H4 [BLOKUUR] Chapitre 2 - herhalen Grammaire B, object beschrijven

Jeudi 30 novembre 2023


Aujourd'hui tu as besoin de :


Startopdracht:
ton cahier
Login op LessonUp en begin online met de startopdracht.
Maak zoveel mogelijk woorden die beginnen met de letter P.
Laat jouw telefoon in jouw zakje en zorg dat je de juiste spullen voor je hebt.
un stylo
ton 
ordinateur
ton livre
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Jeudi 30 novembre 2023


Aujourd'hui tu as besoin de :


Startopdracht:
ton cahier
Login op LessonUp en begin online met de startopdracht.
Maak zoveel mogelijk woorden die beginnen met de letter P.
Laat jouw telefoon in jouw zakje en zorg dat je de juiste spullen voor je hebt.
un stylo
ton 
ordinateur
ton livre

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

P
A
Vocabulaire 
semaine 4
N
Y
T
R
I
C
P
E
S
Q
U
O
V
M
D
L
Maak zoveel mogelijk Franse woorden die beginnen met de letter P.
Gebruik hiervoor de letters in de cirkel. Je mag dezelfde letter meerdere keren gebruiken.
De woorden komen uit jouw woordenlijst van deze week.
i
timer
4:00

Slide 2 - Woordweb

Mogelijke woorden:
porter
payant
pouvoir
presque
partout
principalement
précédemment
Programme
  • Buts
  • Révision grammaire B - pouvoir, décrire, servir 
  • Décrire un objet
  • Évaluation



Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les buts
  • Ik kan de werkwoorden pouvoir, décrire en servir (in context) vervoegen. 

  • Ik kan in korte, eenvoudige zinnen dingen en bezittingen beschrijven.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conjugaison

Pak jouw invulschema over de werkwoorden erbij!

pouvoir                                                             décrire                                                                     servir


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de juiste vervoegingen naar de kaartjes.
pouvoir
décrire
servir
tu, pouvoir
conditionnel
je, décrire
futur simple
il, servir
présent
ils, pouvoir
imparfait
nous, décrire
passé composé
vous, servir
présent
pouvaient
pourrais
sert
décrirai
servez
avons décrit

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Exercice 24a
1. Est-ce que tu (pouvoir, conditionnel) ... décrire ce produit célèbre ?
p.64

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exercice 24a
1. Est-ce que tu pourrais décrire ce produit célèbre ?
p.64

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exercice 24a
1. Est-ce que tu pourrais décrire ce produit célèbre ?
2. Bien sûr que je (décrire, futur simple) ... le produit pour toi.
p.64

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exercice 24a
1. Est-ce que tu pourrais décrire ce produit célèbre ?
2. Bien sûr que je décrirai le produit pour toi.


Fais le reste de l'exercice.
p.64

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Réponses 24a
1. Est-ce que tu pourrais décrire ce produit célèbre ?
2. Bien sûr que je décrirai le produit pour toi.
3. En fait, ce produit sert à se raser.
4. Avant, les hommes ne pouvaient pas se raser aussi facilement.
5. Hier, mon ami et moi, nous avons décrit le même produit.
6. Messieurs, si vous vous servez de ce rasoir, vous serez tous bien rasés.
p.64

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exercice 24b
Mets les phrases au temps indiqué. 
1. Dans le dépliant, l'entreprise décrit le produit en détail. 
(passé composé)

1. Dans le dépliant, l'entreprise a décrit le produit en détail. 
p.64

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exercice 24b
Mets les phrases au temps indiqué. 
1. Dans le dépliant, l'entreprise décrit le produit en détail. 
(passé composé)

1. Dans le dépliant, l'entreprise a décrit le produit en détail. 

Fais maintenant le reste de l'exercice. 
p.64

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Réponses 24b
1. Dans le dépliant, l'entreprise a décrit le produit en détail.
2. Avec ce produit, tu pourrais couper n'importe quelle matière.
3. Ces produits serviront à couper en toute circonstance.
4. Nous pouvions l'utiliser pour vraiment tout.
5. Vous avez décrit amplement votre produit dans le dépliant.
6. Je servirai des légumes coupés avec ce magnifique couteau.
p.64

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lie les mots français aux couleurs.
rouge
blanc
gris
vert
bleu foncé
bleu clair

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Décrire un objet
p.66
Regarde dans ton sac à dos et décris trois choses 
en utilisant les mots du tableau.
forme
matière
couleur
dimensions
poids
rond, 
carré, 
ovale, triangulaire, rectangulaire

en plastique, 
en métal, 
en verre, 
en tissu, 
en cuir, 
en laine
rouge, 
blanc, 
gris, 
vert, 
bleu foncé, 
bleu clair
grand, 
petit
léger, 
lourd
spiekbriefje

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

décrire un objet
Lever eerst jouw beschrijving van een object in het Frans in. 
Voeg daarna, in een apart antwoord, jouw object toe. 
Wij gaan de beschrijving en het object later klassikaal aan elkaar koppelen.
i

Slide 17 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel van deze les
Hoeveel sterren geef je jezelf?
Minimaal 1 ster, maximaal 5 sterren
Ik kan de werkwoorden pouvoir, décrire en servir herkennen.
Ik kan de werkwoorden pouvoir, décrire en servir (in context) vervoegen.
Ik kan in korte, eenvoudige zinnen dingen en bezittingen beschrijven.

Aan het eind van deze les kan ik het bijwoord (adverbe) herkennen, toepassen in context en uitleggen hoe je dit in het Frans maakt.

Slide 18 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Au travail
Maak in jouw werkboek:
ex. 24c en 24d

Kies daarna een opdracht uit elke kolom:




vocabulaire
les couleurs
grammaire
mindmap
Maak een mindmap over de stof uit grammaire B. 
Hoe ga jij dit onthouden?
mix & match
Match de plaatjes met de juiste woorden.
Woordzoeker
Zoek de woorden uit de vocabulaire in de woordzoeker.
verbuga
Oefen het werkwoord pouvoir op verbuga.
Kies in de eerste rij de werkwoordstijd waar je mee wilt oefenen en zoek in de tweede rij het werkwoord pouvoir op.


één kleur per doos
Indelen per thema
Bekijk de Franse woordjes bij week 4 in jouw woordenlijst.
Gebruik 2 kleuren marker om de mannelijke en vrouwelijke woorden te kleuren. Kleur bijvoorbeeld alle mannelijke woorden geel en alle vrouwelijke woorden groen. 
Woorden die niet mannelijk of vrouwelijk zijn kleur je niet!

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies