cross

Cinquième cours- 15 septembre 2021

1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Planning et buts
Aan het eind van dit blokuur....
1. Heb je het huiswerk gecontroleerd
2.kun je je droomvakantie beschrijven
3.  kun je de passé composé gebruiken.


Slide 3 - Tekstslide

Klassenregels
We werken rustig samen in de klas.
We respecteren elkaar. We lachen elkaar niet uit en respecteren elkaars mening en antwoorden.
Tijdens het maken van de opdrachten zijn we rustig bezig en gaan we niet kletsen met klasgenoten.
We doen actief mee met de les, we leggen de telefoons dan ook in de telefoontas.
We steken onze vinger op als we iets willen zeggen en/of vragen.
We geven het aan onze docente aan wanneer ons iets dwars zit.
We laten elkaar uitpraten.
We eten en drinken niet in het klaslokaal (behalve in de pauzes).

Slide 4 - Tekstslide

Huiswerk bespreken
-Vocabulaire A et B
-Phrases clés C

Slide 5 - Tekstslide

Vocabulaire A

Slide 6 - Tekstslide

Vocabulaire B

Slide 7 - Tekstslide

Koppel de antwoorden aan de juiste vragen. 
Phrases-clés C
Tu as passé de bonnes vacances?
Tu as été où?
Avec qui? 
Il a fait beau? 
Avec mes parents et mon frère.
Il a fait 28 degrés.
Oui, c'était super.
J'ai été à Nice.

Slide 8 - Sleepvraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Uitspraak é of è
crème
café
logé
crèche
misère
comité
mère

Slide 11 - Tekstslide

Heden = NU
Présent
1. stam maken -er
2. stam opschrijven
3. + uitgang!


Slide 12 - Tekstslide

Présent

Slide 13 - Tekstslide

Met de présent vertel je over
A
het verleden
B
het heden (wat je nu doet)
C
de toekomst

Slide 14 - Quizvraag

de présent is de..
A
tegenwoordige tijd
B
verleden tijd
C
toekomende tijd
D
voltooid tegenwoordige tijd

Slide 15 - Quizvraag

je ________ (danser -présent)
A
danse
B
danserai
C
dansais
D
ai dansé

Slide 16 - Quizvraag

aller - présent - tu
A
tu alles
B
tu ailles
C
tu vas
D
tu vais

Slide 17 - Quizvraag

ils (adorer, présent)
A
adoraient
B
adorent
C
adore
D
adorait

Slide 18 - Quizvraag

Présent
Nous ________ (choisir)
A
choisons
B
choisez
C
choisissons
D
choisissez

Slide 19 - Quizvraag

on (vendre, présent)
A
vends
B
vendres
C
vend
D
a vendu

Slide 20 - Quizvraag

Elle (finir - présent)
A
finis
B
finir
C
finit
D
fins

Slide 21 - Quizvraag

vous ____ (faire, présent)
A
fairez
B
faites
C
faiz
D
font

Slide 22 - Quizvraag

Passé Composé

Slide 23 - Tekstslide

Passé composé

Slide 24 - Tekstslide

Le passé composé Avoir+Être

Slide 25 - Tekstslide

Passé composé 
Faire 

J'ai      fait 
tu as    fait 
il/ elle / on      fait 
nous avons     fait 
Vous avez      fait
Ils/ elles ont   fait 
Voltooide Tijd 
Doen/ maken 

Ik heb gemaakt
jij hebt gemaakt 
hij/ zij heeft gemaakt
Wij hebben gemaakt
Jullie hebben gemaakt
Zij hebben gemaakt 

Slide 26 - Tekstslide

Zinsvolgorde
Onderwerp-werkwoorden-rest van de zin
Patrick-une pizza-mangé-a
Patrick a mangé une pizza.


Slide 27 - Tekstslide

Maak een zin met een passé composé. Je hebt niet alle woorden nodig.
mon
soeur
a
écouté
un
gâteau
copain
préparé
douze

Slide 28 - Sleepvraag

Maak een zin met een passé composé. Je hebt niet alle woorden nodig.
ma
père
a
écouté
un
film
mère
regardé
douze

Slide 29 - Sleepvraag

Dus: Uit welke twee elementen bestaat de passé composé in het Frans?
Sleep die twee elementen naar het juiste vakje
Vorm van het hulpwerkwoord être
Vorm van het hulpwerkwoord avoir
Heel werkwoord
Voltooid deelwoord

Slide 30 - Sleepvraag

Passé-composé
J'
Tu
il,elle,on
Nous

Vous
Ils, elles
ai fait
as fait
a fait
 avons fait
avez fait
ont fait

Slide 31 - Sleepvraag

présent
passé composé
Je regarde Netflix
Luc et Sophie parlent français
On a fêté l'anniversaire
Vous avez invité Luc?

Slide 32 - Sleepvraag

Sleep de vervoegingen naar het juiste vakje
Passé composé
Geen passé composé
Je fais
Il parle
Il a parlé
Nous avons regardé
J'ai fait
Nous regardons

Slide 33 - Sleepvraag

présent
passé composé
je fais
j'ai fait
Nous choisissons
Vous avez choisi
Vous avez
Vous avez eu
Il a été
vous faites
Elles ont cherché

Slide 34 - Sleepvraag

Maak een zin met een passé composé. Je hebt niet alle woorden nodig.
mes
père
ont
regardé
une
chanson
amis
chanté
douze

Slide 35 - Sleepvraag

Le passé composé

Slide 36 - Tekstslide

Au travail
Faire: Exercices 16e, 17acde, 18 et 19
vanaf bladzijde 32

Slide 37 - Tekstslide

Devoirs
Apprendre:
Vocabulaire A et B(p.50)
Phrases clés C (p.52)
Grammaire D (p.53)
Werkwoorden avoir, être, aller en faire in de présent

Faire: Exercices 16e, 17acde, 18 et 19

Slide 38 - Tekstslide

Zet de volgende zin in de passé composé: On parle français.

Slide 39 - Open vraag

Zet de volgende zin in de passé composé: Nous mangeons une pizza.

Slide 40 - Open vraag

Zet de volgende zin in de passé composé: Vous écoutez la musique.

Slide 41 - Open vraag

au revoir .....

Slide 42 - Tekstslide