2 GRAMÁTICA: Ir a + het hele werkwoord
Hoofdstuk 2 ¿Qué tiempo hace?
2 GRAMÁTICA: Ir a + het hele werkwoord
Hoofdstuk 2 ¿Qué tiempo hace?
Deze slide heeft geen instructies
Leerdoelen
Aan het einde van de les kun je de structuur 'ir a + het hele werkwoord' gebruiken om toekomstige plannen uit te drukken
Aan het einde van de les kun je de juiste vervoegingen van 'ir' toepassen in verschillende contexten.
Deze slide heeft geen instructies
¿Qué tiempo hace?
Deze slide heeft geen instructies
Lees de volgende tekst en beantwoord daarna de volgende vragen:
Este fin de semana, Ana y Juan van a visitar a sus abuelos.
Ana va a preparar la comida y Juan va a limpiar la casa.
El domingo van a salir con sus amigos.
nadat de tekst is gelezen vraag de volgende aan de studenten: zie je een patroon of een werkwoord dat opvalt?
Wat gaat Ana doen?
de was vouwen
de afwas doen
de maaltijd voorbereiden
de tuin schoffelen
Deze slide heeft geen instructies
Wat gaan ze op zondag doen?
uitgaan met vrienden
winkelen
thuisblijven
film kijken
Deze slide heeft geen instructies
Voy a estudiar esta tarde. (Ik ga vanmiddag studeren.)
Vamos a organizar una fiesta la próxima semana. (Wij gaan volgende week een feest organiseren.)
Wat valt je op?
zie je een patroon of een werkwoord dat opvalt?
Stap 1
Vervoegingen van 'ir'
Yo voy Tú vas Él/Ella va Nosotros vamos Vosotros vais Ellos/Ellas van
zie blz. 28 (teksboek )
Deze slide heeft geen instructies
Hoe vervoeg je 'ik ga' in het Spaans?
Yo voy
Nosotros vamos
Tú vas
Él va
Deze slide heeft geen instructies
Wat is de vervoeging voor 'jij gaat'?
Él va
Ellos van
Yo voy
Tú vas
Deze slide heeft geen instructies
Welke vorm is 'zij gaan' in het Spaans?
Tú vas
Nosotros vamos
Él va
Ellos/Ellas van
Deze slide heeft geen instructies
Hoe zeg je 'wij gaan' in het Spaans?
Yo voy
Nosotros vamos
Ellos van
Vosotros vais
Deze slide heeft geen instructies
STAP 2
SAMENSTELLING
VOORBEELD
Yo voy a comer (Ik ga eten).
ir (vervoegd) a + het hele werkwoord.
STAP 3
Gebruik:
Om aan te geven dat iets in de nabije toekomst gaat gebeuren of dat je iets van plan bent.
Het is vergelijkbaar met ‘ik ga … doen’ in het Nederlands.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is de structuur van de zin?
werkwoord + a + ir
ir (vervoegd) + a + werkwoord
ir + werkwoord + a
a + werkwoord + ir
Deze slide heeft geen instructies
Wanneer gebruik je deze structuur?
Voor nabije toekomst of plannen
Voor verleden tijd
Voor verleden plannen
Voor dagelijks leven
Deze slide heeft geen instructies
Wat is vergelijkbaar met deze structuur in het Nederlands?
Ik doe ...
Ik ga ... doen
Ik heb ... gedaan
Ik ben ... aan het doen
Deze slide heeft geen instructies
Tekstboek
Opdracht 1 en 3
Oefen met dialogen. Toepassen van de structuur in gesprekken.
Deze slide heeft geen instructies
Rollenspel: Weekendplannen
Vorm tweetallen met je klasgenoot
Vraag en antwoord:
Student A: Vraag aan je klasgenoot: “¿Qué vas a hacer este fin de semana?”
Student B: Antwoord met: “Voy a…” en vertel wat je van plan bent te doen.
Rollen omdraaien
Na 2 minuten draaien jullie de rollen om. Nu stelt Student B de vraag en antwoordt Student A.
Gebruik gesprekkaarten:
Indien nodig, gebruik korte gesprekkaarten (vraag aan de docent)
Voorbeeld Gesprek:
Student A: “¿Qué vas a hacer este fin de semana?”
Student B: “Voy a ir al cine con mis amigos.”
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Deze slide heeft geen instructies
Schrijft één zin waarin je verteld wat je morgen gaat doen. Gebruikt ir a+ het hele werkwoord
Deze slide heeft geen instructies
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.
Deze slide heeft geen instructies