32 - Tekstslide