The Passive

The PASSIVE
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

The PASSIVE

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Starts with the 'doer'.                      Starts with the subject that has
                                                      experienced the action.

Slide 2 - Tekstslide

Passive: What has happened to whom?
Why use the passive?
When the action is important, but the 'doer' isn't. 

A billion drinks are sold every day.
(It doesn't matter who sells them.)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

active / passive?
Alan teaches geography.
A
active
B
passive

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Active / passive?
They often listen to music.
A
active
B
passive

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Houses have been built.
A
active
B
passive

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Active/passive?
The keys were lost at the party.
A
Active
B
Passive

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Active/passive?
The farmer milked the cows
A
Active
B
Passive

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Passive or active?
The airplane is delayed by half an hour.

A
active
B
passive

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Many questions were asked.
A
Active
B
Passive

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Julia rescued three cats.
A
active
B
passive

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

active vs. passive

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Passive Voice

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Use the form of to be (active sentence) + past participle 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

How do you create a passive?
My sister bakes a cake. (present simple tense)

1. Start with the direct object (lijdend voorwerp). -> A cake
2. Use the correct form of to be. -> is (present simple tense)
3. Use the past participle of the verb mentioned in the active voice. -> baked
4. End the sentence with 'the agent' (the subject from the active sentence) -> by my sister.

A cake is baked by my sister.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Make passive:
They write a letter

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

make passive: I read a book.

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Mom cooked dinner.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Make a passive:
The students did an English test yesterday

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Well done!

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies