Les verbes en -ER, avoir et être

Les verbes en -ER, avoir et être
Note la bonne forme du verbe. Note aussi le sujet.
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransSecundair onderwijs

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Les verbes en -ER, avoir et être
Note la bonne forme du verbe. Note aussi le sujet.

Slide 1 - Tekstslide

avoir - tu

Slide 2 - Open vraag

aimer - nous

Slide 3 - Open vraag

écouter - ils

Slide 4 - Open vraag

donner - nous

Slide 5 - Open vraag

être - je

Slide 6 - Open vraag

trouver - on

Slide 7 - Open vraag

danser - elles

Slide 8 - Open vraag

téléphoner - tu

Slide 9 - Open vraag

zingen - hij

Slide 10 - Open vraag

spelen - jij

Slide 11 - Open vraag

beginnen - zij

Slide 12 - Open vraag

zoeken - wij

Slide 13 - Open vraag

travailler - ils

Slide 14 - Open vraag

détester - tu

Slide 15 - Open vraag

avoir - ils

Slide 16 - Open vraag

kijken - men

Slide 17 - Open vraag

raconter - elles

Slide 18 - Open vraag

wonen - ik

Slide 19 - Open vraag

eten - ils

Slide 20 - Open vraag

praten - men

Slide 21 - Open vraag

zijn - jullie

Slide 22 - Open vraag

jouer - ils

Slide 23 - Open vraag

jouer - ils

Slide 24 - Open vraag