cross

3.2 Lineaire grafiek bij formule

Maken 9 en 15
timer
5:00
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Maken 9 en 15
timer
5:00

Slide 1 - Tekstslide

Succescriteria
  • verbanden
  • variabelen
  • grafiek tekenen bij een verband 

Slide 2 - Tekstslide

Verbanden
  • In de formule inkomsten in  € = 2 x tijd in uren hebben inkomsten en tijd iets met elkaar te maken.
  • Tussen inkomsten en tijd bestaat een verband.
  • Hoe langer je werkt, hoe meer inkomsten je hebt.
  • Een andere formule bij een verband is bijvoorbeeld inkomsten in € = 2,50 + 6 x tijd in uren

Slide 3 - Tekstslide

Verbanden
  • De formule inkomsten in € = 2,50 + 6 x tijd in uren kun je korter schrijven.
  • Je krijgt de formule I = 2,50 + 6t.
  • Voor t kun je allerlei getallen invullen.
  • Daarom is t een variabele.
  • Ook I is telkens  anders.
  • Daarom is I ook een variabele.

Slide 4 - Tekstslide

Verbanden
  • De tijd t kun je meten in uren, weken dagen enzovoort.
  • De inkomsten I kun je meten in euro's, dollars, ponden enzovoort.
  • Daarom schrijven we de betekenis en de eenheden van de variabelen onder de formule.
  • Je krijgt I = 2,50 + 6t.
  • Hierin is I de inkomsten in € en t de tijd in uren. 

Slide 5 - Tekstslide

Voorbeeld
Karin verdient €3,43 per uur. Verder krijgt zij een vast bedrag. Karin berekent haar inkomsten met de formule inkomsten in € = 4,50 + 3,43 x tijd in uren.
a. Maak van de woordformule een formule met letters.

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld
Karin verdient €3,43 per uur. Verder krijgt zij een vast bedrag. Karin berekent haar inkomsten met de formule inkomsten in € = 4,50 + 3,43 x tijd in uren.
b. Hoeveel verdient Karin met 6 uur werken?

Slide 7 - Tekstslide

Maak testopgave blz. 126
klaar? Kijk na op blz. 325
0-6 punten: 9, 10, 11, 12, 13, 15 + nakijken
7-9 punten: 9, 11, 12, 13, 15 + nakijken
10-11 punten: 9, 12, 13, 14, 15 + nakijken
timer
10:00

Slide 8 - Tekstslide

Van formule naar grafiek
  • In de formule K = 10 + 0,05t is K de kosten in euro's en t de tijd in minuten.
  • Het stijggetal is het getal voor de variabele.
  • Dat is hier 0,05.
  • Het stijggetal noemen we vanaf nu de richtingscoëfficiënt.
  • De richtingscoëfficiënt mag je afkorten met rc.
  • De rc is hier 0,05. 

Slide 9 - Tekstslide

Van formule naar grafiek
  • In de formule I = 35 -3t is de rc -3.
  • Een formule met een begingetal en een richtingscoëfficiënt is een lineaire formule.
  • De grafiek ervan is een rechte lijn.
  • De grafiek kun je direct tekenen zonder een tabel te maken.
  • Eerst teken je assenstelsel. 

Slide 10 - Tekstslide

Van formule naar grafiek
  • Maak de assen niet langer dan 10 cm.
  • Welke getallen bij de assen staan hangt af van de situatie.

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld
Bromtel berekent de kosten van telefoneren met de formule 
K = 12,50 + 0,025t. Hierin is K de kosten in euro's en t de tijd in minuten.
a. Teken de grafiek bij de formule van Bromtel. Ga uit van 200 belminuten.

Slide 12 - Tekstslide

Voorbeeld
Bromtel berekent de kosten van telefoneren met de formule 
K = 12,50 + 0,025t. Hierin is K de kosten in euro's en t de tijd in minuten.
b. Wat is het minimum van de grafiek?

Slide 13 - Tekstslide

Maak testopgave blz. 129
klaar? Kijk na op blz. 325
0-12 punten: 9, 10, 11, 12, 13, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22 + nakijken
13-18 punten: 9, 11, 12, 13, 15, 19, 20, 21, 22, 23 + nakijken
19-22 punten: 9, 12, 13, 14, 15, 21, 22, 23, 24 + nakijken
timer
10:00

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Aan het werk...
0-12 punten: 9, 10, 11, 12, 13, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22 + nakijken
13-18 punten: 9, 11, 12, 13, 15, 19, 20, 21, 22, 23 + nakijken
19-22 punten: 9, 12, 13, 14, 15, 21, 22, 23, 24 + nakijken

Slide 18 - Tekstslide

huiswerk

maken: 12, 13, 21, 22 + nakijken

PTA H3 12 november

PW H2  toetsweek 1 november


Slide 19 - Tekstslide