cross

V2- Unité 3

Unité 3-VWO 2
Les objectifs du chapitre
Na deze unité kun je:
  • Zeggen/vragen hoe laat het is.
  • Zeggen of vragen waar en hoe laat iets plaatsvindt
  • een afspraak maken
  • Zeggen aan welke sport je doet.
  • Zeggen wat je op school hebt gedaan.
Sport et College
Théorie
  • Apprendre 3: passé composé met être
  • Grammaire révision §15: getallen van 0 t/m 100
  • Grammaire révision §16: rangtelwoorden
  • Apprendre 6: kloktijden
  • Apprendre 8: perdre en andere werkwoorden op -re
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
FranshavoLeerjaar 2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Unité 3-VWO 2
Les objectifs du chapitre
Na deze unité kun je:
  • Zeggen/vragen hoe laat het is.
  • Zeggen of vragen waar en hoe laat iets plaatsvindt
  • een afspraak maken
  • Zeggen aan welke sport je doet.
  • Zeggen wat je op school hebt gedaan.
Sport et College
Théorie
  • Apprendre 3: passé composé met être
  • Grammaire révision §15: getallen van 0 t/m 100
  • Grammaire révision §16: rangtelwoorden
  • Apprendre 6: kloktijden
  • Apprendre 8: perdre en andere werkwoorden op -re

Slide 1 - Tekstslide

KLASREGELS
  • Telefoons bewaar je in je tas. Eten en drinken doe je in de pauze. Je hebt je jas uit, en petje af.
  • Het gebruik van Chromebook: alleen als de docent daar opdracht toe geeft.
  • Je moet vragen of je van je plaats af mag, of je mag opstaan, of je door de klas moet lopen.
  • Je zit recht op je stoel en doet mee met de les.
  • Wanneer gevraagd moet je in stilte werken en je hand opsteken als je een vraag hebt. 
  • Je mag pas weg als de bel gaat.
  • Respecteer het schoolmeubilair. 
V2B
V2D

Slide 2 - Tekstslide

Comportement/ gedrag!
  • Aan wie heb je het meest op school? 
  • —> Wijsheid 
  • Wie is jouw vijand op school? 
  • —> Drukte
  • Qui est ton un ami à l’école?
  • —> La sagesse.
  • Qui est ton ennemie à l'école?  
  • —> La turbulence! 

Slide 3 - Tekstslide

Qu'est ce que nous allons faire?
Mardi 7 janvier 2019
 
  1. Couleur locale : regarder une vidéo + quiz
  2. Lire "Les sports, au collège et le week-end"
  3. Faire individuellement ex. 1BC -2- 3 (15min) 
        Al klaar ? Leer Quizlet lijst Appr 1 -2
timer
15:00

Slide 4 - Tekstslide

Qu'est ce que nous allons faire?
Jeudi 8 janvier 2019

  1. Corriger ex. 1BC -2- 3 (5min) +woordpictionary A1
  2. Texto 1: Faire ensemble audio ex. 4 (10min)
  3. Faire individuellement ex. 5-6 (15 min)
  4. Jouer à Quizletlive Apprendre 1-2
timer
15:00

Slide 5 - Tekstslide

Qu'est ce que nous allons faire?
Mardi 29 janvier 2019

  1. Corriger ex. 5-6 .  (5min)
  2. Réviser (10min) :  - §15: getallen van 0 t/m 100 vidéo p.120                                                                         - §16: rangtelwoorden                                                                                                       
  3. Faire ensemble ex. 7A    
Terminé?? --> Fais un mindmap du verbe être au P.C! )
timer
10:00

Slide 6 - Tekstslide

Qu'est ce que nous allons faire?
 29 janvier 2020

  1. Corriger ex. 7B  (1min)
  2. Réviser (10min) :- A3 P.C met être  uitleg (é/è)
  3. ensemble ex.9
  4. Faire ex. 8, 10, 11    
Terminé?? --> Fais un mindmap du verbe être au P.C! )
timer
10:00

Slide 7 - Tekstslide

Kies het juste rangtelwoord: 23
A
vingt-troisime
B
vingt-troisième
C
trois-vingtième
D
vingt-troix

Slide 8 - Quizvraag

Kies het juste rangtelwoord: 94
A
quatre-vingt-quatorzième
B
quatre-vingtième
C
vingt-quatorzième
D
quatre-quatorzième

Slide 9 - Quizvraag

Kies het juste rangtelwoord: 1
A
premier/ première
B
unième/ uneième
C
primo/ prima
D
unier/unière

Slide 10 - Quizvraag

Kies het juste rangtelwoord: 5
A
cinquière
B
cinquo
C
cinqième
D
cinquième

Slide 11 - Quizvraag

Le passé composé van être
Video La Maison Être: 14 ww + alle wederkerende werkwoorden (bijv. se laver)
 
Zinnen spel: we gaan de PC en Appr 1 en 2 in 3 zinnen toepassen.
zin 1= 8 bordjes
zin 2= 5 bordjes
zin 3 = 6 bordjes

Slide 12 - Tekstslide

Puzzle
  1. L'équipe d'AJAX retrouvé des supporters  dans les tribunes pour fêter la victoire.
  2. Cet athlète est arrivé 4 fois champion du monde. 
  3. Il a gagné 53 compétitions à l´étranger.
 

Slide 13 - Tekstslide

Qu'est ce que nous allons faire?
Mardi 4 fevrier 2020

  1.      Corriger ex. 8-10-11 (3min) + test sleepvraag
  2. wat ga je nu doen?
  3. Lire  Roman-photo + ex.13
  4. Faire individuellement ex. 14-16 (10 min) Klaar? Quizlet A4-Mindmap P.C de être
timer
10:00
Een foutenanalyse is cruciaal, van fouten leert je het meest en een fout kan worden getransformeerd in een leerkans 

Slide 14 - Tekstslide

Wat ga je nu doen?
- Maak 3 zinnen in de voltooid tegenwoordige tijd (Passé composé) 
- Gebruik de onderstaande plaatjes om deze 3 zinnen te vormen. 
Iedereen noemt straks zijn zinnen op, je geeft feedback aan elkaar.

timer
2:00

Slide 15 - Tekstslide

Tekst
Het werkwoord tomber vervoeg je in de passé composé met......
Het werkwoord chanter vervoeg je in de passé composé met....
Verreweg de meeste werkwoorden die in het Nederlands vervoegt met zijn, vervoeg je in het Frans met....
Het werkwoord avoir vervoeg je met....
Eén belangrijke uitzondering op die regel heb je geleerds in unité 1: het werkwoord être vervoeg je met....
être
avoir
être
avoir
avoir

Slide 16 - Sleepvraag

Tekst
Tu .... ......... à la maison pendant les vacances? (rester) gebleven


Vous ..... .........(partir) weggegaan

Il .... ........... (arriver) aangekomen
Vous ..... ....... des cadeaux à Noël.  (avoir p.c) hebben
Je/j' .... ....... au cinéma avec mon frère. (être p.c) zijn
as resté
es resté
      ai été
avoir rester
êtes parti
avez parti
est arrivé
a arrivés
être arriver
   avez eu
   êtes eu
   avez été

Slide 17 - Sleepvraag

Noteer 6 Franse woorden die met
de klok te maken hebben

Slide 18 - Woordweb

Qu'est ce que nous allons faire?
Jeudi 6 fevrier 2020

  1. Corriger ex. 14-16 (3min) Répéter A4-A5
  2. Lessonup Quiz
  3. Woordweb + vidéo "De kloktijden" (A6)  
  4. Faire individuellement ex. 17-18-19 (15 min)

Slide 19 - Tekstslide

Vertaal de zin:
'Il est midi.'
A
Het is middag.
B
Het is 12 uur 's middags.
C
Het is tijd.
D
Het is 12 uur 's nachts.

Slide 20 - Quizvraag

Vertaal de zin:
'Il est huit heures et quart.'
A
Het is 8 uur.
B
Het is 10 over 8.
C
Het is kwart over 8.
D
Het is kwart voor 8.

Slide 21 - Quizvraag

Vertaal de zin:
'Il est cinq heures et demie.'
A
Het is half 5.
B
Het is 5 uur.
C
Het is kwart over 5.
D
Het is half 6.

Slide 22 - Quizvraag

Vertaal de zin:
'Il est trois heures moins 20.'
A
Het is 20 over drie.
B
Het is tien voor half 4.
C
Het is 10 over half 3.
D
Het is tien over half 4.

Slide 23 - Quizvraag

Vertaal de kloktijd in het Nederlands:
'sept heures et demie'

Slide 24 - Open vraag

Vertaal de kloktijd in het Frans:
'10 voor 7 ('s morgens)'

Slide 25 - Open vraag

Zet de tijden van vroeg naar laat:
(sleep blauw over rood)
deux heures moins dix
deux heures vingt
deux heures moins le quart
deux heures et demie
deux heures cinq

Slide 26 - Sleepvraag

Noteer in het Frans in eigen woorden 3 activiteiten
die jij doet op een dag met de kloktijd erbij.

TIP: om 3 uur .... = à trois heures...

Slide 27 - Open vraag

Qu'est ce que nous allons faire?
Mardi 11 février 2020

  1. Corriger ex. 17-18-19 (3 min) des difficultés?
  2. Test Lessonup (Révision kloktijden+être P.C)
       Terminé? --> Quizletlive A7
timer
20:00

Slide 28 - Tekstslide

Tekst
Onze heures seize
Neuf heures moins cinq
Dix-huit heures moins le quart
Dix heures et demi 
Onze heures et quart
Minuit vingt
Seize heures quarante-cinq
quatorze heures dix
Midi vingt
5:30
15:30
8:55
11:16
16:45
10:30
22:10
8:25
17:45
11:25
10:50
10:45
00:20
8:30
9:30
18:45
14:10
12:20
8:45
11:15

Slide 29 - Sleepvraag

Tekst
Het werkwoord tomber vervoeg je in de passé composé met......
Het werkwoord chanter vervoeg je in de passé composé met....
Verreweg de meeste werkwoorden die in het Nederlands vervoegt met zijn, vervoeg je in het Frans met....
Het werkwoord avoir vervoeg je met....
Eén belangrijke uitzondering op die regel heb je geleerds in unité 1: het werkwoord être vervoeg je met....
être
avoir
être
avoir
avoir

Slide 30 - Sleepvraag

Tekst
Tu .... ......... à la maison pendant les vacances? (rester) gebleven


Vous ..... .........(partir) weggegaan

Il .... ........... (arriver) aangekomen
Vous ..... ....... des cadeaux à Noël.  (avoir p.c) hebben
Je/j' .... ....... au cinéma avec mon frère. (être p.c) zijn
as resté
es resté
      ai été
avoir rester
êtes parti
avez parti
est arrivé
a arrivés
être arriver
   avez eu
   êtes eu
   avez été

Slide 31 - Sleepvraag

Qu'est ce que nous allons faire?
Mardi 25 février 2020

  1. Tests lessonup (10min)
  2. Corriger ex. 17-18-19 (3 min) des difficultés? 
  3. Faire ensemble ex. audio 21 -22-23 (10 min)
  4. Huiswerk : ex. 24-26-27 
Terminé? --> Quizletlive A7
timer
20:00

Slide 32 - Tekstslide

Sport et Collège
Jeudi 27 fevrier 2019 

  1. Corriger ex. 24-26-27 (3 min) + ex.25
  2. Uitleg A8: perdre en Ww op -re
  3. Faire individuellement ex. 28-29-31-32 (15 min)+ overleg
Terminé ? --> CO/verbuga/vwo2/u2/A8/
timer
10:00

Slide 33 - Tekstslide

Tekst
L’équipe de France ...... ............. en finale de rugby. (perdre, p.c.)
Mes voisin .... .......  leur maison. (vendre, p.c)
Nous .... ......... notre argent de poche. (perdre, pc)
Il .....  ........ à toutes les questions du prof. (répondre, p.c)
Ma mère ............. toujours les clés du vélo! (perdre)
ont vendu
a répondu
avons perdu
perdons
a perdu
ont réponde
perd
a répondre
a vendu

Slide 34 - Sleepvraag

Qu'est ce que nous allons faire?
Mardi 3 mars 2020

  1. Corriger ex. 28-29-31-32 (5min) + répéter A9
  2. Faire ensemble ex. 30 et Parler ex. 33 
  3. Devoirs : ex. 34-35 + D-Toets op classcraft
Hoe leer je voor de toets? 
timer
20:00
Maak een kaartje met daarop een handeling in de passé composé, bijvoorbeeld:
j’ai acheté un cd, j’ai caressé un chien, j’ai cherché le chien, j’ai invité mes amis, j’ai mangé un croissant, j’ai acheté un T-shirt, je suis rentré à 4 heures, je suis allé au zoo, je suis resté chez moi, j’ai joué une heure au tennis, je suis allé chez un copain, etc.

In groepen van Ccraft krijg je een kaartje met een handeling. De team moet de handelingen achter elkaar opnoemen. 
De eerste leerling begint bijvoorbeeld met: Hier, j’ai mangé une pizza.
De tweede leerling gaat door met: Hier, j’ai mangé une pizza et j’ai acheté un DVD.
De derde vervolgt: Hier, j’ai mangé une pizza, j’ai acheté un DVD et j’ai été au cinéma, etc.
Als een leerling de ketting breekt voordat alle zes leerlingen geweest zijn, wordt de oefening gestopt. De kaartjes worden dan opnieuw verdeeld en de leerling die de ketting heeft gebroken, begint met een nieuwe serie.

Slide 35 - Tekstslide

Qu'est ce que nous allons faire?
Mercredi 4 mars  2020     


  1. Corriger ex. 33-34 + D-Toets (15min) + répéter A10
  2. Option écouter A-B
  3.  Option lire: docu-presse
  4. Option Parler .            + Bingo! 
timer
15:00
Kies een bekende sportman of sportvrouw, eventueel met foto, een presenteer hem/haar aan de klas. Jij kan wat zeggen over leeftijd, sport, overwinningen, sterke/zwakke punten. (+80GP 400xP)
Loto: maak twee rasters van 9 lege hokjes. Vul in de hokjes van één raster met getallen tussen de 0 en de 50 en het andere raster met de getallen van 51 t/m 100.
Daarna twee keer bingo spelen. U leest willekeurig de getallen op en de leerlingen kruisen ze aan in hun raster, totdat er iemand is met een volle kaart.

Slide 36 - Tekstslide

Révisions
Apprendre 3: passé composé met être
Grammaire révision §15: getallen van 0 t/m 100
Grammaire révision §16: rangtelwoorden
Apprendre 6: kloktijden
Apprendre 8: perdre en andere werkwoorden op -re


timer
5:00

Slide 37 - Tekstslide

Eindtoets Unité 3
Mardi 25 février 2020
  • Tafels uit elkaar
  • Telefoons uit en in je tas en tassen voorin de klas.
  • een boek/huiswerk van te voren
  • Geen vragen stellen tijdens de eerste 10min
  • Geen vragen stellen over betekenis van woorden
  • Lees heel goed de vragen meerdere keren, als je nog niet snapt dan mag je mij roepen.
  • Klaar? controleer je antwoorden en lever je  toets in.
  • Blijf stilte.
  • Zet de tafels weer terug en sluit de stoelen aan
timer
45:00

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

Kloktijden: combineer de zinnen met elkaar.
  • antwoorden
  • Versie A: 1j - 2g - 3f - 4c - 5b - 6e - 7h - 8a - 9d - 10i
  • Versie B:  1f - 2g - 3j - 4c - 5h - 6e - 7b - 8a - 9d - 10i

Slide 40 - Tekstslide

Voca opdracht: vertaal op een kladbrief: 
Vertaal de volgende zinnen in het frans. Een persoon schrijf achter het bord. 
  • 88, 24, 33, 54, 11
  • Hoe laat is het? 
  • Het is al vijf voor halftien. 
  • We zien elkaar om kwart over zes.
  • de stoel
  • op de eerste rij
  • wat gebeurt er?
  • ook niet, ook geen
  • het scherm
  • de strafschop
timer
15:00

Slide 41 - Tekstslide

1. Antwoorden 
Controleer je antwoorden met Grammaire §15 p120 , APPR 4 en 5 p.97 (TB) 
  • 88, 24, 33, 54, 11 
  • Hoe laat is het? = Il est quelle heure?
  • Het is al vijf voor halftien. = Il est déjà neuf heures vingt-cinq.
  • We zien elkaar om kwart over zes.= On se voit à six heures et quart.
  • de stoel = la chaise
  • op de eerste rij = au premier rang
  • wat gebeurt er? = qu'est-ce qui se passe?
  • ook niet, ook geen = ne ... pas non plus
  • het scherm = l'écran
  • de strafschop = la pénalité
timer
2:00

Slide 42 - Tekstslide

1. In stilte op Classcraft 
Dictée. Als je klaar bent stuur jouw document. 
  • Ce soir, il y a un match de rugby.
  • Tu viens avec nous?
  • Oui, d'accord, je viens aussi.
  • Il est quelle heure? 
  • 8h15. A neuf heures j'ai un contrôle.
  • Je sais, il faut se détendre.
timer
5:00

Slide 43 - Tekstslide

Jeu:Au tableau! 
  1. Laat je boeken dicht
  2. In ploegen Classcraft 
  3. Pak een stift per ploeg 
  4. Vervoeg Perdre in présent en Passé composé
  5. Schrijf de maximum woorden die je ken over Sport en college

timer
10:00

Slide 44 - Tekstslide

Qu'est-ce que tu as appris?

  1. Appr 1 en 2 woorden.
  2. Passé composé.

  3. Toepassing in een zin structuur. 
  4. Les nombres (telwoorden en rangtelwoorden).



Slide 45 - Tekstslide