Les 2: PA1 Cap4 Opdr 12, 13, 25, 26

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 4
  • Herhalen: werkw. ser en tener
  • Bron D: werkw. ir
  • Bron I: ontkenning 

Doel van de les:
  • Ik kan het werkwoord “ir” in het Spaans vervoegen.
  • Ik kan een zin in het Spaans ontkennend maken.


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ser: Zijn
Ser: Zijn
Sleep de persoonsvorm maar de juiste werkwoordsvorm van SER.
yo
él, ella, usted
 nosotros
vosotros
ellos, ustedes
soy
 eres
 es
 somos
sois
son

Slide 3 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

¡Hola! yo __________(ser) Francis. 
Él ___________ (ser) español. 
Ellos  _______________(ser) amigos. 
¿De dónde ___________ (ser) tú?
Nosotros _____ (ser) de Barcelona.
soy
es
son
eres
somos

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Yo
Él, ella, usted
 Nosotros
Vosotros
Ellos, ellas, ustedes
Tengo
Tienes
Tiene
Tenemos
Tenéis
Tienen

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Joenna y Lynn _____ (tener) un perro
Kaylee  y yo______(tener) amigas en Argentina.
Tú________ (tener) 12 años.
Yo _______ (tener) un apartamento en Madrid
Vince y tú _____(tener) familia en España.

 tienen

tenemos
tienes

tengo

tenéis 

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tener en Ser
Tener = hebben                                              Ser = Zijn

Yo
Él/ella/usted
Nosotros
Vosotros
Ellos/ellas/ustedes
Tengo
Tienes
Tiene
Tenemos
Tenéis
Tienen
Soy
Eres
Es
Somos
Sois
Son
Tener

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

12. werkwoorden ser / tener 
14 minutos


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fuente D: Verbo IR (TB p. 37)
voy, vas, va, vamos, vais, van

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 13a/b (p. 13)

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 13c (p. 13)
va a la escuela.
va a los servicios.
van al centro comercial.
vas a casa de tu amiga.
vamos al cine.
voy al comedor.
vais a clase de matemáticas.
Mis amigos y yo
Flor y tú
Yo
Esteban
Mi abuela y mi padre
Usted

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Negación Ontkenning
(TB p. 40)

Slide 14 - Tekstslide

¡Buenas tardes chicos!

Hopelijk hebben jullie allemaal genoten van het weekend. We gaan weer een nieuwe week in, zo ook met Spaans. Het is jullie waarschijnlijk al opgevallen dat mevrouw Druijf vandaag afwezig is. Ik neem vandaag haar lessen over. Maar wees gerust, dit wordt niet het nieuwe normaal. Ook zien jullie een onbekend gezicht zitten achterin de klas. Dit is mevrouw de Groot. Misschien wilt zij zich even aan jullie voorstellen.

Voor we beginnen met een nieuwe toevoeging aan de grammatica pakken we even terug op wat jullie vorige les hebben gedaan. 

Kan iemand mij vertellen waar jullie meer bezig zijn geweest?
Negación Ontkenning
Om een zin ontkennend te maken, 
zet je het woord 'no' vóór het werkwoord.
No = Niet/Geen
WEL
NIET
Vivo en una ciudad.
No vivo en una ciudad.
Aquí hay una farmacia.
Aquí no hay una farmacia.
Tú bebes una coca cola.
no bebes una coca cola.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Andere ontkenningen
  • Nada = Niets
  • Nadie = Niemand
  • Nunca = Nooit



Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nada = niets > dubbele ontkenning

Nada altijd in combinatie met no
-no staat vóór en nada staat achter het werkwoord

Voorbeelden:
Ana no dice nada > Ana zegt niets.
Juan no quiere nada > Juan wil niets.
Manuel no come nada > Manuel eet niets

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Nunca y Nadie
staan altijd vóór de persoonsvorm (werkwoord)

No voy al supermercado.        Ik ga niet naar de supermarkt.
Nunca voy al supermercado.       Ik ga nooit naar de supermarkt.
Nadie va al supermercado      Niemand gaat naar de supermarkt.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Nunca 
mag ook in combinatie met NO gebruikt worden
dan krijg je NO vóór en NUNCA  achter het werkwoord

No voy nunca  al supermercado 
Ik ga nooit naar de supermarkt.



Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Is de zin ontkennend?
Me gusta ir al instituto.
A
juist
B
onjuist

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is de zin ontkennend?
Voy a hacer los deberes con mi amiga.
A
juist
B
onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is de zin ontkennend?
No voy al instituto en bici.
A
juist
B
onjuist

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is de zin ontkennend?
Nunca hace los deberes.
A
juist
B
onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak de zin ontkennend
Es el instituto de mi hermano.

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak de zin ontkennend
Vivimos en La Haya.

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vamos a trabajar
Pak je werkboek
Maken: Bron I- Opdr. 25, 26 (WB p. 23)

Klaar? ga naar studygo en oefent lijst 4.1
timer
10:00

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Fin

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Practicamos
las características de tus profesores
Ejercicio 14b/c

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies