Nederlands in gang: Hoofdstuk 15: In de trein

Nederlands in gang: Hoofdstuk 15: In de trein

Ik kan vertellen over een reis.
Ik kan beschrijven wat ik zie/heb gezien.
Ik kan het demonstratief pronomen (-zelfstandig) gebruiken.
Uitspraak: Ik kan /ng/ing/nk/ uitspreken.
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2HBOStudiejaar 1

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Nederlands in gang: Hoofdstuk 15: In de trein

Ik kan vertellen over een reis.
Ik kan beschrijven wat ik zie/heb gezien.
Ik kan het demonstratief pronomen (-zelfstandig) gebruiken.
Uitspraak: Ik kan /ng/ing/nk/ uitspreken.

Slide 1 - Tekstslide

Ik zie ik zie wat jij niet ziet en de kleur is  ...........
Groen
Is het die boom?
Is het dat gras?
Blauw
Is het dat bord?
Is het de lucht?
Geel
Is het die bloem?
Is het die jas?
Oranje
Is het die sinaasappel?
Is het die jurk?
Bruin
Is het de stam van die boom?
Is het die rat?

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Beschrijven wat je ziet
Kijk eens, daar lopen heel grote mieren. O, ja!
Look, there are very large ants.
Moet je eens zien wat een mooie foto. Vind ik niet.
Look at that beautiful picture.
Kijk eens, dat is een hoge toren! Ja, je zou hem moeten beklimmen.
Look, that's a tall tower!
Yes, you should climb it!
Moet je eens zien wat een mooie tas dit is. Ja, prachtig!
Look what a beautiful bag this is. Yes, beautiful!

Slide 4 - Tekstslide

demonstratief pronomen-zelfstandig
personen
die.......
Waar is Tom?
Die moest werken.
He had to work.
Waar zijn de kinderen?
Die moesten naar school.
They had to go to school.
Waar zijn Mohammed en David?
Die komen eraan.
They are coming.
Wanneer komen de buren?
When are the neighbors coming?
Die komen wat later.
They come a little later.

Waar zijn de anderen?
Where are the others.
Die gingen eerst nog zwemmen.
They went swimming first.

Slide 5 - Tekstslide

demonstratief pronomen-zelfstandig
de-woorden
Die.................
Hoe vind je de kaas?
Die vind ik lekker.
Waar is mijn schoen (de schoen)?
Die ligt daar!
Wat vind je van de prijs?
Die vind ik redelijk (reasonable).
Waar ligt de school?
Die ligt tegenover de bushalte.
It is opposite the bus stop.
Waar woont de koning van Nederland? Where does the king of the Netherlands live?
Die woont in Paleis Huis ten Bosch in Den Haag.
He lives in Huis ten Bosch Palace in The Hague.
Waar staat de flat? Where is the appartment located?
Die staat in het centrum.
It's in the center.

Slide 6 - Tekstslide

demonstratief pronomen-zelfstandig
het woorden
dat
Aan de rechterkant ziet u het oudste gebouw van de stad.
On your right you will see the oldest building in the city.
Dat gebouw staat scheef!
That building is crooked!
Wat vind je van het weer in Nederland?
Dat vind ik best meevallen.
I think that's fine.
(meevallen=better than expected).
Hele zin
dat
Heb je de deur wel op slot gedaan?
Did you lock the door?
Even denken; ja, dat heb ik gedaan.
Let me think; yes I did that.
Hebben jullie je koffer al ingepakt?
Have you already packed your suitcase?
Dat hebben we gisteravond al gedaan.
We already did that last night.

Slide 7 - Tekstslide

uitspraak /ng/ing/nk/
/ng/
/ing/
/nk/
bang-afraid
versiering-decoration
wenken-beckon
stang-rod
herhaling-repetition
wenkbrauwen-eyebrows
drang-urge
herinnering-memory
dank u wel-thank you
verlang-desire
vriendenkring-circle of friends
herdenken-commemorate
verlanglijstje-wishlist
eindbestemming-final destination
slinken-dwindle

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide