Hoofdstuk 3 paragraaf 3 Politiek en samenleving

3.3 Politiek en samenleving
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

3.3 Politiek en samenleving

Slide 1 - Tekstslide

Wie had na 1848 de macht in Nederland?
A
koning
B
parlement

Slide 2 - Quizvraag

Wie schreef de grondwet van 1848?

Slide 3 - Open vraag

In welk jaar kregen vrouwen kiesrecht?
A
1848
B
1917
C
1919

Slide 4 - Quizvraag

Leerdoelen  voor deze les: 
  • Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: 'De industriële revolutie en de opkomst van emancipatiebewegingen.'
  • Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: 'De politieke-maatschappelijke stromingen (denkrichtingen)
  • Je kan uitleggen hoe de leef- en werkomstandigheden van arbeiders verbeterden. 
  • Je kan uitleggen hoe socialisten streefden naar gelijkheid. 
  • Je kan uitleggen wat veranderde in het onderwijs. 
  • Je kan uitleggen hoe de positie van vrouwen verbeterde. 
  • Je kan uitleggen wat de arbeidsomstandigheden waren van arbeiders en kinderen in de 19de eeuw. 
  • Je kan uitleggen waarom de slechte arbeidsomstandigheden na de industrialisatie meer opvielen. 
  • Je kan uitleggen wat 'de sociale kwestie' is. 
  • Je kan uitleggen wat sociale wetten zijn. 
  • Je kan uitleggen wat de eerste sociale wet van Nederland was. 
  • Je kan uitleggen wie socialisten zijn. 
  • Je kan uitleggen wat socialisten wilde bereiken. 
  • Je kan uitleggen wat een klasse is. 
  • Je kan uitleggen het verschil uitleggen tussen socialisten en radicale socialisten. 
  • Je kan uitleggen wat bijzondere scholen zijn. 
  • Je kan uitleggen wie confessionelen zijn. 
  • Je kan uitleggen wat Abraham Kuyper in 1879 als eerste oprichtte en waarom hij dat deed. 
  • Je kan één gevolg noemen van de confessionele meerderheid in de Tweede Kamer. 
  • Je kan uitleggen hoe vrouwen in de 19de eeuw achtergesteld werden. 
  • Je kan uitleggen wat discriminatie is. 
  • Je kan uitleggen wat emancipatie is. 
  • je kan uitleggen wie feministen zijn. 
  • Je kan uitleggen wie Aletta Jacobs was.  

Slide 5 - Tekstslide

Lesdoel: Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: 'De industriële revolutie en de opkomst van emancipatiebewegingen.'

Slide 6 - Open vraag

Lesdoel: Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: 'De politieke-maatschappelijke stromingen (denkrichtingen)

Slide 7 - Open vraag

Leg uit wat de sociale kwestie was.

Slide 8 - Open vraag

Leven en werken in armoede
  • Fabrieksarbeiders slechte werkomstandigheden
  • Lage lonen (armoede)
  • Ziek/ongeluk --> geen uitkering/geen geld
  • Kinderarbeid noodzakelijk om rond te komen
  • Armoedeprobleem = sociale kwestie 

Slide 9 - Tekstslide

Leg uit wat sociale wetten zijn.

Slide 10 - Open vraag

Streven naar gelijkheid
  • Sociale wetten om wat aan het armoedeprobleem te doen
  • Kinderwetje Samuel van Houten
  • 1901 Leerplichtwet. Kinderen onder de 12 jaar naar school. 

Slide 11 - Tekstslide

Kinderwetje Van Houten
Wet waarbij het verboden werd om kinderen tot 12 jaar te laten werken in de fabrieken en werkplaatsen. De kinderen mochten wel in de landbouw werken

Slide 12 - Tekstslide

Samuel
van
Houten

Slide 13 - Tekstslide

Leg uit welk ideaal socialisten naar streven.

Slide 14 - Open vraag

Socialisten streven naar gelijkheid
  • Socialisten kwamen op voor de arbeiders.
  • Streefden naar gelijkheid (arm en rijk verschillen verdwijnen)
  • Fabrieksarbeiders door fabriekseigenaren uitgebuit. (arbeidersklasse tegenover bezittende klasse) 

Slide 15 - Tekstslide

Leg het verschil uit tussen sociaal-democraten en communisten.

Slide 16 - Open vraag

Twee soorten socialisten
  • Groep socialisten die door gewelddadige opstand de macht (Communisten) wil grijpen
  • Groep socialisten die gekozen wilden worden (sociaaldemocraten)  en door sociale wetten het leven van de arbeiders probeerde te verbeteren 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Lesdoel: Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: 'De industriële revolutie en de opkomst van emancipatiebewegingen.'

Slide 19 - Open vraag

Lesdoel: Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: 'De politieke-maatschappelijke stromingen (denkrichtingen)

Slide 20 - Open vraag

Leg uit waar de scholenstrijd over ging.

Slide 21 - Open vraag

Leg uit wat confessionelen zijn.

Slide 22 - Open vraag

Veranderingen in het onderwijs
  • Godsdienstvrijheid, ook op scholen. 
  • Maar christenen moesten hun eigen scholen betalen.
  • Confessionelen --> katholieken en protestanten wilden geld voor christelijke scholen (schoolstrijd)

Confessionelen zijn christenen. Mensen die bij de Rooms-katholieke of Protestantse kerk horen.

Slide 23 - Tekstslide

Rooms-katholieke school
Protestantse school

Slide 24 - Tekstslide

Eerste politieke partij
Abraham Kuyper richtte de eerste politieke partij op  :Christelijke partij.
Samen met de katholieken hadden zij vanaf 1901 de meerderheid in het parlement

Slide 25 - Tekstslide

Abraham 
Kuyper

Slide 26 - Tekstslide

Leg uit welke idealen feministen hadden.

Slide 27 - Open vraag

De positie van vrouwen
  • 19e eeuw: vrouwen veel minder rechten dan mannen
  • Vanaf 1870 gingen vrouwen zich hier tegen verzetten 
  • Emancipatie --> gelijke rechten
  • Vrouwen die streden voor vrouwenrechten --> feministen
  • Idealen feministen: onderwijs voor vrouwen en kiesrecht voor vrouwen 

Slide 28 - Tekstslide

Aletta Jacobs

Slide 29 - Tekstslide

Lesdoel: Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: 'De industriële revolutie en de opkomst van emancipatiebewegingen.'

Slide 30 - Open vraag

Lesdoel: Je kan het volgende kenmerkend aspect in je eigen woorden uitleggen: 'De politieke-maatschappelijke stromingen (denkrichtingen)

Slide 31 - Open vraag

Aan de slag: Huiswerk
Maken 3.3. 
Leren leerdoelen 3.3. 

Slide 32 - Tekstslide

Welke wet maakte definitief een einde aan de kinderarbeid? Wet Van Houten of de leerplichtwet? Leg je antwoord uit.

Slide 33 - Open vraag

Wat wilden de socialisten?

Slide 34 - Open vraag

Noem een bekende feminist

Slide 35 - Open vraag

Aan de slag: Huiswerk
  1.  Maken 3.3. 
  2. Leerdoelen 3.3. 

Slide 36 - Tekstslide