Bevolking en ruimte kgt 1.1

1.1 Bevolkingsgroei in Nederland
1.1 Bevolkingsgroei in Nederland.
Het geboortecijfer is het aantal kinderen per 1000 inwoners dat in een jaar wordt geboren.
Geboortecijfers worden in promille aangegeven.
Een geboortecijfer van 11‰ betekent dus dat er per 1000 inwoners 11 baby's zijn geboren.
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

1.1 Bevolkingsgroei in Nederland
1.1 Bevolkingsgroei in Nederland.
Het geboortecijfer is het aantal kinderen per 1000 inwoners dat in een jaar wordt geboren.
Geboortecijfers worden in promille aangegeven.
Een geboortecijfer van 11‰ betekent dus dat er per 1000 inwoners 11 baby's zijn geboren.

Slide 1 - Tekstslide

Dorp A had in 2019 1000 inwoners.
Het geboortecijfer was 12 ‰.
Hoeveel kinderen zijn in 2019 in stad A geboren? (Typ alleen het cijfer in.)

Slide 2 - Open vraag

Dorp B had in 2019 3000 inwoners.
Het geboortecijfer was 10 ‰.
Hoeveel kinderen zijn in 2019 in stad B geboren? (Typ alleen het cijfer in.)

Slide 3 - Open vraag

1.1 Bevolkingsgroei in Nederland
Natuurlijke en sociale bevolkingsgroei.
  • De natuurlijke bevolkingsgroei is de geboorte min de sterfte (geboortecijfer - sterftecijfer).
  • Als het geboortecijfer groter is dan het sterftecijfer is er een geboorteoverschot. Bijvoorbeeld: het sterftecijfer is 9‰, het geboortecijfer is 12‰, de natuurlijke bevolkingsgroei is 12 - 9 = 3‰
  • Als het sterftecijfer groter is dan het geboortecijfer is er een sterfteoverschot. Bijvoorbeeld: het sterftecijfer is 14‰, het geboortecijfer is 10‰, de natuurlijke bevolkingsgroei is 10 - 4 = -4‰
  • De sociale bevolkingsgroei is vestiging - vertrek. Als je het over een heel land hebt spreek je over immigratie - emigratie.

Slide 4 - Tekstslide

Land A heeft een sterftecijfer van 11‰ en een geboortecijfer van 14‰. Typ eerst in wat de natuurlijke bevolkingsgroei is en zet erachter of het een geboorteoverschot of een sterfteoverschot is, bv. -2 sterfteoverschot.

Slide 5 - Open vraag

Land B heeft een geboortecijfer van 11‰ en een sterftecijfer van 15‰. Typ eerst in wat de natuurlijke bevolkingsgroei is en zet erachter of het een geboorteoverschot of een sterfteoverschot is, bv. -2 sterfteoverschot.

Slide 6 - Open vraag

1. Let op de zwarte lijn. Kort na de Tweede Wereldoorlog was er een piek in het aantal geboortes: de babyboom

Slide 7 - Tekstslide

2. Zestig jaar later is dit de groep van 60 tot 65. Hierdoor is nu, in 2020, de vergrijzing flink gestegen.
1. Let op de zwarte lijn. Kort na de Tweede Wereldoorlog was er een piek in het aantal geboortes: de babyboom

Slide 8 - Tekstslide

1.1 Bevolkingsgroei in Nederland
Vergrijzing en ontgroening.
Vergrijzing is de toename van het aandeel / percentage 65-plussers in de bevolking.
Schrijf de bovenstaande definitie in je aantekeningen waarbij je de woorden toename en aandeel / percentage ook onderstreept.

Slide 9 - Tekstslide

1.1 Bevolkingsgroei in Nederland
Vergrijzing en ontgroening.
Vergrijzing is de toename van het aandeel / percentage 65-plussers in de bevolking.
Schrijf de bovenstaande definitie in je aantekeningen waarbij je de woorden toename en aandeel / percentage ook onderstreept.
Ontgroening is de afname van het aandeel / percentage jongeren in de bevolking.
Schrijf de bovenstaande definitie in je aantekeningen waarbij je de woorden afname en aandeel / percentage ook onderstreept.

Slide 10 - Tekstslide

Bij welk cijfer is in dit bevolkingsdiagram het meest duidelijk vergrijzing te zien?
1
2
3
4
A
Cijfer 1
B
Cijfer 2
C
Cijfer 3
D
Cijfer 4

Slide 11 - Quizvraag

Bij welk cijfer is in dit bevolkingsdiagram het meest duidelijk ontgroening te zien?
1
2
3
4
A
Cijfer 1
B
Cijfer 2
C
Cijfer 3
D
Cijfer 4

Slide 12 - Quizvraag