8.3 Straling gebruiken

Welkom in de les
Vandaag:
  • herhaling § 8.2
  • leerdoelen § 8.3
  • uitleg § 8.3
  • maken opgaven

 


§8.3 - Straling gebruiken
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom in de les
Vandaag:
  • herhaling § 8.2
  • leerdoelen § 8.3
  • uitleg § 8.3
  • maken opgaven

 


§8.3 - Straling gebruiken

Slide 1 - Tekstslide

Halveringstijd
Dag 0 - 100 % van de stof over.
Dag 8 - 50% van de stof over.
Dag 16 - 25% van de stof over.
Dag 32 - 12,5% van de stof over.
Dag 64 - 6,25% van de stof over.

Je houdt van een radioactieve stof dus nooit 0% over.

Slide 2 - Tekstslide

Pak je laptop erbij
 
 
- ga naar lessonup.app

Slide 3 - Tekstslide

Een onstabiele stof heeft een halveringstijd van 3 uur.
Je hebt aan het begin 20 onstabiele kernen van die stof. Hoeveel kernen kunnen er na 3 uur nog onstabiel zijn?
A
20
B
10
C
5
D
1

Slide 4 - Quizvraag

Een onstabiele stof heeft een halveringstijd van 3 uur.
Je hebt aan het begin 20 onstabiele kernen van die stof. Hoeveel kernen kunnen er na 6 uur nog onstabiel zijn?
A
20
B
10
C
5
D
1

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de halveringstijd van Koper-64
A
12,7 uur
B
12,7 jaar
C
24 dagen
D
24 sec

Slide 6 - Quizvraag

Wat is de halveringstijd van Cl-37
A
12,7 uur
B
12,7 jaar
C
24 dagen
D
0 sec

Slide 7 - Quizvraag

Bepaal de halveringstijd uit de grafiek.
A
5700 jaar
B
5700 dagen
C
5 dagen
D
5 jaar seconden

Slide 8 - Quizvraag

Bepaal de halveringstijd uit de grafiek.
A
16 dagen
B
8 dagen
C
16 seconden
D
20 seconden

Slide 9 - Quizvraag

De laptop weer dicht



- Uitleg § 8.2

Slide 10 - Tekstslide

Leerdoelen 8.3
Aan het eind van deze les kun je:
  • drie verschillende soorten radioactieve straling noemen.
  • het doordringend vermogen en de dracht van verschillende soorten straling opnoemen.
  • uitleggen hoe medisch onderzoek met tracers werkt.
  • uitleggen hoe kanker kan worden behandeld door van binnen- of van buiten uit te bestralen.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Radioactieve straling
Radioactiviteit  heeft te maken met het verval van de atoomkern.

Er zijn verschillende soorten radioactieve straling:
Deeltjesalfa (α) en beta (β)
 Energie: gamma (γ)






Slide 13 - Tekstslide

Doordringend vermogen
Aangezien radioactieve straling ioniserend is, is het belangrijk hoe diep de straling in een stof doordringt of hoe makkelijk de straling wordt tegen gehouden. We kijken dan naar doordringend vermogen of de dracht.
- Alfa: grote kerndeeltjes, dus klein doordringend vermogen
- Beta: kleine elektronen, dus groter doordringend vermogen
- Gamma: elektromagnetische straling, dus groot doordringend vermogen

Slide 14 - Tekstslide

Medisch onderzoek
1. een tracer wordt in je lichaam gespoten
2. de tracer verspreidt zich door je lichaam en komt aan bij het orgaan dat onderzocht moet worden
3. de gammastraling die de tracer uitzendt komt je lichaam uit en kan met een camera geregistreerd worden

Slide 15 - Tekstslide

Waarom?
Tracer in lichaam laat zien waar het probleem zit.

Slide 16 - Tekstslide

Bestralen bij tumoren
Uitwendig bestralen
Ioniserende straling maakt de 
moleculen in de tumor kapot.
De straling moet ver genoeg
indringen in het lichaam,
dit is dus gammastraling.
Patiënt na bestralen niet radioactief.

Slide 17 - Tekstslide

Bestralen bij tumoren

Bestraling van binnenuit
Dit kan door een soort pil.
De straling hoeft maar een klein stukje door het lichaam,
dit is dus alfastraling.
Patiënt na bestralen wel radioactief.

Om de patiënt en zijn omgeving niet onnodig risico te laten lopen, worden isotopen met een korte halveringstijd gebruikt, zoals iridium-192 (74 dagen) en palladium-103 (17 dagen).

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Pak je laptop erbij
 
 
- ga naar lessonup.app

Slide 20 - Tekstslide

Doordringend vermogen
Gamma-straling
Alfa-straling
Beta-straling

Slide 21 - Sleepvraag

Welke soort(en) straling zendt Cu-64 uit?
A
alfa-straling
B
beta-straling
C
beta- en gamma-straling
D
alfa- en beta-straling

Slide 22 - Quizvraag

Welke soort(en) straling zendt plutonium-241 uit?
A
alfa-straling
B
beta-straling
C
gamma-straling
D
geen

Slide 23 - Quizvraag

Is een patiënt na bestraling van buitenaf nog radioactief?
A
Ja
B
Nee
C
Dat kan je niet weten

Slide 24 - Quizvraag

Na uitwendige bestraling van een tumor ben je
A
bestraald
B
besmet
C
beide
D
geen van beide

Slide 25 - Quizvraag

Na inwendige bestraling van een tumor ben je
A
bestraald
B
besmet
C
beide
D
geen van beide

Slide 26 - Quizvraag

Alfastraling voor inwendige bestraling en gammastraling voor uitwendige bestraling
A
Juist
B
Onjuist

Slide 27 - Quizvraag

Wat is een tracer?
A
Een morfinemedicatie
B
Een slaapmedicatie
C
Een radioactieve merkstof

Slide 28 - Quizvraag

Bij medisch onderzoek wordt soms een tracer gebruikt.

Een goede tracer:

A
zendt alfastraling uit en heeft een kleine halfwaardetijd.
B
zendt gammastraling uit en heeft een kleine halfwaardetijd.
C
zendt alfastraling uit en heeft een grote halfwaardetijd.
D
zendt gammastraling uit en heeft een grote halfwaardetijd.

Slide 29 - Quizvraag

Aan de slag
  • maken § 8.3: 1 t/m 12

 


§8.3 - Straling gebruiken

Slide 30 - Tekstslide

Huiswerk
  • maken § 8.3: 1 t/m 12

 


§8.3 - Straling gebruiken

Slide 31 - Tekstslide