Formuleren: dubbelop

dubbelop
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

dubbelop

Slide 1 - Tekstslide

Aan het eind van de les...
  • ... ken je vijf vormen van dubbelop: onjuiste herhaling, tautologie, pleonasme, contaminatie en dubbele ontkenning;
  • ... kun je de vijf vormen van dubbelop herkennen, benoemen en verbeteren;



Slide 2 - Tekstslide

Onjuiste herhaling
Een kort woordje* wordt ten onrechte twee keer gebruikt.

*voorzetsel of voornaamwoordelijk bijwoord (zoals hierdoor of waarmee)

Slide 3 - Tekstslide

Onjuiste herhaling

(1) Op zo'n partij als Partij voor de Dieren zou een overtuigd vleeseter niet op moeten stemmen.

Slide 4 - Tekstslide

Onjuiste herhaling

(2) Het invullen van de belastingaangifte is iets waarmee veel mensen moeite mee hebben.

Slide 5 - Tekstslide

Hoe zou je de volgende zin verbeteren?
Het invullen van de belastingaangifte is iets waarmee veel mensen moeite mee hebben.

Slide 6 - Open vraag

Onjuiste herhaling: let op!
(1) De woorden met en mee zijn varianten van hetzelfde voorzetsel.
Vb. Met de huidige maatregelen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan, heb ik geen moeite mee.

(2) Als twee keer hetzelfde voorzetsel in een zin staat, is dat niet per se fout.
Vb. Tussen de middag moesten we kiezen tussen wraps en groentesoep.

Slide 7 - Tekstslide

Tautologie
Er wordt twee keer hetzelfde gezegd met verschillende woorden van dezelfde woordsoort (synoniemen).

(1) Hoewel we de catalogus reeds weken van tevoren al in huis hadden, konden we geen keuze maken uit het enorme aanbod van artikelen.

Slide 8 - Tekstslide

Hoe zou je de volgende zin verbeteren?
Hoewel we de catalogus reeds weken van tevoren al in huis hadden, konden we geen keuze maken uit het enorme aanbod van artikelen.

Slide 9 - Open vraag

Pleonasme
Een deel van de betekenis van een woord of woordgroep wordt nog eens door een ander woord uitgedrukt. Dat andere woord is meestal van een andere woordsoort.

(1) Bij de tandarts kreeg je vroeger een gratis cadeautje na de halfjaarlijkse controle.

Slide 10 - Tekstslide

Hoe zou je de volgende zin verbeteren?
Bij de tandarts kreeg je vroeger een gratis cadeautje na de halfjaarlijkse controle.

Slide 11 - Open vraag

Contaminatie
Twee woorden of uitdrukkingen worden verward en ten onrechte vermengd.

(1) Het maakt voor mij geen enkel verschil uit of ik veel studeer of weinig: ik haal toch wel voldoendes.
(2) Toen mijn moeder de thee omstootte, moest ik helemaal overnieuw beginnen met mijn tekening.

Slide 12 - Tekstslide

Hoe zou je de volgende zin verbeteren?
Het maakt voor mij geen verschil uit of ik veel studeer of weinig: ik haal toch wel voldoendes.

Slide 13 - Open vraag

Dubbele ontkenning
In zinnen met een werkwoord dat al een ontkennend karakter heeft, zoals verbieden of nalaten, wordt soms ten onrechte een tweede ontkenning, zoals niet of geen, toegevoegd.


Slide 14 - Tekstslide

Dubbele ontkenning


(1) De examenkandidaten deden veel moeite om te voorkomen dat er in hun profielwerkstuk geen spelfouten zouden staan.

Slide 15 - Tekstslide

Dubbele ontkenning

(2) Minister-president Mark Rutte raadt ons af om in de meivakantie geen reis te boeken.

Slide 16 - Tekstslide

Hoe zou je de volgende zin verbeteren?
Minister-president Mark Rutte raadt ons af om in de meivakantie geen reis te boeken.

Slide 17 - Open vraag

Hoe pak je het aan?
  1. Lees de zin een of twee keer goed door.
  2. Herken je de fout meteen: gefeliciteerd! Benoem de fout en verbeter de zin.
  3. Herken je de fout niet meteen, concentreer je dan eerst op de fouten die het eenvoudigst te herkennen zijn: de dubbele ontkenning en de onjuiste herhaling.

Slide 18 - Tekstslide

Hoe pak je het aan?
- Dubbele ontkenning: kijk naar de werkwoorden in de zin. Heeft een van de werkwoorden een ontkennend karakter en staat er een woord als niet of geen, controleer dan of de betekenis van de zin klopt of niet.
- Onjuiste herhaling: loop de voorzetsels na. Staat er twee keer hetzelfde voorzetsel in de zin, controleer dan of dat klopt of niet.

Slide 19 - Tekstslide

Hoe pak je het aan?
4. Heb je geen dubbele ontkenning of onjuiste herhaling gevonden, ga dan op zoek naar de andere drie vormen van dubbelop: tautologie, pleonasme en contaminatie. Een grote woordenschat helpt hier.

Slide 20 - Tekstslide

Hoe pak je het aan?
Dus:

1) Lees de zin goed door.
2) ! --> Benoem de fout en verbeter de zin.
3) ? --> dubbele ontkenning of onjuiste herhaling?
4) ? --> tautologie, pleonasme of contaminatie?

Slide 21 - Tekstslide

even oefenen
Pak nu je telefoon

Slide 22 - Tekstslide

Tijdens deze coronacrisis lees ik graag boeken over de toekomst van de samenleving, zoals bijvoorbeeld '1984' van George Orwell.
A
Contaminatie
B
Correct
C
Pleonasme
D
Tautologie

Slide 23 - Quizvraag

De import van mondkapjes uit het buitenland is de laatste maanden met meer dan 300 procent gestegen.
A
Contaminatie
B
Correct
C
Pleonasme
D
Tautologie

Slide 24 - Quizvraag

Die nieuwe sneakers van Nike zijn prachtig, maar ze kosten toch echt veel te duur.
A
Contaminatie
B
Correct
C
Pleonasme
D
Tautologie

Slide 25 - Quizvraag

Als overheid zijnde ontkomen we er niet aan om de coronamaatregelen wekelijks te evalueren.
A
Contaminatie
B
Correct
C
Pleonasme
D
Tautologie

Slide 26 - Quizvraag

Ik heb toestemming van de directeur van het verzorgingshuis om mijn oma volgende week te mogen bezoeken.
A
Contaminatie
B
Correct
C
Pleonasme
D
Tautologie

Slide 27 - Quizvraag

1. Deze trendviewer heeft vroeger vaak rake voorspellingen gedaan, maar kennelijk zat hij er bij het voorspellen van de nieuwste woningtrends klaarblijkelijk behoorlijk naast.
2. Veel ouders verbieden hun studerende kinderen om naast hun studiefinanciëring geen lening af te sluiten bij commerciële banken, want die vragen een veel hogere rente.
3. De voorzitter van de mr stelde als eis dat de directie alle stukken voor de vergadering minimaal één week van tevoren moest aanleveren.
Contaminatie
Dubbele ontkenning
Onjuiste herhaling
Pleonasme
Tautologie

Slide 28 - Sleepvraag

Maak nu oefening 3  (blz. 259 Op Niveau)

Slide 29 - Tekstslide