Een ontwikkelingsland is een land waar de inkomens en productie laag zijn.
Ontwikkelingsland
Slide 3 - Tekstslide
Ontwikkelingslanden
Economische achterstand bij ontwikkelingslanden:
Gebrek aan scholing
Slechte infrastructuur
Protectiemaatregelen van rijkere landen
Hoge schulden
Slide 4 - Tekstslide
Ontwikkelingslanden
De kenmerken van een ontwikkelingsland zijn:
Armoede
Slechte gezondheidszorg
Weinig onderwijs
Slide 5 - Tekstslide
Koopkracht
Koopkracht -> De hoeveelheid producten die je kunt kopen
Je koopkracht hangt af van:
- je inkomen: hoe hoger je inkomen, hoe groter je koopkracht.
- de prijzen van producten: hoe hoger de prijzen, hoe kleiner je koopkracht.
Slide 6 - Tekstslide
Eén van de grootste oorzaken van armoede is armoede. Ontwikkelingslanden zitten vaak vast in de vicieuze cirkel van armoede.
Oorzaken van armoede
Slide 7 - Tekstslide
voorbeeld
Armoede is het gevolg van armoede. Het bevind zich in een vicieuze cirkel.
Slide 8 - Tekstslide
Vicieuze cirkel
Armoede leidt tot armoede
Een situatie waar je op eigen kracht niet uit kunt komen. Veel ontwikkelingslanden zitten in zo'n cirkel.
Slide 9 - Tekstslide
Vicieuze cirkel
Armoede is vaak de oorzaak van andere problemen.
Wanneer het één de oorzaak is voor een ander probleem, noem je dit een vicieuze cirkel.
De cirkel doorbreken? Hier is hulp van buitenaf voor nodig.
Slide 10 - Tekstslide
6.2 bevolkingsgroei en welvaart
nationaal inkomen
nationaal inkomen per hoofd van de bevolking
immigratie
emigratie
zelfvoorziening
inkomensverschillen
bevolkingsgroei
Slide 11 - Tekstslide
OverdrachtsinkoOmens (worden verdiend in het productieproces)
WELVAART= de mate waarin je in je behoeften kan voorzien.
Dus meer geld= voorzien in meer behoeften. Dus welvaart stijgt
De welvaart van een land wordt gemeten door het BBP te delen door het aantal inwoners=
BBP per inwoner. Als dit toeneemt in een jaar dan STIJGT de welvaart dus!!!
Slide 12 - Tekstslide
Nationaal inkomen is het totaalbedrag van alle inkomens in een land bij elkaar opgeteld.
Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking is het gemiddeld jaarinkomen per inwoner in een land.
Nationaal inkomen (per hoofd van de bevolking)
Slide 13 - Tekstslide
Economische groei - samenvatting
Vraag neemt toe door stijging bevolking
Vraag neemt toe --> productie stijgt
Dan is er sprake van economische groei
Slide 14 - Tekstslide
Kenmerken van ontwikkelingslanden
Ondervoeding
Analfabetisme (door geen/slecht onderwijs)
Hoog percentage werkloosheid
Lage economische groei
Hoog sterftecijfer
Hoog geboortecijfer
Ongelijke inkomensverdeling
Weinig voorzieningen / slechte infrastructuur
Enz...
Slide 15 - Tekstslide
Welvaart tussen landen vergelijken
De welvaart tussen landen vergelijken doe je altijd met een getal:
- geboortecijfer
- sterftecijfer
- aantal artsen per 1000 inwoners
- aantal analfabeten per 1000 inwoners
- aantal scholen per 1000 inwoners
- en nog andere zaken
Slide 16 - Tekstslide
geboortecijfer
Beroepsbevolking
migratiecijfer
invloed
sterftecijfer
Slide 17 - Tekstslide
6.3 oorzaken van armoede
infrastructuur
invoerrechten
protectie
welvaart
Slide 18 - Tekstslide
Infrastructuur
= alle voorzieningen die nodig zijn voor vervoer en communicatie.
Slide 19 - Tekstslide
Voorbeelden infrastructuur
Slide 20 - Tekstslide
Ontwikkelingslanden
Landen met een economische achterstand, mede doordat:
- er te weinig scholing is
- er een slechte infrastructuur is
- protectiemaatregelen van andere landen
- hoge schulden
Slide 21 - Tekstslide
Invoerrechten
Invoerrechten zijn een belasting op importproducten.
De importproducten worden hierdoor duurder.
Slide 22 - Tekstslide
Door invoerrechten is er minder welvaart in ontwikkelingslanden, maar juist meer behoud van werkgelegenheid in de EU.
Waarom zijn invoerrechten slecht voor ontwikkelingslanden?
Slide 23 - Tekstslide
Protectie = bescherming
De Europese Unie probeert de eigen economie en
werkgelegenheid te beschermen = (protectie).
Dit doen ze met protectiemaatregelen:
Invoerrechten
Contingentering
Invoerverbod
Exportsubsidies (export bevorderen)
Slide 24 - Tekstslide
Vrijhandel betekent de invoer en uitvoer zonder belemmering door protectie.
Vrijhandel
Slide 25 - Tekstslide
6.4 handel in grondstoffen
monocultuur
ruilvoet
grondstoffenfonds
vraag en aanbod
wereldmarkt
Slide 26 - Tekstslide
Monocultuur: Een land is voor exportinkomsten grotendeels afhankelijk van slechts een of enkele producten.
Slide 27 - Tekstslide
MONOCULTUUR
Veel ontwikkelingslanden hebben een monocultuur.
Vaak zijn ze afhankelijk van landbouwproducten zoals katoen, rijst, koffie- en cacaobonen.
Risico’s:
Prijsdaling op de wereldmarkt
Mislukte oogst → groot deel van de inkomsten vallen weg.
toegevoegde waarde van deze landbouwproducten is laag
waardoor lage exportinkomsten
Slide 28 - Tekstslide
De ruilvoet is de verhouding tussen de gemiddelde exportprijzen en de gemiddelde importprijzen.
Ruilvoet
Slide 29 - Tekstslide
Ruilvoet
Lagere ruilvoet
Minder import omdat opbrengst van export afneemt
Welvaart daalt
Slide 30 - Tekstslide
Doel grondstoffenfonds
De overheid/instelling koopt de grondstoffen zelf van haar boeren.
Door een stabielere prijs van een grondstof, wordt er voor meer stabiliteit gezorgd in de inkomens.
Slide 31 - Tekstslide
Grondstoffenfonds
Doel: De prijzen stabiel houden door
vraag en aanbod op de markt te beïnvloeden
Ingreep A: De overheid (grondstoffenfonds)
koopt vlees van haar boeren voor minimumprijs.
(meer vraag, hogere marktprijs)
Ingreep B: Als de wereldmarktprijs voldoende
is gestegen, verkoopt het grondstoffenfonds
het vlees weer door (meer aanbod,
lagere marktprijs)
6.4: handel in grondstoffen
Slide 32 - Tekstslide
Wereldmarkt
De wereldmarkt is het totaal van vraag en aanbod van producten in de wereld.
Slide 33 - Tekstslide
Buffervoorraden aanleggen om prijsschommelingen tegen te gaan --> productie groter dan vraag --> dus voorraad aanleggen
Wereldmarkt
Export: koffiebonen
Prijs bepaald door wereldmarkt (vraag en aanbod)
Slide 34 - Tekstslide
Rekentrainer paragraaf 4
Slide 35 - Tekstslide
6.5 een land in ontwikkeling
multinational
investeringen
schulden
rente
aflossing
IMF
Slide 36 - Tekstslide
Multinationals
Grote bedrijven vestigingen in veel landen
Ze gaan ook naar ontwikkelingslanden, want lage lonen
Daardoor verdienen gezinnen inkomen door multinationals
Slide 37 - Tekstslide
Een land in ontwikkeling
Multinationals (bedrijven die in vele landen zijn gevestigd) hebben vaak ook fabrieken in ontwikkelingslanden omdat de lonen hier een stuk lager zijn. Hierdoor stijgt de werkgelegenheid in die landen. Helaas ontwijken die grote bedrijven de belasting in die langen waardoor de overheid te weinig geld heeft voor de noodzakelijke voorzieningen.
Slide 38 - Tekstslide
Hulp en handel
Steeds vaker combineert de Nederlandse overheid
ontwikkelingssamenwerking met handel.
De overheid geeft subsidies aan Nederlandse bedrijven die in ontwikkelingslanden investeren in fabrieken of andere bedrijven.
Slide 39 - Tekstslide
Hulp bij de handel
De Nederlandse overheid combineert ontwikkelingssamenwerking met handel:
Subsidies aan Nederlandse ondernemingen die in ontwikkelingslanden investeren.
Een Nederlandse onderneming begint een bedrijf in een ontwikkelingsland.
Dit levert werkgelegenheid en inkomsten op voor de inwoners.
Slide 40 - Tekstslide
Fairtrade
Fairtrade biedt boeren in ontwikkelingslanden een gegarandeerde prijs voor hun producten Door een minimumprijs + een premie.
Zo kunnen boeren investeren in betere productiemethodes.
Boeren moeten zich organiseren in coöperaties. Samen
bepalen ze waarin zij investeren
onderhandelen ze met afnemers.
Slide 41 - Tekstslide
Europa bestrijdt armoede via:
De Verenigde Naties (VN)
De Wereldbank
Het internationaal Monetair Fonds (IMF)
Slide 42 - Tekstslide
Wereldbank
- Onderdeel van de Verenigde Naties
- Helpen ontwikkelingslanden met leningen.
- Lage rente
Doel: de economie in ontwikkelingslanden laten groeien. (investeren in onderwijs, infrastructuur, gezonheidszorg)
Slide 43 - Tekstslide
Internationaal Monetair Fonds (IMF)
Bevorderen wisselkoersstabiliteit
Vrij internationaal betalingsverkeer
Geld lenen aan landen in financiele problemen
Slide 44 - Tekstslide
Schulden en rente
Als overheden geld lenen voor voorzieningen:
dan betaalt ze rente over de schuld.
moet ze de schuld altijd terugbetalen.
Ontwikkelingslanden moeten soms zoveel rente en aflossing betalen dat er geen geld meer is voor de noodzakelijke voorzieningen.
Armoede leidt tot schulden, die weer tot armoede leiden.
Slide 45 - Tekstslide
Rekentrainer paragraaf 5
Slide 46 - Tekstslide
6.6 ontwikkelingssamenwerking
noodhulp
gebonden hulp
ongebonden hulp
structurele hulp
bilaterale hulp
WTO (WHO)
Slide 47 - Tekstslide
Hulp via internationale instellingen
Rechtstreeks aan landen
Noodhulp
Structurele hulp
Gebonden hulp
Ongebonden hulp
Bilaterale hulp
Soorten ontwikkelingssamenwerking
Slide 48 - Tekstslide
Soorten hulp
Structurele hulp - Deze hulp is erop gericht de oorzaken van armoede aan te pakken. Hulp voor de langere termijn.
Noodhulp - Bij een natuurramp, extreme voedseltekorten of oorlog geven rijke landen dit vaak. Noodhulp is altijd hulp op korte termijn.
Bilaterale hulp - het ene land helpt rechtstreeks het andere land.
Bilaterale hulp kan op twee manieren
Gebonden
Ongebonden
Slide 49 - Tekstslide
8.3 Hoe boekt een land vooruitgang?Soorten ontwikkelingshulp
Bilaterale hulp = Hulp rechtstreeks van het ene land aan het andere land.
Nederland bouwt scholen in Ghana.
2 vormen
Gebonden hulp = Hulp waaraan voorwaarden zijn verbonden
Bijvoorbeeld dat het in Nederland moet worden aangeschaft bij een bedrijf.
Ongebonden hulp = Is hulp zonder voorwaarden
Nederland geeft een miljoen aan de VN tegen armoede.
Slide 50 - Tekstslide
DOEL WTO
HOOFDDOEL:
de handel tussen landen
vrijer en eerlijker te laten verlopen.
HOE DOEN ZE DAT:
De WTO controleert of de
afspraken over het afschaffen van invoerrechten worden nagekomen.
Slide 51 - Tekstslide
Fairtrade
Fairtrade staat voor eerlijke handel. Dit betekent dat fairtrade producten zijn gemaakt onder goede omstandigheden, voor een eerlijk loon.
WTO staat voor World Trade Organisation. De WTO bekijkt of men zich aan de gemaakte afspraken houdt.
Slide 52 - Tekstslide
6.7 (n)iets voor jou?
Fairtradekeurmerk
microkrediet
Slide 53 - Tekstslide
Wat is een microkrediet?
Een microkredietis een kleine lening die verstrekt wordt aan kleine ondernemers in ontwikkelingslanden die niet kunnen lenen bij traditionele banken.