cross

h 4 stoffen en atomen 3 tl

3 tl hst 4
 nieuwe stoffen maken: opbouw van stoffen 
1 / 55
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / Scheikundevmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 55 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

3 tl hst 4
 nieuwe stoffen maken: opbouw van stoffen 

Slide 1 - Tekstslide

Cl 3  programma les 1  
eenmalig: herkansen en hoogste cijfer telt. 
  •  verschil tussen reacties en faseovergang
  • kenmerken van reacties  en soorten reacties
  • algemene notatie van  reacties
  • verschil verbranden en ontleden van papier via demo proef
  • hw: voor 18 feb. alles over mengsels  en scheidingsmethodes
  • hw: voor 21e  afmaken en leren 4.1

Slide 2 - Tekstslide

welk natuurverschijnsel zie je hier?
  • natuurkunde of scheikunde?
  • alle faseovergangen zijn natuurkundige verschijnselen
  • dus rijpen ook
  • kenmerk faseovergang: de stof is als hij op kamertemperatuur is altijd weer hetzelfde

Slide 3 - Tekstslide

chemische reacties
de moleculen uit de beginstof(fen) worden afgebroken en er worden nieuwe moleculen opgebouwd.
beginstof(fen)--> eindproduct(en)

Slide 4 - Tekstslide

chemische reacties kun je herkennen aan:
  • blijvende verandering van stofeigenschappen
  • ontstaan warmte, van licht of van geluid
  • onverwachte faseovergangen (b.v. vloeistoffen stollen bij verwarmen i.p.v. te verdampen of 2 vaste stoffen gemengd worden samen vloeistof)

Slide 5 - Tekstslide

soorten  reacties
grofweg bestaan er 3 soorten reacties:
  1. ontledingsreactie:
    één beginstof-> meer eindproducten  
  2. verbrandingsreactie:  beginstof+zuurstof-> eindproduct(en) 
  3. overige vormingsreacties 

Slide 6 - Tekstslide

tijd voor een demoproef 

Slide 7 - Tekstslide

organische stoffen
  • bevatten altijd C en H atomen.
  • Bij thermolyse: organische stof--> koolstof(s)+water(l)+witte rook(g)
  • Bij volledig verbranden: organische stof +zuurstof(g)--> koolstofdioxide(g)+water(g)
  • Bij onvolledige verbranding: organische stof +zuurstof(g)--> koolstof + koolstofmonoxide(g)+water(g

Slide 8 - Tekstslide

les 2  
  • start met demo proef water 
  • dossier afmaken  10 minuten
  • nakijken + verbeteren met andere kleur (10 min)
  • vervolg demoproef, maak aant. 
  • uitleg par 2. terwijl we samen conclusie trekken
  • hw  blijft : leren 4.2 en maken 17, 19 t/m 24  (zelf nakijken via som)

Slide 9 - Tekstslide

ontledingsreacties alle namen eindigen op (.............lyse),
Ontleden kan met:
  1.  warmte: dit heet Thermolyse
  2.  licht:dit heet  Fotolyse
  3. elektricteit: dit heet Elektrolyse
  4. bij de elektrolyse van water ontstaan H2=waterstofgas (blaffend geluid bij verbranden) en O2= zuurstof (laat gloeiend voorwerp feller branden)

Slide 10 - Tekstslide

programma les 3: cl 4 conclusies trekken proef nog bespreken?
  • hw controle: leg je schrift open en zoek op wat je niet snapte
  • bespreken moeilijke opgaves 10- 15  minuten
  • uitleg verschil thermolyse en verbranden (kenmerken 2 soorten verbranding)   5 min.
  • aanvang uitleg periodiek systeem in Binas en afkorting elementen: 8 min
  • hw maken 27 t/m 32,  en leren alle niet doorgestreepte afkortingen van het stencil van afkorting naar naam (ivm so binnenkort)
  • hw maken of practicumdossier nog afmaken 5 a 10 minuten 

Slide 11 - Tekstslide

volledige verbranding koolwaterstoffen (=verbinding die koolstof en waterstofatomen bevat)
  • Kleurloze of blauwe vlam
  • onstaat waterdamp H2O(g) + koolstofdioxide CO2(g)  
  • deze gassen zorgen voor versterkt broeikaseffect
  • brand blussen is 1 van de 3 voorwaarden weghalen (zuurstof,brandstof, ontbrandingstemperatuur)

Slide 12 - Tekstslide

Onvolledige verbranding koolwaterstoffen
  • Oranje of gele vlam  
  • onstaat waterdamp, koolstof (=roet) en koolstofmonoxide 
  • koolstofmonoxide CO(g)(=kolendamp) is dodelijk! 
  • CO(g)is zwaarder dan lucht (net als koolstofdioxide), kleur- en geurloos en voorkomt opname van zuurstof -> je stikt
Onvolledige verbranding

Slide 13 - Tekstslide

verschil verbranden en ontleden met warmte(=thermolyse) van organische stoffen 
  • ontleden:  maar 1 beginstof er kan geen of te weinig zuurstof bij waardoor de stof niet verbrandt.
    Dus thermolyse :

    organische stof ---> koolstof+ water+ rook 
  • verbranden, zuurstof is de 2e beginstof
    : organische stof + zuurstof-> eindproducten
     

Slide 14 - Tekstslide

 atomen  zijn de bouwstenen van moleculen
  • een ander woord voor atoom = element
  • er bestaan iets meer dan 110 verschillende elementen
  • elk element heeft een afkorting
  • elk element begint met een hoofdletter, soms gevolgd door een kleine letter b.v. He=helium

Slide 15 - Tekstslide

programma les 4
  • uitleg verschil moleculen en atomen en wel/niet ontleedbaar
  • Brenda regel overnemen in schrift
  • 8 min. zelf werken aan 34 t/m 38
  • 39 en 40 samen op het bord
  • afmaken pract dossier, moet nagekeken zijn na deze les
  • hw: 34 t/m 40 en 47 t/m 50 + leren voor so hele stencil!
  • so op 16 maart Cl 4 en 17 maart Cl 3  telt 2x mee (10 min )...

Slide 16 - Tekstslide

molecuul = kleinste deeltjes van een stof dat nog alle stofeigenschappen heeft
  • moleculen zijn opgebouwd uit atomen
  • moleculen met 1 soort atomen zijn niet ontleedbaar  b.v. O2
  • verbindingen bestaan uit meer atoomsoorten  en zijn wel  ontleedbaar) b.v.  H2
  • bij metalen en koolstof en zwavel bestaat het molecuul uit  1 atoom 
1 watermolecuul bestaat uit:
 1 zuurstof en 2 waterstof atomen
de stof water H2O(l) 

Slide 17 - Tekstslide

Brenda regel: Ezelsbruggetje 
  •  De stoffen uit de Brenda regel vormen moleculen met twee dezelfde atomen en zijn dus nietontleedbaar .
  • Brenda (Br2(l)= broom) Houdt (H2(g)=waterstof) Naakt (N2(g)=stikstof) Feesten (F2(g=fluor) In (I2(s)=Jood) Ons (O2(g)=zuurstof) Clubhuis(Cl2(g) =chloor)

Slide 18 - Tekstslide

zelfstandig nakijken/verder werken in stilte
timer
8:00

Slide 19 - Tekstslide

prog les 6: verschil scheiden en ontleden en aanvang kloppend maken reactievergelijking
  • scheiden = met behulp van verschil van stofeigenschap twee stoffen sorteren (Hst 1 t/m 3)  er ontstaan geen nieuwe stoffen
  • ontleden=chemische reactie: 1 beginstof en meer nieuwe eindproducten
  • overhoren so mondeling? (5 min.) 
  • afmaken pract dossier  Zorg dat de goede antwoorden er staan max 10 m.
  • uitleg inlever opdracht 5 min
  • uitleg par 4.5: samen opg 65 a en d, daarna zelf verder
  • hw: 16/17 maart so elementen en 20 maart inleveren werkblad scheiden

Slide 20 - Tekstslide

prog les 6: Thuis werkles
verschil scheiden en ontleden en aanvang kloppend maken reactievergelijking
  • scheiden = met behulp van verschil van stofeigenschap twee stoffen sorteren (Hst 1 t/m 3)  er ontstaan geen nieuwe stoffen
  • ontleden=chemische reactie: 1 beginstof en meer nieuwe eindproducten
  • overhoren so mondeling  
  • uitleg par 4.5: via video instructie 
  • zelfstandig werken aan hw 

Slide 21 - Tekstslide

pak je werkboek en je schrift alvast en bekijk de video

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Link

zelf werktijd
  • maak nu zelf opgave 58 t/m 65 a 
  • klaar? dan controleren met behulp van het nakijkboekje in som
  • als je  daar klaar mee bent bekijk je de volgende instructie slide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Link

zelfstandige werktijd
  • maak opdracht 65 b t/m e 
  • als je er nog veel moeite mee hebt kun je de volgende 3 slides eerst nog eens bestuderen
  • klaar? zelf nakijken
  • bekijk het laatste filmpje en maak daarna je hw of volg een ander vak
  • hw: leren par 4.5 en maken 65 h, j,  66  t/m 70 (inclusief nakijken)

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Link

werkplan: scheiding van een mengsel van spijkers, zand en zout. 
  • Aan het einde van de proef moet je 3 verschillende hoopjes materiaal hebben. 
  • Gebruik het verschil in stofeigenschappen van de materialen, noteer welke materialen je gebruikt, hoe je die materialen gebruikt,  welk soort mengsel je hebt gemaakt / welke scheidingsmethode je gebruikt, het verschil in stofeigenschap waarop die methode berust, waar welke stof is gebleven bij het scheiden welke stof het residu is  enz. enz.  
inleveropdracht: hw voor
20 maart telt mee in je dossier
dus zorg dat je leesbaar schrijft en de juiste begrippen gebruikt!

Slide 28 - Tekstslide

thuiswerkles 2
  • kijk je werk van de vorige keer na via het nakijkboekje in som dat was 65  t/m 70 
  • bekijk de filmpjes in de slides hierna om te zien hoe je dit soort opdrachten moet aanpakken
  • daarna lees je par 6 en maak je 75 t/m 78 
  • hw voor vrijdag goed leren de symbolen die je voor je so moet kennen en nakijken 75 t/m 78

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Link

Slide 31 - Link

thuiswerkles 3
  • bekijk de filmpjes in de slides hierna  en stop als je thuiswerkles 4 ziet. 
  • de eerste paar slides zijn herhaling omdat ik bij het i uur en via mails merk dat veel mensen het nog niet zo door hebben. Lees die goed door! 
  • hw voor vrijdag goed leren de symbolen die je voor je so moet kennen en nakijken 75 t/m 78

Slide 32 - Tekstslide

de ontleding van water
  • molecuulformule water: H2O(l)
  • de 2 is hier de index van H
  • die geeft: in 1 molecuul water zitten  2 atomen waterstof 
  • de stof waterstof=H2(g)
  • de stof zuurstof= O2(g)
  • de stof O bestaat niet
  • dus moet je minstens 2 moleculen water ontleden

Slide 33 - Tekstslide

reactieschema opstellen
(zie ook stencil in som)
  • noteer de vergelijking in woorden (denk aan verbranden zuurstof nodig, ontleden 1 beginstof, alle stoffen uit Brenda regel met zijn tweetjes enz.)
  • molecuulformules in symbolen met toestandsaanduidingen.(let op: (aq)
  • de index  (mag je nooit veranderen, b.v. H2O=water bestaat uit 2 waterstof(H) atomen en  1 zuurstof(O) atoom)
  • het aantal moleculen = de coefficient mag je wel veranderen
  • controleer: voor en na reactie van elke atoomsoort evenveel en "kloppend maken" 


Slide 34 - Tekstslide

boekhoudmethode=reactievergelijking kloppend maken
  1.  beide kanten van pijl zelfde atoomsoorten en van elk  evenveel
  2. alleen  coefficient(=aantal moleculen) mag veranderen
  3. een molecuul dat uit  1 atoomsoort altijd als laatste
  4. O2, Br2 enz  levert altijd een even getal. Dus aan andere kant pijl oneven aantal van deze atomen? Dan alvast even maken
  5. begin (in principe) met  molecuul waar het grootste aantal atomen inzit.
  6. atomen die in verschillende moleculen zitten mag je niet zomaar bij elkaar optellen. zie werkbord verder

Slide 35 - Tekstslide

lijst met atoomsoorten 
in Binas tabel 33
  •  Bij de volgende toetsen mag je  binas gebruiken 
  • in deze tabel zoek je snel op alfabetische volgorde de afkortingen van  atoomsoorten op 
  • het kost veel tijd om alles op te zoeken leer daarom regelmatig  de elementen die je moest leren voor het so.  Zie jaarmateriaal som

Slide 36 - Tekstslide

periodiek systeem in Binas tabel 34 
  • Hier staan de  atoomsoorten ingedeeld op basis van atoommassa waterstof met nr 1 is het lichtste element 
  • en op basis van eigenschappen  in groepen  (1 t/m 18 )
  • metalen in groep 1 noemen we   alkalimetalen ,, deze reageren erg explosief kijk maar naar de video

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

eigenschappen van alkalimetalen
Zoals je in het filmpje zag zijn alkalimetalen metalen die heel heftig reageren met water (en zuurstof). Als ze reageren met water ontstaat er waterstofgas, dat is zeer explosief. 
Hoe groter de atoommassa des te explosiever!

Slide 39 - Tekstslide

  • In de slides hierna komen een aantal meerkeuze vragen. Beantwoord die. 
  • Daarna maak je 88,89 en 1 t/m 10 van test jezelf
  • kijk dit thuis na en noteer in het document in classroom waar je tegenaan loopt

Slide 40 - Tekstslide

programma 21 maart
  • overhoren mondeling (5 minuten)
  • zelf nakijken in stilte en noteer wat je besproken wilt hebben, (10 minuten). Klaar? Dan mag je alvast leren.
  • bespreken moeilijke opgaves 
  • proef natrium gaat fout
  •  oefenen met quiz.
  • morgen plusuur 8.15 (inschrijven)

Slide 41 - Tekstslide

nakijken in stilte
timer
10:00

Slide 42 - Tekstslide

welke uitspraak over de stof zuurstof is juist
A
zuurstof is een ontleedbare stof
B
zuurstof is een niet ontleedbare stof
C
de juiste molecuulnotatie is O
D
de juiste atoomnotatie is O2

Slide 43 - Quizvraag

Wat verandert er bij reacties?
A
de kleur is na de reactie anders
B
de massa is na de reactie anders
C
de fase is na de reactie anders
D
de stofeigenschappen van de begin en eindstoffen zijn anders

Slide 44 - Quizvraag

Welke van de volgende reacties is een ontledingsreactie?
A
Water --> Waterstof + Zuurstof
B
koolstof + zuurstof --> koolstofdioxide
C
Koper + Zuurstof --> Koperoxide
D
Zwaveldioxide+ water --> Zwavelzuur

Slide 45 - Quizvraag

2 C6H14 + 13 O2--> 12 CO + 14 H2O
Wat voor soort reactie is dit?
A
Verbranding
B
Ontleding
C
Vorming
D
Thermolyse

Slide 46 - Quizvraag

Bij de elektrolyse van water ontstaat waterstofgas. Welke uitspraak daarover is waar?
A
waterstofgas is zeer explosief en maakt een "blaffend geluid"
B
waterstofgas is heel brandbaar en laat een gloeiende spaander branden
C
als je waterstofgas afkoelt ontstaat er waterdamp
D
waterstofgas wordt ook wel knalgas genoemd

Slide 47 - Quizvraag

de juiste symbolen van de atoomsoorten zink, calcium en broom zijn:
A
Zn, Ca, B
B
Zn, C, B
C
Zn, C, Br
D
Zn, Ca, Br

Slide 48 - Quizvraag

In de volgende reactievergelijking
2 Ca + 1 O2 --> 2 CaO
is het cijfer 2 (eigenlijk klein!) dat achter de O staat:

A
de coëfficiënt
B
het element
C
de index
D
de verbinding

Slide 49 - Quizvraag

bij het verhitten van suiker in een reageerbuis ontstaan koolstof, water en witte rook. Deze reactie was:
A
elektrolyse van suiker
B
thermolyse van suiker
C
verbranding van suiker
D
een vormingsreactie

Slide 50 - Quizvraag

In het plaatje zie je:
A
een verbinding die ontleed in twee ontleedbare stoffen
B
6 moleculen van een verbinding die ontleden in 2 niet-ontleedbare stoffen
C
6 moleculen van de ene stof die veranderen in 9 nieuwe stoffen
D
6 moleculen en 9 atomen

Slide 51 - Quizvraag

Sommige branden moeilijk te blussen!
In het filmpje van braniac zag je al dat sommige metalen heel reactief zijn. Bij het blussen van deze metaalbrand   kun je daarom niet zomaar elk blusmiddel gebruiken.Bekijk maar eens het filmpje! 

Slide 52 - Tekstslide

Slide 53 - Video

Als je brandend magnesium  wilt blussen met koolstofdioxide ontstaat het witte poeder magnesiumoxide (MgO(s)) en een zwarte vaste stof.

  1. Noteer deze reactievergelijking in woorden
  2. Noteer de vergelijking in symbolen (ook toestandsaanduidingen!)
  3. Maak de reactievergelijking kloppend
  4. Wat was de vaste zwarte stof?

Slide 54 - Tekstslide

uitwerking magnesium met koolstofdioxide blussen:
  1. magnesium + koolstofdioxide--> wit poeder + zwarte stof
  2. in symbolen 
    Mg(s)+CO2(s)->  MgO(s) + C(s)  (de zwarte vaste stof weet je niet maar volgens wet van behoud van massa moet dat wel C zijn)     
    (Mg pakt het zuurstof uit de CO2 --> C blijft over)
  3. kloppend maken:
    2 Mg(s)+ CO2(s)->  2 MgO(s) + C(s)
  4. de zwarte stof was koolstof

Slide 55 - Tekstslide