Lesen mini-proefexamen

Herzlich willkommen:)
1 / 7
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 7 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Herzlich willkommen:)

Slide 1 - Tekstslide

Was machen wir heute?
Nabespreken huiswerk M3K
Aantekeningen
Mini-oefen examen maken

Slide 2 - Tekstslide

Nabespreken huiswerk
Aufgabe 44 und 46, Seite 165-167
Oefenen met mini-examens 

Slide 3 - Tekstslide

Aantekening leesvaardigheid
1) Absatz= alinea
2) Lücke = op de open plek
3) Aussage = uitspraak
4) Zitat = Citaat
5) Grund = reden
6) Satz = zin




Slide 4 - Tekstslide

Signaalwoorden --> aantekening
aber --> maar
denn --> want
- "'; : zijn ook signalen
sogar--> zelfs
nicht nur ..sondern auch --> niet alleen, maar ook
Trotzdem --> toch/desondanks
zwar ....aber --> enerzijds........maar anderzijds
deswegen --> daarom
jedoch --> echter
weil --> omdat
auch --> ook
außerdem --> bovendien
zum Beispiel --> bijvoorbeeld


Slide 5 - Tekstslide

Zinnen (aantekening)
Welches Wort passt im Sinne des Textes in die Lücke in Absatz 3?
→ Welk woord past, gezien de betekenis van de tekst, in de lege plek in alinea 3?
Welche Aussage stimmt mit Absatz 6 überein?
→ Welke uitspraak komt overeen met alinea 6?
In Absatz 1 wird gesagt, dass ......
→ In alinea 1 wordt gezegd dat ...
Zu welchem Absatz gehören die Aussagen? Ergänze die Tabelle.
→ Bij welke alinea horen de uitspraken? Vul de tabel aan.
Was sagt ....... ?
→ Wat zegt ...?
Welcher Titel passt zu Absatz 2?
→ Welke titel past bij alinea 2?

Aantekening: belangrijke zinnen leesvaardigheid


1) Welches Wort passt im Sinne des Textes in die Lücke in Absatz 3?
→ Welk woord past, gezien de betekenis van de tekst, in de lege plek in alinea 3?
2) Welche Aussage stimmt mit Absatz 6 überein?
Welke uitspraak komt overeen met alinea 6?
3) In Absatz 1 wird gesagt, dass ......
In alinea 1 wordt gezegd dat ...
4) Zu welchem Absatz gehören die Aussagen? Ergänze die Tabelle.
Bij welke alinea horen de uitspraken? Vul de tabel aan.
5) Was sagt ....... ?
Wat zegt ...?
6) Welcher Titel passt zu Absatz 2?
Welke titel past bij alinea 2?

Slide 6 - Tekstslide

Mini-proefexamen maken
Markeren/onderstrepen, bewijs verzamelen

Slide 7 - Tekstslide