Klas 1 P3 les 4 - CBZ (02-03-2021)

¡Bienvenidos!
Mevrouw de Cuba
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

¡Bienvenidos!
Mevrouw de Cuba

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué tal la semana de vacaciones?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afspraken online lessen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El programa 

  • Empieza de la clase



  • 10 min    - Corregir los deberes

  • 15 min  -  Gramática: TENER
                           (Voc. p. 19-20 oef 2ab)
  • 10 min    - Los números 
                           (Voc. p.12 oef 19bcd)
  • 15 min   - Nacionalidades  
                          ( TB p.22 oef 4)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Al final de la clase: 
- ken je alle getallen t/m 20 uit je hoofd
- ken je het werkwoord 'tener'
- weet je een aantal nationaliteiten in het Spaans + kun je dit toepassen. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

10 min - Corregir los deberes
Leren: 
- Vocabulario 1.2 

Maken: 
- TB p. 20 ejercicio 1B - luisterfragment in lessonup 
- VOC p. 16 & 17 ejercicio 1 y 2



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TB p.20 oef 1B

Welke drie leerlingen zijn er nog niet?
A
Alba, Fátima y David
B
Luna, Javier y Paula
C
Alba, Cristina y Javier

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

VOC p. 16 ejercicio 1

español 

1. vosotros/as
2. tú
3. él, ella
4. usted
5. nosotros/as
6. ellos, ellas
7. ustedes
8. yo



Verbind het Spaanse woord met de juiste vertaling.

holandés

a. hij, zij
b. jullie
c. wij
d. u (enkelvoud)
e. ik
f. u (meervoud)
g. jij
h. zij (meervoud)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

welke persoonlijke voornaamwoorden
zijn er in het Nederlands?

Slide 9 - Open vraag

vraag eventueel altijd eerst als de leerlingen weten wat een persoonlijke voornaamwoord is. 
*Zo niet: welke woorden gebruiken we om een persoon aan te wijzen in het Nederlands?
=Persoonlijke Voornaamwoord

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ejercicio 2a.
Onderstreep het onderwerp van de zin.
Door welk persoonlijk voornaamwoord kun je het onderwerp vervangen?
Schrijf het persoonlijk voornaamwoord rechts. Zin 1 is een voorbeeld.
Ejericio 2A
1. María es de Buenos Aires.                                            ______ella______
2. Mi padre se llama Juan.                                                 _______________
3. Los padres de Manuel son de Bélgica.                   _______________
4. La señora Van Dijk es la profesora de francés.   _______________
5. ¿María y Lucas, sois de Francia?                               _______________

Ejercicio 2b
1. ¿Pedro, eres español?                                    _______________          
2. Mis amigos y yo tenemos clase.             _______________
3. Susana es una chica española.                 ______________ 
4. ¿Señor De Vries, es de Holanda?              _______________
5. Los señores Martínez son de España.    _______________


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El verbo "tener"

(to have)

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbo Tener 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡A trabajar!
¿Qué?  Voc. p. 19-20 oef 2ab
¿Cómo? Individualmente 
¿Tiempo?  10 minutos 
timer
10:00

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Los números
¿Qué? Voc. p.12 oef 19b
¿Cómo? individualmente 
¿Tiempo? 10 minutos 





Luisterfragment VOC p. 19
timer
10:00

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tailandia
Tailandés(a)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Drag and Drop
Países y nacionalidades
España
Marruecos
Alemania
Argentina
Perú
Francia
Italia
Marroquí
Alemán(a)
Español(a)
Italiano(a)
peruano(a)
francés(a)
argentino(a)

Slide 20 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

¿De dónde eres?
Yo soy .... (nacionalidad)

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

¡A trabajar!

TB p.22 oef 4

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Los deberes 
Aprender: 
Frases clave  VOC p.5 

Hacer: 
Voc. p.12 oef 19b
Voc. p. 19-20 oef 2ab
 TB p.22 oef 4




Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies