Future Recap

Future goals
After today's lesson: 
I know which future tenses to use. 
I know my own mastery level and where to practice this tense. 

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Future goals
After today's lesson: 
I know which future tenses to use. 
I know my own mastery level and where to practice this tense. 

Slide 1 - Tekstslide

 What's the difference 

 I am visiting my aunt tomorrow.
 I am going to visit my aunt tomorrow.
 I will visit my aunt tomorrow.

Slide 2 - Tekstslide

 Afgesproken en geregeld, ze weet dat je komt.
Jij bent dat van plan, zij weet nog van niks.
Je zegt dat je dat gaat doen, neutraal.
I am visiting my aunt tomorrow.  
I am going to visit my aunt tomorrow.
I will visit my aunt tomorrow.

Slide 3 - Sleepvraag

Future 1:...............
Future 2:.........
Future 3: ...............
Future 4: ..................

Slide 4 - Tekstslide

Future 1: Present Continuous
Helemaal zeker, alles is al geregeld, hoe laat, met wie, alles is klaar: 

I am visiting my aunt tomorrow. 
 Ze weet dat je komt, dus ze bakt wat lekkers!

She is painting her room next Thursday.
Is afgesproken, ze heeft vrijgenomen.

Are you doing anything tomorrow?
 Zijn er dingen afgesproken?

Slide 5 - Tekstslide

Future 2: to be going to + werkwoord
Iets wat je met grote mate van waarschijnlijkheid kunt voorspellen:


It is going to rain soon!
Jij ziet heel donkere wolken, kan niet missen!

Look out! She is going to drop that cup of tea!
Ze wankelt, dat gaat mis!

She is going to have a baby soon.
 Ze is heel zwanger, zal snel een baby komen.



We were going to visit my aunt, but she was out.
He was going to call his girlfriend, but he couldn’t find his phone.

Slide 6 - Tekstslide

Future 2: to be going to + werkwoord
 Een bestaand plan of voornemen:

I am going to visit my aunt tomorrow.
Jij hebt je dat voorgenomen. Je tante weet van niks. Verrassing!

We are going to buy a new car soon.
Leuk, dat hebben we ons zo voorgenomen.

.



Slide 7 - Tekstslide

Future 2: to be going to + werkwoord
De verleden tijd van deze vorm (was/were + going to + werkwoord) gebruik je voor mislukte plannetjes:


We were going to visit my aunt, but she was out.
He was going to call his girlfriend, but he couldn’t find his phone.

Slide 8 - Tekstslide

Future 3: will + werkwoord
Simpel feit, let op, in het Nederlands gebruik je hier meestal de tegenwoordige tijd:


The sun will rise tomorrow.       
Feitje. De zon gaat morgen op.

Lunch break will be ten minutes longer today.
Feitje. Lunch duurt vandaag tien minuten langer

All lessons will be canceled.
 Feitje. Alle lessen vervallen.

Slide 9 - Tekstslide

Future 3: will + werkwoord
Neutrale uitspraak. Of over dingen die je niet met 100% zekerheid kunt voorspellen:


I will visit my aunt tomorrow.
 Morgen ga ik daarheen. Neutrale uitspraak.

It will rain tomorrow.
Zeggen ze, neutraal. Waarschijnlijk wel.

They will find a cure for this disease.
 Hopelijk, maar nooit helemaal zeker.

Slide 10 - Tekstslide

Future 3: will + werkwoord
Als er in de zin een voorwaarde staat waar eerst aan voldaan moet worden, gebruik je will + werkwoord:


If you clean your room, I will bake a cake.
If you don’t do your homework, you will fail the test.

Slide 11 - Tekstslide

Future 3: will + werkwoord
je gebruikt deze vorm ook als je iets zegt wat je direct gaat doen, zodra je het bedenkt:

 

The doorbell is ringing. I’ll answer it!
Oh, you look cold. I’ll make you a cup of tea.
I think I’ll send her an e-mail.

Slide 12 - Tekstslide

Our train ....... (leave)
at 4:47.

Slide 13 - Open vraag

I love London. I ......(probably / go)
there next year.

Slide 14 - Open vraag

What ..................... (wear / you)
at the party tonight?

Slide 15 - Open vraag

I haven't made up my mind yet. But I think I .................(find)
something nice in my mum's wardrobe.

Slide 16 - Open vraag

What does a blonde say when she sees a banana skin lying just a few meters in front of her? - Oh dear! I .......(slip)
!

Slide 17 - Open vraag

This is my last day here. I ................... (go)
back to England tomorrow.

Slide 18 - Open vraag

Hurry up! The conference (begin)
in 20 minutes.

Slide 19 - Open vraag

My horoscope says that I (meet)
an old friend this week.

Slide 20 - Open vraag

Look at these big black clouds! It (rain)
.

Slide 21 - Open vraag

Here is the weather forecast. Tomorrow (be)
dry and sunny.

Slide 22 - Open vraag