2.4 vervolg rekenvolgorde

Bladzijde 118: werkschema rekenvolgorde
1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Bladzijde 118: werkschema rekenvolgorde
1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken

Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk gelukt?

Slide 2 - Tekstslide

Voorbeeld:

(5+2) x (6-3) =


1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken

Slide 3 - Tekstslide

Voorbeeld met negatieve getallen:

1 - 2 x -7

1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeeld met negatieve getallen:

10 : -2 x (8 - 4)

1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken

Slide 5 - Tekstslide


-2 + 2 x 2 =
1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken
A
4
B
8
C
6
D
2

Slide 6 - Quizvraag

H
(-1+7) x -2 =
1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken
A
-15
B
12
C
-12
D
-1

Slide 7 - Quizvraag

Wat is het antwoord op de volgende opgave (zonder rekenmachine natuurlijk)
4 x 2 - 4 : (6 - 4) =

Slide 8 - Open vraag

Werkblad
10  minuten-

Probeer er zoveel mogelijk te maken, en schrijf het netjes op!


Daarna mag je buurmens het nakijken met de antwoorden.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Verschil
Waarom altijd positief?

Slide 11 - Tekstslide

Wat is de som van - 3 en 5
A
8
B
-8
C
2
D
-2

Slide 12 - Quizvraag

Wat is het verschil van 30 en 8
A
38
B
-22
C
22
D
-38

Slide 13 - Quizvraag

Aan de slag!
Opgave 74 en 75 - alleen som en verschil!

Bladzijde 128 : D- toets!


Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Als in een opgave vermenigvuldigingen
en delingen staan,

moet je altijd eerst vermenigvuldigen
en daarna pas delen.
1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quizvraag

Huiswerk 
Voor vrijdag

6.3 online maken

Of opgaven in je schrift, zelf nakijken en opsturen via TEAMS

Slide 17 - Tekstslide

terugblik

Optellen en aftrekken negatieve getallen

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Zie je overeenkomsten (wat hetzelfde is?)
Optellen/aftrekken
Vermenigvuldigen
Delen

Slide 20 - Tekstslide

Wat is de juiste rekenvolgorde?
A
Haakjes, plus en min, keer en delen
B
Haakjes, keer en delen, plus en min
C
Keer en delen, haakjes, plus en min
D
Keer en delen, haakjes, plus en min

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

-3 x -4 =
A
-12
B
7
C
12
D
-8

Slide 23 - Quizvraag

3 x -4 =
A
-12
B
7
C
12
D
-8

Slide 24 - Quizvraag

-3 x 4 =
A
-12
B
7
C
12
D
-8

Slide 25 - Quizvraag

8 : 2 =
A
10
B
6
C
4
D
-4

Slide 26 - Quizvraag

8 : - 2 =
A
6
B
- 6
C
4
D
-4

Slide 27 - Quizvraag

- 8 : - 2 =
A
6
B
- 6
C
4
D
-4

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Tekstslide

Wat komt in de hoek
rechtsonder?
(op de rode ster)
A
- 8
B
12
C
-12
D
4

Slide 30 - Quizvraag

Slide 31 - Tekstslide

Ik weet hoe ik moet vermenigvuldigen met negatieve getallen
A
Ja ik snap alles!
B
Ja, maar ik moet nog wel oefenen om het beter te kunnen.
C
Help me, ik snap er echt helemaal niks van!
D
Ik wil graag samen oefenen.

Slide 32 - Quizvraag

Aan  de slag
Voor dinsdag:
6.2 online maken (leerroutes). (in schrift, zelf nakijken en foto's maken mag ook)

Opgave 47 en 48 mag je overslaan/wel goed oefening :)

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Weet je hoe je moet vermenigvuldigen en delen met negatieve getallen?

Slide 35 - Open vraag

Wat is het product van 6 en 2?
A
12
B
2
C
3
D
8

Slide 36 - Quizvraag

3 x 4 = 12
Hoe noemen we de cijfers 3 en 4?
A
product
B
termen
C
cijfers
D
factoren

Slide 37 - Quizvraag

Wat is het verschil van 6 en 2?
A
12
B
4
C
3
D
8

Slide 38 - Quizvraag

3 + 4 = 7
Hoe noemen we de cijfers 3 en 4?
A
som
B
termen
C
cijfers
D
factoren

Slide 39 - Quizvraag

Wat is de som van 12 en 3?
A
4
B
15
C
36
D
9

Slide 40 - Quizvraag

3 + 4 = 7
Hoe noemen we de cijfers 3 en 4?
A
som
B
termen
C
cijfers
D
factoren

Slide 41 - Quizvraag

Wat is het quotiënt van 50 en 10?
A
40
B
60
C
500
D
5

Slide 42 - Quizvraag

Bladzijde 25
Uit je hoofd leren!

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Video


Optellen en aftrekken
doe je van links naar rechts
1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 45 - Quizvraag


(2 + 4) x 2 =
1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken
A
10
B
8
C
6
D
12

Slide 46 - Quizvraag

Als er een som tussen
haakjes staat,
gaat dat voor een vermenigvuldiging
1) Haakjes
2) Vermenigvuldigen -delen
3) Optellen-aftrekken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 47 - Quizvraag