Spaans EDE OLP 2 les 1

período dos
semana 1                        clase 1
hoy es lunes 
programa de hoy

terugblik werkwoord ser
Unidad 2
p. 34
hay
estar


1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

período dos
semana 1                        clase 1
hoy es lunes 
programa de hoy

terugblik werkwoord ser
Unidad 2
p. 34
hay
estar


Slide 1 - Tekstslide

terugblik werkwoord 
ser = zijn

Slide 2 - Tekstslide

vormen van ser

Slide 3 - Woordweb

hay = er is/ er zijn 
(bij onbepaalde zaken of personen)
hay estudiantes en el colegio
hay un chico en el cole
hay muchos niños en la calle
hay pocas chicas en la discoteca
hay tres chicos en el cole

Slide 4 - Tekstslide

estar = zijn/ zich bevinden 
(bij bepaalde zaken of personen)

Juan está en España.
El chico está en España
los chicos están en España

Slide 5 - Tekstslide

maken boek p. 34
Vertaaloefening 2.03

timer
10:00

Slide 6 - Tekstslide

Oplossingen p. 34 2.03
1. Er is een hotel in de straat Goméz
2. Er is een VVV op het plein
3. Er zijn veel winkels in het centrum
4. Er zijn drie kerken in het dorp
5. het voetbalstadion bevindt zich niet in het centrum
6. De restaurants bevinden zich op de Plaza Mayor
7. Het station bevindt zich op een groot plein
8. De winkels bevinden zich op de Avenida Reina Sofia

Slide 7 - Tekstslide

Vul in het blauwe kader op p. 34
hay betekent....
está betekent... 
están betekent ...

Slide 8 - Tekstslide

Vul in:
hay of está
.... dos chicos en la calle
A
está
B
hay

Slide 9 - Quizvraag

Vul in:
hay of está
.... el chico en el cine
A
está
B
hay

Slide 10 - Quizvraag

Vul in:
hay of está
.... un chico en el cole
A
está
B
hay

Slide 11 - Quizvraag

Vul in:
hay, está of están
.... los cinco chicos en la plaza
A
está
B
hay
C
están

Slide 12 - Quizvraag

Vul in:
hay, está of están
¿.... Juan en casa?
A
está
B
hay
C
están

Slide 13 - Quizvraag

Vul in:
hay, está of están
¿.... una chica en casa?
A
está
B
hay
C
están

Slide 14 - Quizvraag

Vul in:
hay, está of están
Las estudiantes .... en la universidad
A
está
B
hay
C
están

Slide 15 - Quizvraag

Vul in:
hay, está of están
¿..... estudiantes en la universidad?
A
está
B
hay
C
están

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide

deberes mañana
leren werkwoord estar
maken oefeningen op blz. 35
boek meenemen.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide