Nieren p8

Pathologie 
Les 1: Het macroscopisch beeld van de nieren 
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
PathologieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 41 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Pathologie 
Les 1: Het macroscopisch beeld van de nieren 

Slide 1 - Tekstslide

Het urinewegstelsel
interne macroscopie

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen:
Op het einde van deze les:
Kan je de verschillende organen/weefsels van het urinewegstelstel benoemen
Ken je de functies van de verschillende onderdelen 
Ken je de verschillende onderdelen van een nier
Kan je de verschillende onderdelen op een coronaal vlak van een nier aanduiden

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen:
Op het einde van deze les:
Kun je de bloedstroom van de nier uitleggen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Haarvaten

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Duid de intra-, inter- en extracellulaire vloeistof aan.

Slide 8 - Tekstslide

Pathologie 
Les 1: Het macroscopisch beeld van de nieren 

Slide 9 - Tekstslide

Het urinewegstelsel
interne macroscopie

Slide 10 - Tekstslide

Leerdoelen:
Op het einde van deze les:
Kan je de verschillende organen/weefsels van het urinewegstelstel benoemen
Ken je de functies van de verschillende onderdelen 
Ken je de verschillende onderdelen van een nier
Kan je de verschillende onderdelen op een coronaal vlak van een nier aanduiden

Slide 11 - Tekstslide

Leerdoelen:
Op het einde van deze les:
Kun je de bloedstroom van de nier uitleggen

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Haarvaten

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Duid de intra-, inter- en extracellulaire vloeistof aan.

Slide 16 - Tekstslide

Het urinewegstelstel

Slide 17 - Tekstslide

Urine productie heeft als doel:
Reguleren van volume bloedplasma (en dus ook bloeddruk!)
Reguleren concentratie afvalproducten in bloed
Reguleren de concentratie elektrolyten in bloed
Reguleert de pH van het bloed

Slide 18 - Tekstslide

Urine
gemodificeerd filtraat van bloedplasma
=

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Onderste holle ader
Brengt bloed terug naar het hart
nier
Linker nier
Filtert bloed
nierader
Brengt het gefilterd bloed van de nier naar de onderste holle ader
buikaorta
zo wordt de aorta vanaf het middenrif genoemd
urineleider/ureter
Vervoert het geproduceerde urine met een golvende beweging (peristaltiek) naar de urineblaas. 
Urineblaas
Is de opslag zak voor urine. 
Leeg= pyramide vorm
Vol= eivorming 
urinebuis/urethra
Drainage urineblaas
Vrouwen= 4 cm
Mannen= 20 cm
nierslagader
Hierin zit het bloed dat gefilterd dient te worden. Het gaat naar het eerste capillaire netwerk van de nier (glomerulus).

Slide 21 - Tekstslide

A
B
C
D
E
F
G
H

Slide 22 - Tekstslide

De nier
macroscopie nier
Focus project

Slide 23 - Tekstslide

Gewicht 160 g
Lengte 12 cm
Breedte 7 cm
Dikte 3 cm
Buitenkant: glad, bruin kapsel met daar omheen vetkapsel (steun)


Slide 24 - Tekstslide

Nierhilus/nierhilum (eng. renal hilum)
Nierhilus/nierhilum
Deze bestaat uit de 
Nierader
Nierslagader
Ureter/urineleider

Slide 25 - Tekstslide

Interne macroscopie
Coronaal vlak of frontaal vlak

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Coronaal/frontaal
transversaal

Slide 28 - Tekstslide

B
Nierschors
C
Niermerg met verschillende nierpyramides
D
Nierkolom
Scheiden de nierpyramides
A
Nierkapsel
J
Urineleider/ureter
I
nierslagader
G
Nierbekken collecteert urine van de kelken en transporteert het naar de urineleider en urineblaas
H
Nierader
E
kleine nierkelk
F
Grote nierkelk = waar meerdere kleine nierkelken samenkomen

Slide 29 - Tekstslide

Bloedstroom nier

Slide 30 - Tekstslide

De grote bloedvaten van de nier

Slide 31 - Tekstslide

1. nierslagader 
aftakkingen van de buikaorta, voeren per minuut één liter bloed naar de nieren
  
2. interlobaire arteriën
vertakkingen van de nierslagader, liggen tussen de mergpiramiden;

3. boogarteriën
vertakkingen van de interlobaire arteriën, verlopen boogvormig aan de basis van de mergpiramiden;

4. interlobulaire arteriën;
vertakkingen van de boogarteriën; gaan de cortex in en worden vertakt in verschillende afferente arteriolen





Slide 32 - Tekstslide

Afferente arteriolen
zijn microscopisch (later)  en leveren bloed aan het 1ste capillaire netwerk (lees haarvaten) van de glomeruli. Dit bloed wordt gefilterd. Het resterende bloed verlaat de glomeruli door de efferente arteriolen

Efferente arteriolen
zijn microscopisch (later) en leveren bloed aan het tweede capillairnetwerk: peritubulaire capillairen

Peritubulaire capillair systeem
Zijn microscopisch (later) Dit is het systeem dat de nierbuisjes omringt. Er vindt reabsorptie en secreties plaats . 




Slide 33 - Tekstslide

Glomerulaire filtratie = 1ste capillaire netwerk 
peritubulaire capillairen= 2de capillaire netwerk 
Hier vindt de ultrafiltratie van het bloed plaats
Hier gebeurt veel! Hoofdzaken: reabsorptie en secretie.
Bij reabsorptie worden gefilterde componenten (water en bepaalde elektrolyen) terug opgenomen in het bloed. Bij secretie worden er nog componenten(oa. afvalstoffen) uit het bloed gehaald bestemd voor urine. 

Slide 34 - Tekstslide

5. interlobulaire aders
Vertakkingen van de boogaders. Liggen in de cortex

6. boogaders
vertakkingen van de interlobaire aders. 
Verlopen boogvormig aan de basis van de mergpiramiden;

7. interlobaire aders 
vertakkingen van de nierader, liggen tussen de mergpiramiden;

8. nierader 
Aftakking van de onderste holle ader

9. onderste holle ader





Slide 35 - Tekstslide

Opdracht 1:
Benoem de verschillende onderdelen op deze foto.
(probeer zoveel mogelijk te benoemen, dus niet op de witte vierkantjes letten.)

Slide 36 - Tekstslide

Opdracht 2:
Benoem de verschillende onderdelen op deze foto.


Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide