1.5 herhaling

Welkom
Bespreken
TOPO
Opdracht
Leren
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom
Bespreken
TOPO
Opdracht
Leren

Slide 1 - Tekstslide

Wat is bevolkingsdichtheid?

Slide 2 - Open vraag

Bevolkingsdichtheid

Slide 3 - Tekstslide

Als gebieden op de vorige kaart rood van kleur zijn, dan is de bevolkingsdichtheid .....
A
klein
B
hoog
C
groot
D
laag

Slide 4 - Quizvraag

Als gebieden op de vorige kaart licht geel van kleur zijn, dan is de bevolkingsdichtheid .....
A
klein
B
hoog
C
groot
D
laag

Slide 5 - Quizvraag

Noem minimaal 2 redenen waarom sommige gebieden dunbevolkt zijn.

Slide 6 - Open vraag

Wat is een natuurlijke factor waardoor de bevolkingsdichtheid hoog is in gebieden?
A
Werkgelegenheid
B
Ligging bij water
C
Cultuur
D
Lekker eten

Slide 7 - Quizvraag

Wat is bevolkingsspreiding?
A
De hoeveelheid mensen op 1 km2
B
De toename van het inwonersaantal in een bepaald land of gebied gedurende een bepaalde tijd
C
De verdeling van mensen in een gebied
D
Verwachte ontwikkeling van de bevolking in de toekomst

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Kies 2 provincies waar de bevolkingsdichtheid hoog is in Nederland.
A
Zuid-Holland en Zeeland
B
Zeeland en Groningen
C
Groningen en Utrecht
D
Noord-Holland en Zuid-Holland

Slide 10 - Quizvraag

Als de bevolkingsdichtheid 8 is, betekend dat .......
A
er 6 mensen per km2 wonen
B
er in een land 8 mensen wonen
C
er 8 mensen per m2 wonen
D
er 8 mensen per km2 wonen

Slide 11 - Quizvraag

Wat is het geboortecijfer?
Wat is de betekenis van het woord?

Slide 12 - Open vraag

Paragraaf 1.3
Geboortecijfer (= aantal geboorten per 1000 inwoners)

Sterftecijfer (= aantal sterfgevallen per 1000 inwoners)

Het verschil hiertussen is het geboorteoverschot of soms een sterfteoverschot.

Slide 13 - Tekstslide

wat is natuurlijke bevolkingsgroei?
geboortecijfer - sterftecijfer

hoger geboortecijfer dan sterftecijfer = geboorteoverschot (de bevolkingsomvang groeit/ neemt toe)

hoger sterftecijfer dan geboortecijfer = sterfteoverschot (de bevolkingsomvang krimpt/ neemt af)

Slide 14 - Tekstslide

Geboortecijfer 
Aantal levendgeborenen per jaar per 1000 inwoners.

Aantal geboortes
__________________ x 1.000 = geboortecijfer
totale bevolking

(Sterftecijfer bereken je op exact dezelfde wijze)

Slide 15 - Tekstslide

Bereken:
  • Geboortecijfer
  • aantal inwoners: 12.540.000
  • aantal geboortes: 23.438
  • 1,8
  • Aantal geboorten 
  • aantal inwoners: 65.300.000
  • geboortecijfer: 5,6 
  • 365.680 
  • geboortecijfer / 1000 X aantal inwoners

Slide 16 - Tekstslide

Bereken:
  • Geboortecijfer
  • aantal inwoners: 6.584.000
  • aantal geboortes: 86.300
  • 13,1
  • Aantal geboorten 
  • aantal inwoners: 4.520.000
  • geboortecijfer: 8,4
  • 37.968 
  • Aantal sterfgevallen
  • aantal inwoners: 12.000.000
  • sterftecijfer: 5,4
  • 64.800

Slide 17 - Tekstslide

Bereken:
  • Sterftecijfer
  • aantal inwoners: 25.000.000
  • aantal sterfgevallen: 68.400
  • 2,7 
  • Aantal geboorten 
  • aantal inwoners: 25.000.000
  • geboortecijfer: 8,9
  • 222.500 
  • Natuurlijke bevolkingsgroei 
  • 8,9 - 2,7 = 6,2 (geboorte-overschot)

Slide 18 - Tekstslide

Bereken:
  • Sterftecijfer
  • aantal inwoners: 30.000.000
  • aantal sterfgevallen: 90.000
  • 3,0
  • Aantal geboorten 
  • aantal inwoners: 30.000.000
  • geboortecijfer: 2,4
  • 72.000
  • Natuurlijke bevolkingsgroei 
  • 2,4 - 3,0 = -0,6 (sterfte-overschot)

Slide 19 - Tekstslide

In Nederland is het geboortecijfer 11, het sterftecijfer is 9. We hebben een .........
A
geboorteoverschot
B
sterfteoverschot

Slide 20 - Quizvraag

In Duitsland is het geboortecijfer 9 en het sterftecijfer is 11, we hebben een ....
A
geboorteoverschot
B
sterfteoverschot

Slide 21 - Quizvraag

Noem 2 redenen waarom in arme landen het geboortecijfer hoog is.

Slide 22 - Open vraag

Slide 23 - Tekstslide

Fase 1
Fase 1: 
Hoge geboortecijfers.
Hoge sterftecijfers.
Natuurlijke bevolkingsgroei: stabiel of langzame toename.

Fase 2
Fase 2: 
Hoge geboortecijfers
Snel dalende sterftecijfers.
Natuurlijke bevolkingsgroei: hele snelle ..bevolkingstoename

Fase 3
Fase 3: 
Snel dalende geboortecijfers.
Langzaam dalende sterftecijfers..
Natuurlijke bevolkingsgroei: groei wordt langzaam minder.

Fase 4
Fase 4: 
Lage geboortecijfers.
Lage sterftecijfers.
Natuurlijke bevolkingsgroei: weinig of geen groei.

Fase 5
Fase 5: 
Dalende geboortecijfers.
Stijgende sterftecijfers.
Natuurlijke bevolkingsgroei: langzame ..bevolkingsafname..

Demografisch transitiemodel
Demografische transitie = De overgang van hoge geboortecijfers en hoge sterftecijfers naar lage geboortecijfers en lage sterftecijfers

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

In welke fases is er grote bevolkingsgroei?
A
fase 1 en 4
B
fase 1 en 3
C
fase 2 en 4
D
fase 2 en 3

Slide 26 - Quizvraag

Fase 1
Fase 2
Fase 3
Fase 4
Fase 5
Hoog sterftecijfer
Geboortecijfer daalt
Sterftecijfer daalt
De bevolking groeit
Bevolking stopt met groeien
De bevolking vergrijst
Sterftecijfer stijgt weer licht
Geboortecijfer daalt nog verder
Bevolking kan krimpen
Hoog geboortecijfer
Gezondheidszorg verbeterd
Het leven wordt duurder

Slide 27 - Sleepvraag

Arme landen zitten vooral in fase .... en fase ...
A
fase 1 en 2
B
fase 2 en 4
C
fase 1 en 4
D
fase 5 en 6

Slide 28 - Quizvraag

Wat daalt er eerst in het demografisch transitiemodel?
A
geboortecijfer
B
sterftecijfer

Slide 29 - Quizvraag

Wat is vergrijzing?

Slide 30 - Open vraag

Noem één oorzaak waarom mensen in rijke landen ouder worden dan in arme landen

Slide 31 - Open vraag

Slide 32 - Tekstslide

Een bevolkingsdiagram is ...
A
een kaart waar op je kan zien waar de bevolkingsdichtheid in een land het hoogste is
B
een piramide met de leeftijden van de bevolking
C
een kaart waarin de gemiddelde leeftijd van mensen in een land kunt aflezen
D
een grafiek waarin je de leeftijdsopbouw van een land kunt aflezen

Slide 33 - Quizvraag

Bekijk het diagram

  •  
  • Hoog geboortecijfer.
  • Mensen worden er niet oud.
  • Ontwikkelingsland (fase 1/2)
  • Pyramide vorm

Slide 34 - Tekstslide

Bekijk het diagram


  • Geboortecijfer is lager
  • Levensverwachting is gestegen
  • Grootste leeftijdsgroep 30 t/m 50
  • Klokvorm
  • Fase 4 van demografisch transitiemodel.

Slide 35 - Tekstslide

Stijgende welvaart
  • Wat gebeurt er met het geboortecijfer en het sterftecijfer wanneer de welvaart stijgt?

  • Gezondheidszorg verbeterd
  • Leven wordt duurder
  • Vrouwen gaan carrière maken
  • Onderwijs verbeterd

Slide 36 - Tekstslide

Wat voor soort bevolkingsdiagram zie je hier?
A
Urn
B
toren
C
Piramide

Slide 37 - Quizvraag

Wat voor bevolkingsdiagram zie je hier?
A
Urn
B
Piramide
C
toren

Slide 38 - Quizvraag

Welk kenmerk past niet bij deze bevolkingsdiagram?
A
Laag geboortecijfer
B
Arm land
C
Grote gezinnen
D
Veel kinderen

Slide 39 - Quizvraag

Sleep de bevolkingsdiagram en de naam naar het juiste land.
Japan
China
Bangladesh
Piramide
urn
toren

Slide 40 - Sleepvraag

Welke bevolkingsdiagram zou van Gambia kunnen zijn?
A
De eerste diagram
B
De tweede diagram

Slide 41 - Quizvraag

Welke bevolkingsdiagram zou van China kunnen zijn?
A
Het linker diagram
B
Het rechter diagram

Slide 42 - Quizvraag

Welke fase van het demografisch transitiemodel?
A
Fase 1
B
Fase 2
C
Fase 3
D
Fase 4

Slide 43 - Quizvraag

Welke fase van het demografisch transitiemodel?
A
Fase 1
B
Fase 2
C
Fase 3
D
Fase 4

Slide 44 - Quizvraag

extra vragen

Slide 45 - Tekstslide