Les 4, Franse volk eist vrijheid

Thema 2 Hoe vrij ben jij?
Blok 1 Franse volk eist vrijheid.

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 2 Hoe vrij ben jij?
Blok 1 Franse volk eist vrijheid.

Slide 1 - Tekstslide

Nakijken
 opdracht 7, 8, 9, 10A, 11, 12 en 13 op blz. 10 t/m 12.

Slide 2 - Tekstslide

 Wat zijn de leerdoelen? 
  • Je kan uitleggen waarom Lodewijk XIV (de 14e) zo machtig was en hoe hij Frankrijk bestuurde. 
  • Je kan uitleggen wat absolutisme is en hier twee kenmerken van noemen; 
  • Je kan uitleggen wat de standenmaatschappij inhield en welke taak elke stand had.   
  • Je uitleggen waarom boeren en burgers in Frankrijk steeds ontevredener werden in de 18e eeuw.   

Slide 3 - Tekstslide

Terugblik vorige lessen

Slide 4 - Tekstslide

Begrippen
  • absolutisme
  • standenmaatschappij
  • grondwet
  • democratie
  • revolutie
  • mensenrechten

Slide 5 - Tekstslide

Wat hebben wij in Nederland overgehouden van de Franse tijd?

Slide 6 - Open vraag

Wat betekent democratie?
A
Dat het volk mee mag beslissen
B
Dat je geen belasting meer hoeft te betalen
C
Dat de koning alle macht krijt
D
Dat alleen de edelen mogen besturen

Slide 7 - Quizvraag

Absolutisme
A
De koning is door God gekozen
B
Een strenge koning
C
Alle macht ligt bij de koning
D
Een koning die erg rijk is

Slide 8 - Quizvraag

Vóór de Franse Revolutie was Frankrijk een standenmaatschappij.

Welke drie standen waren er?

Slide 9 - Open vraag

In de grondwet staan......
A
een boek waar alle wetten in staan
B
de belangrijkste wetten van een land
C
wetten over het grondgebied van een land
D
wetten over de grenzen van een land

Slide 10 - Quizvraag

Een revolutie is...
A
Wanneer mensen in opstand komen.
B
Grote en snelle verandering.
C
Wanneer je niet tevreden bent met de koning.
D
Alle antwoorden zijn JUIST.

Slide 11 - Quizvraag

Welke van de volgende rechten zijn volgens
jou mensenrechten?
A
Het recht op vrijheid, bezit en onderwijs.
B
Het recht op vrede, slavernij en om te trouwen met wie jij wilt.
C
Het recht op je eigen godsdienst, onderwijs en zakgeld.

Slide 12 - Quizvraag

Absolutisme
Democratie
Mensenrechten
Grondwet
Revolutie
Een snelle verandering in korte tijd.
Hierin staan alle rechten en plichten van de inwoners van een land.
Regeringsvorm waarbij het volk mee kan beslissen.
Regeringsvorm waarbij de macht bij één persoon, meestal de koning, licht.
Internationale afspraken over de rechten van mensen wereldwijd.

Slide 13 - Sleepvraag

Mensenrechten nu
Mensenrechten = rechten die ieder mens zou moeten hebben. Beschermen een persoon tegen de macht van de regering.

De mensenrechten werden opgeschreven in de grondwet. Belangrijkste mensenrechten:
  • recht op vrijheid 
  • recht op veiligheid 
  • recht op bezit 
  • recht op eigen godsdienst 
  • recht op eigen mening 
  • recht op onderwijs  



1948 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

Slide 14 - Tekstslide

Revolutie in Nederland
De Fransen vinden dat er in andere landen ook revoluties moeten komen.
1795: Frankrijk valt Nederland binnen.


Veranderingen in Nederland:
  • Regering werd verjaagd 
  • Er komt een grondwet 
  • Afschaffing standen 
  • Er kwam dus in Nederland ook meer vrijheid

Slide 15 - Tekstslide

Napoleon
  • 1799: Napoleon Bonaparte aan de macht in Frankrijk.  
  • Hij veroverde een groot deel van Europa. 

  • Napoleon zorgde ervoor dat de landen binnen zijn rijk goed georganiseerd werden. --> wetboek: Code Napoleon 

  • In 1815 werd Napoleon verslagen. -->  De Fransen trokken zich terug uit Nederland. 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Nederland krijgt een grondwet
Na het vertrek van Napoleon in 1815 krijgt Nederland een koning: koning Willem I.De koning had erg veel macht.


1848: Nieuwe grondwet in Nederland: koning minder macht, volk meer macht.

Politicus Thorbecke schrijft in 1848 de nieuwe grondwet

Slide 18 - Tekstslide

Maken

   afmaken: - opdracht 14, 15, 16
       maken: - opdracht 17, 18 , 21 en 22 
                      op blz. 10 t/m 15
                

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Link

Opdracht Droomland

Slide 21 - Tekstslide