Past Simple positive - bevestigend

Past Simple
Je gebruikt past simple als iets in het verleden is gebeurt en het is afgelopen/afgerond.

E.g. He went to Japan last summer.



1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Past Simple
Je gebruikt past simple als iets in het verleden is gebeurt en het is afgelopen/afgerond.

E.g. He went to Japan last summer.



Slide 1 - Tekstslide

Past Simple - regels
1. Regelmatige werkwoorden ------ED   He worked
                     Yesterday  all my troubles seemed so far away.

2. Onregelmatige werkwoorden -----2e rij  She wrote
                            Last Christmas I gave you my heart.

Slide 2 - Tekstslide

Past Simple bevestigend


Past Simple bevestigend
Hoe weet jij of een werkwoord regelmatig of onregelmatig is?

Stap 1: kijk of het werkwoord in de irregular verbs list staat. Ja? --> Stap 2 / Nee? --> Stap 3


Stap 2: schrijf de 2e vorm op

(to buy --> buy / bought / bought)

Stap 3: plak -ed achter het werkwoord

(to play --> played)

Slide 3 - Tekstslide

 Regular Verbs Spelling

Als een werkwoord eindigt op een medeklinker + -y, dan verandert de -y in -ie: I carry - I carried

Let op, er verandert niets als het werkwoord eindigt op klinker + -y:
I play - I played

Slide 4 - Tekstslide

 Regular Verbs Spelling

Als een werkwoord eindigt op -e, dan komt er in de past simple alleen een -d achter: I live - I lived

In de past simple wordt de laatste medeklinker verdubbeld als er één klinker voor staat: I drop - I dropped

Slide 5 - Tekstslide

Past Simple - Irregular verbs
Voor irregular verbs (onregelmatige ww) gebruik je de 2e vorm van jouw lijst:

To write -> wrote;                      E.g. I wrote her a letter last week
to go -> went;                              E.g. He went to Italy last year
to make -> made:                       E.g. They made a very nice cake two days ago

Slide 6 - Tekstslide

Past Simple - Irregular verbs

There are no rules for the irregular verbs, you just have to learn them by heart

Er zijn geen regels voor de onregelmatige ww. Je moet ze uit je hoofd leren!

Slide 7 - Tekstslide

Signaalwoorden voor de Past Simple:

LADY WOORDEN:
L -
last: last year, last time, last month etc 
A - ago: two years ago, a week ago etc        
    D - dates: on the 12th of July; on Tuesday etc
Y - years: in 1980, in 2014 etc                         




Slide 8 - Tekstslide


What is the past tense of: Go
A
gone
B
went
C
goed
D
goes

Slide 9 - Quizvraag


What is the past tense of: Tell
A
told
B
tolded
C
telled
D
tolt

Slide 10 - Quizvraag


What is the past tense of: Think
A
tought
B
taught
C
thought
D
thinked

Slide 11 - Quizvraag


What is the past tense of: See
A
saw
B
seen
C
see
D
seed

Slide 12 - Quizvraag


What is the past tense of: Work
A
works
B
worked
C
working
D
workd

Slide 13 - Quizvraag


What is the past tense of: Help
A
helping
B
helped
C
helps
D
help'd

Slide 14 - Quizvraag


What is the past tense of: Study
A
studyd
B
studyied
C
studyed
D
studied

Slide 15 - Quizvraag


What is the past tense of: buy
A
buyed
B
bought
C
boughd
D
bught

Slide 16 - Quizvraag


Fill in: I ..... a sandwich yesterday.
A
eat
B
drink
C
drank
D
ate

Slide 17 - Quizvraag


Fill in: We ..... on holiday 2 years ago.
A
go
B
went
C
been
D
walked

Slide 18 - Quizvraag

Give the past tense:
think

Slide 19 - Open vraag

Give the past tense:
fall

Slide 20 - Open vraag

Give the past tense:
feel

Slide 21 - Open vraag

Give the past tense:
stand

Slide 22 - Open vraag

Kies de correcte zin
A
I play football yesterday.
B
I playd football yesterday.
C
I played football yesterday.
D
I playing football yesterday.

Slide 23 - Quizvraag

Kies de correcte zin
A
I worked at Action last year
B
I work at Action last year
C
I workd at Action last year
D
I working at Action last year

Slide 24 - Quizvraag

Kies de correcte zin
A
She studying for the test last week.
B
She study for the test last week.
C
She studies for the test last week.
D
She studied for the test last week.

Slide 25 - Quizvraag

Kies de correcte zin
2 antwoorden
A
They do their homework yesterday.
B
They did their homework yesterday.
C
I were in Italy a week ago.
D
I was in Italy a week ago.

Slide 26 - Quizvraag

Welke zin staat in de Past Simple tense?
A
I have bought a dog
B
I bought a dog
C
I was buying a dog
D
I buyed a dog

Slide 27 - Quizvraag

Zet de zin in de past simple.
The dog (to bite) the man yesterday.
A
The dog bit the man yesterday.
B
The dog bited the man yesterday.
C
The dog has bitten the man yesterday.
D
The dog have bitten the man yesterday.

Slide 28 - Quizvraag

Wanneer is een werkwoord in de Past Simple ?
(2 antwoorden)
A
verb + ed
B
2nd form
C
have/has
D
irregular verb list

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Link