Seksuele vorming

Seksueel genot, seksualiteit en genderidentiteit
Seksuele vorming
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldoriëntatieBurgerschapskunde+3Middelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Introductie

Alle kinderen krijgen op de middelbare school seksuele voorlichting. Omdat dit belangrijk is voor jouw ontwikkeling, is het voor scholen zelfs verplicht om hier les in te geven. In deze les worden genderidentiteit, seksualiteit, seksueel genot en nee zeggen besproken.

Onderdelen in deze les

Seksueel genot, seksualiteit en genderidentiteit
Seksuele vorming

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Afspraak
In deze les mag je open en eerlijk zeggen wat je vindt, denkt en voelt, zonder anderen te kwetsen of beledigen.

Anderen vinden, denken en voelen zich soms hetzelfde en soms juist anders dan jij en dat is oké. 

Slide 3 - Tekstslide

Wat wil jij graag leren tijdens een les seksuele vorming? Schrijf je vragen op en plak ze op de vragenmuur!

Slide 4 - Tekstslide

In deze les
1. Wat vind je fijn?
2. Wat vind je aantrekkelijk?
3. Hoe voel jij je in je eigen lichaam?

Slide 5 - Tekstslide

Dit ga je leren!
Aan het eind van de les:

  • weet ik wat seks en seksueel is en dat dit voor verschillende mensen verschilt.
  • weet ik dat wat je fijn, spannend of onprettig kan vinden, verschilt voor verschillende mensen.
  • weet ik dat seks je veel verschillende, fijne gevoelens kan geven.
  • weet ik dat wat je aantrekkelijk vindt, verschilt voor verschillende mensen.
  • weet ik dat je seksuele voorkeuren grotendeels vastliggen.
  • weet ik dat er veel verschillende seksuele voorkeuren bestaan.
  • weet ik dat iedereen periodes onzeker is over het eigen lichaam.
  • weet ik dat je geboren kunt worden als jongen, meisje of intersekse persoon.
  • weet ik dat je genderidentiteit ook af kan wijken van je aangeboren sekse.

Slide 6 - Tekstslide

Wat vind je fijn?
Seksuele vorming

Slide 7 - Tekstslide

Video
Je gaat zo de video ‘5 vragen aan een sekswetenschapper’ kijken. De sekswetenschapper beantwoordt in dit filmpje de volgende vragen:

1. Op welke manieren kun je seks hebben?
2. Hoe weet je wat je lekker vindt?  
3. Wat is een orgasme?
4. Is het normaal dat het niet lukt?
5. Hoe geef je je grens aan? 

Ondertussen mag je tekenen op het werkblad bij opdracht 1 en woorden toevoegen aan de mindmap.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

A. Een hand geven
B. Een high-five geven
C. Iemand aaien
D. Op schoot zitten
E. Door de haren kroelen
F. Een kus op de mond
G. Een kus op de wang
H. Een kus in de nek
I. Tegen elkaar aan dansen
J. Met kleren aan tegen elkaar aan liggen
K. Zonder kleren tegen elkaar aan liggen
L. Aan iemands borsten zitten
M. Aan iemands billen zitten
N. Met je handen aan iemands geslachtsdeel zitten
O. Met je mond aan iemands geslachtsdeel zitten
P. Met je eigen geslachtsdeel aan, om of in iemands geslachtsdeel zitten
Q. Jezelf bevredigen 
Wat vind jij seksueel? Draai aan het rad en zeg of je dit wel of niet seksueel vindt.

Slide 10 - Tekstslide

Wat vind je aantrekkelijk?
Seksuele vorming

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht werkblad
Ieder mens is anders en vindt andere dingen aantrekkelijk. Wanneer vind jij iemand aantrekkelijk? Noteer dat in het woordveld.

Bijvoorbeeld: wanneer iemand een vrolijke uitstraling heeft, wanneer iemand lekker ruikt of wanneer iemand meerdere talen kan spreken.

Slide 12 - Tekstslide

Wat je wel en niet aantrekkelijk vindt, is voor een groot deel aangeboren, en krijgt verder in je vroege kindertijd vorm.
Je seksuele voorkeuren kun je niet veranderen.
Je kunt ze wel ontdekken en verkennen door te fantaseren of dingen uit te proberen.

Slide 13 - Tekstslide

L
Lesbisch
H
Homoseksueel
B
Biseksueel
T
Transseksueel
I
Intersekse
Q
Queer
Wat betekent LHBTIQA+?
A
Aseksueel

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Video
Je gaat zo het filmpje ‘5 vragen aan iemand die biseksueel is’ kijken. Anne-Bert beantwoordt in dit filmpje de volgende vragen:

1. Wat is biseksualiteit?
2. Hoe heb je het aan je ouders verteld?
3. Hoe is de representatie van biseksuelen in de LHBTIQA+ community?
4. Wat vind je er van dat biseksualiteit vaak gezien wordt als fase?
5. Heb jij gestruggeld met je biseksualiteit?

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Aseksueel
Mensen die aseksueel zijn, voelen geen seksuele aantrekking tot andere personen.
Heteroseksueel
Mensen die heteroseksueel zijn, voelen zich aangetrokken tot het andere geslacht. Dus jongens vallen op meisjes en meisjes op jongens.
Homoseksueel
Homoseksualiteit is wanneer jongens op jongens vallen.
Lesbisch
Lesbisch betekent dat meisjes op meisjes vallen.
Biseksueel
Mensen die biseksueel zijn, vallen zowel op jongens als op meisjes.
Panseksueel
Mensen die panseksueel zijn, vallen op alle soorten mensen. Het maakt niet uit of diegene een jongen, meisje of non-binair persoon is.
Er zijn zes verschillende seksuele voorkeuren. Vul de tabel op het werkblad over de verschillende seksuele voorkeuren in.

Slide 18 - Tekstslide

Bespreken
Sommige mensen durven niet te zeggen wat hun seksualiteit is, omdat ze bang zijn voor de reacties uit hun omgeving. Wat vinden jullie daarvan? Hoe zouden we dat kunnen oplossen?

Bespreek dit in de klas.

Slide 19 - Tekstslide

Hoe voel jij je in je eigen lichaam?
Seksuele vorming

Slide 20 - Tekstslide

Over de lijn
Ieder mens heeft onzekere periodes over het eigen lichaam en de eigen identiteit.

Je kunt bijvoorbeeld onzeker zijn over:
- Je uiterlijk
- Je gewicht
- Je huid
- Je seksuele voorkeur
- Je kapsel
- Je geur
- Je kleding

Slide 21 - Tekstslide

Ken jij iemand die intersekse geboren is?
Je sekse is je fysieke verschijningsvorm: heb je een piemel en een balzak? Of een baarmoeder en een vagina? Of misschien wel een combinatie van deze geslachtskenmerken?

De meeste baby’s worden geboren als jongen (met een piemel) of als meisje (met een vagina). Sommige baby’s worden geboren met onduidelijke of andere combinaties van geslachtskenmerken. Dit noemen we intersekse personen

Slide 22 - Tekstslide

Je gender is een onderdeel van je identiteit. Je gender komt vaak overeen met je sekse, maar dat hoeft niet.

Identificeer je je als man? Of als vrouw? Of herken je je niet in deze binaire tegenstelling? Dat heet non-binair.

Slide 23 - Tekstslide

Video
Je gaat zo het filmpje ‘5 vragen aan een non-binair persoon’ kijken. Deze jongere beantwoordt in dit filmpje de volgende vragen:

1. Wat is non-binair?
2. Wat is voor jou de balans tussen je mannelijk en vrouwelijk kleden?
3. Wat is dysphoria?
4. Wat voor een rol speelt non-binair zijn in jouw liefdesleven?
5. Welk advies zou je aan jongeren willen geven?

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Wat hoort bij elkaar? Zet de genderidentiteit bij de juiste omschrijving.
Je voelt je zoals je geslacht.
Je voelt je niet zoals je geslacht.
Cisgender
Transgender

Slide 26 - Sleepvraag

Identificeer je je noch als man, noch als vrouw, en herken je je dus niet in deze binaire tegenstelling? Dat heet non-binair.

Als iemand zich niet identificeert als man (‘hij’) of vrouw (‘zij’) kun je ‘die’ en ‘diens’ gebruiken:

Lot was te laat op school want diens band was lek. Die moet dus nakomen.

Slide 27 - Tekstslide

Ken jij een trans-persoon?
Als je gender overeenkomt met je geboorte-sekse heet dat ‘cis’.
- Een cis-man identificeert zich als man en is geboren als man.
- Een cis-vrouw is geboren als vrouw en identificeert zich als vrouw.

Als je gender niet overeenkomt met je geboorte-sekse heet dat ‘trans’.
- Een trans-man identificeert zich als man en is geboren als vrouw.
- Een trans-vrouw identificeert zich als vrouw en is geboren als man.
- Een trans-persoon identificeert zich met een andere sekse (bijvoorbeeld non-binair) dan de geboorte-sekse.

Slide 28 - Tekstslide

Met welk gender je je wel of niet identificeert is heel persoonlijk. Wetenschappers denken dat je gender-identiteit aangeboren is.  

Slide 29 - Tekstslide

Terugkoppeling leerdoelen
Ik weet nu:

  • wat seks en seksueel is en dat dit voor verschillende mensen verschilt.
  • dat wat je fijn, spannend of onprettig kan vinden, verschilt voor verschillende mensen.
  • dat seks je veel verschillende, fijne gevoelens kan geven.
  • dat wat je aantrekkelijk vindt, verschilt voor verschillende mensen.
  • dat je seksuele voorkeuren grotendeels vastliggen.
  • dat er veel verschillende seksuele voorkeuren bestaan.
  • dat iedereen periodes onzeker is over het eigen lichaam.
  • dat je geboren kunt worden als jongen, meisje of intersekse persoon.
  • dat je genderidentiteit ook af kan wijken van je aangeboren sekse.

Slide 30 - Tekstslide

Napraten
Wil je napraten over deze les? Of je eigen verhaal delen? Je kunt altijd terecht bij je docent, mentor of vertrouwenspersoon. 

Meer weten? Kijk dan eens op:

Online
Altijd al Loiza op Videoland
I'm Coming Out. van NikkieTutorials op YouTube
• @kutmannen op Instagram

Slide 31 - Tekstslide