Oogcontact en lichaamstaal
Oogcontact en lichaamstaal
Open visueel en herkenbaar. Kondig aan dat de les gaat over hoe je aan iemands blik en houding iets kan zien in gewone situaties op school en daarbuiten.
Ons leerdoel
Ik kan uitleggen wat oogcontact en lichaamstaal betekenen in sociale situaties en herkennen wanneer iemand open, gesloten, vriendelijk, onzeker of afgeleid overkomt.
Ik pas mijn oogcontact en lichaamstaal aan aan de situatie.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is oogcontact?
Oogcontact is iemand aankijken tijdens contact.
Het kan tonen dat je:
luistert
aandacht hebt
contact wilt maken
Hou het eenvoudig: oogcontact is niet de hele tijd staren. Benadruk dat kort en passend kijken vaak genoeg is.
Deze slide heeft geen instructies
Deze slide heeft geen instructies
Eenvoudige vormen van oogcontact
Je kan verschillende blikken zien:
aankijken
kort kijken
wegkijken
staren
Elke vorm kan iets anders betekenen.
Gebruik eventueel picto's of foto's per vorm. Laat leerlingen vooral het verschil zien tussen kort kijken, wegkijken en staren.
Wat kan oogcontact betekenen?
Aankijken: ik luister of ik praat met jou
Kort kijken: ik volg nog, maar niet de hele tijd
Wegkijken: ik denk na, ben onzeker of afgeleid
Staren: dat kan ongemakkelijk of boos voelen
Zeg erbij dat één signaal niet altijd genoeg is. Je weet pas meer als je ook naar houding, gezicht en situatie kijkt.
Passend oogcontact
Passend oogcontact is:
kort en rustig
niet de hele tijd
niet dwingend
aangepast aan de situatie
Voor A1-niveau is 'passend' een bruikbaar kernwoord. Geef een concreet voorbeeld: bij hulp vragen kijk je even naar de leerkracht en dan weer weg.
Oogcontact in dagelijkse situaties
Bij oogcontact let je op de situatie:
met een klasgenoot
met een leerkracht
wanneer je hulp vraagt
Niet elke situatie vraagt dezelfde blik.
Leg het verschil uit: bij een vriend kan contact losser zijn; bij hulp vragen is kort oogcontact vaak handig om aandacht te krijgen.
Wat is passend oogcontact?
lang staren
kort en rustig
steeds wegkijken
heel dichtbij
Sluit aan bij slides 2-6: passend oogcontact is kort, rustig en aangepast aan de situatie. 'Heel dichtbij' hoort eerder bij afstand dan bij oogcontact.
Vul de juiste woorden in
Bij oogcontact kijk je naar de situatie. Met een leerkracht kijk je vaak even om aandacht te tonen. Staren kan ongemakkelijk voelen.
De drie kernwoorden komen letterlijk uit het eerste blok: situatie, leerkracht, staren.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is lichaamstaal?
Lichaamstaal is wat je lichaam laat zien zonder woorden.
Je ziet het aan:
houding
gezicht
handen en armen
afstand
bewegen
Maak duidelijk dat lichaamstaal vaak sneller opvalt dan woorden. Sluit aan bij wat leerlingen al zien in de klas of op de speelplaats.
Open en gesloten houding
Open houding: armen los, lichaam naar de ander
Gesloten houding: armen gekruist, lichaam weg gedraaid
Zo krijg je een eerste indruk van iemand.
Vermijd absolute uitspraken. Een gesloten houding kan ook komen door kou, stress of vermoeidheid.
Gezichtsuitdrukking
Je gezicht toont vaak gevoel:
een glimlach kan vriendelijk tonen
een frons kan spanning tonen
Noem alleen eenvoudige, herkenbare signalen. Werk met foto's of pictogrammen om overprikkeling door te veel tekst te vermijden.
Gebaren
Ook gebaren tonen een gevoel.
Deze slide heeft geen instructies
Afstand en bewegen
Ook afstand en bewegen zeggen iets:
dichtbij of verder weg staan
rustig of onrustig bewegen
naar iemand toe of weg bewegen
Koppel dit aan respect: niet te dicht komen, zeker niet zonder dat de ander dat prettig vindt.
Wat zie je samen?
Je kijkt best naar meer dan één signaal.
Blik + houding + gezicht + afstand
→ geven samen meer info dan één teken alleen.
Dit is een kernslide: leerlingen leren dat interpreteren niet op één detail mag steunen.
Deze slide heeft geen instructies
Welke houding is open?
armen los
armen gekruist
weg gedraaid
hoofd omlaag
Gebaseerd op slides 7-11. 'Armen los' is het duidelijke kenmerk van een open houding.
Vul de juiste woorden in
Lichaamstaal zie je zonder woorden. Je let op houding, gezicht, handen en armen. Ook afstand en bewegen zeggen iets. Je kijkt best naar meer dan één signaal.
Deze invuloefening herneemt de kern van het tweede subtopic: houding, afstand en meerdere signalen samen bekijken.
Wat valt het snelst op in lichaamstaal?
houding
gezicht
handen
afstand
Deze slide heeft geen instructies
Vriendelijk overkomen
Iemand komt vaak vriendelijk over bij:
rustige blik
open houding
zachte gezichtsuitdrukking
gepaste afstand
Benadruk 'vaak'. Het gaat om herkennen van indrukken, niet om zeker weten wat iemand denkt.
Onzeker of afgeleid overkomen
Onzeker: weinig kijken, kleine houding, gespannen gezicht
Afgeleid: vaak wegkijken, rondkijken, met iets anders bezig zijn
Maak het verschil duidelijk: onzeker gaat meer over spanning; afgeleid meer over aandacht die ergens anders zit.
Open of gesloten overkomen
Open: lichaam naar de ander, armen los, aandacht erbij
Gesloten: lichaam weg, armen dicht, weinig contact
Dat is een indruk die je kan herkennen.
Gebruik dezelfde woorden als in het leerdoel zodat herkenning en benoemen samen blijven lopen.
Situatie: praten met een klasgenoot
Bij een gesprek met een klasgenoot zie je vaak:
korte blikken heen en weer
een losse houding
ruimte voor lachen of gebaren
Hou het herkenbaar en alledaags. Geen regels opleggen, maar typische kenmerken tonen.
Situatie: praten met een leerkracht
Bij een gesprek met een leerkracht zie je vaak:
iets meer aandacht in de blik
rustiger houding
luisteren terwijl de ander spreekt
Bespreek dat de context formeler is, maar dat leerlingen niet voortdurend moeten kijken om beleefd te zijn.
Situatie: hulp vragen
Als je hulp vraagt, helpt dit vaak:
even kijken naar de persoon
open houding
niet te ver weg staan
rustig wachten op reactie
Koppel aan praktische schoolmomenten: iets niet begrijpen, materiaal vragen, iets melden.
Wie komt vaak afgeleid over?
rustige blik
open houding
zachte glimlach
vaak wegkijken
Sluit aan bij slides 12-17. Afgeleid gaat over aandacht die ergens anders zit, bijvoorbeeld vaak wegkijken of rondkijken.
Vul de juiste woorden in
Als je hulp vraagt, helpt het vaak om even te kijken naar de persoon. Een open houding en rustig wachten helpen ook.
De zinnen volgen bijna letterlijk slide 17, zodat leerlingen de schoolse situatie kunnen herkennen.
Wanneer kijk je kort naar iemand?
Bespreek mondeling voorbeelden zoals: klasgenoot = losse houding en korte blikken; leerkracht = iets meer aandacht en rust; hulp vragen = even kijken, open houding, rustig wachten.
Niet iedereen toont hetzelfde
Mensen verschillen van elkaar.
Sommige mensen maken weinig oogcontact.
Sommige mensen bewegen meer of minder.
Dat betekent niet meteen onbeleefd of ongeïnteresseerd.
Belangrijk voor respectvol omgaan met neurodiversiteit, verlegenheid en culturele verschillen, zonder het te zwaar theoretisch te maken.
Respectvol gedrag
Respectvol gedrag is:
signalen van anderen opmerken
niet staren
niet te dicht komen
rekening houden met verschillen
Sluit af met een duidelijke sociale norm: kijken en letten mag, oordelen of opdringen niet.
Wat is respectvol gedrag?
lang staren
heel dicht komen
verschillen negeren
rekening houden
Gebaseerd op slides 18-19. Respectvol gedrag betekent signalen opmerken en rekening houden met verschillen.
Vul de juiste woorden in
Niet iedereen toont hetzelfde. Sommige mensen maken weinig oogcontact. Dat is niet meteen onbeleefd. Respectvol gedrag is ook: niet staren en niet te dicht komen.
Laat leerlingen zien dat verschillen normaal zijn en dat respectvol gedrag daarbij hoort.
Deze slide heeft geen instructies
Woordenlijst
oogcontact - iemand met je ogen aankijken tijdens contact
lichaamstaal - wat je lichaam toont zonder woorden
houding - hoe je lichaam staat of zit
gezichtsuitdrukking - wat je gezicht laat zien
gebaar - een beweging met handen, armen of lichaam
afstand - hoe dicht of ver je bij iemand staat
respectvol - rekening houden met de ander
Deze slide heeft geen instructies
Woordenlijst
open houding - een houding die toegankelijk lijkt
gesloten houding - een houding die afgesloten lijkt
vriendelijk - aardig en zacht in contact
onzeker - niet zeker, wat gespannen
afgeleid - met je aandacht ergens anders
staren - lang en strak kijken
situatie - het moment of de context waarin iets gebeurt
Deze slide heeft geen instructies