ASV SoVA Oogcontact en lichaamstaal

Oogcontact en lichaamstaal

1 / 38
volgende
Slide 1: Slide
newEditorSociale vaardighedenBuitengewoon secundair onderwijsType 9Opleidingsvorm 2Leeftijd 13

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Oogcontact en lichaamstaal

Open visueel en herkenbaar. Kondig aan dat de les gaat over hoe je aan iemands blik en houding iets kan zien in gewone situaties op school en daarbuiten.

Ons leerdoel

Ik kan uitleggen wat oogcontact en lichaamstaal betekenen in sociale situaties en herkennen wanneer iemand open, gesloten, vriendelijk, onzeker of afgeleid overkomt.
Ik pas mijn oogcontact en lichaamstaal aan aan de situatie.

Deze slide heeft geen instructies

Wat is oogcontact?

Oogcontact is iemand aankijken tijdens contact.


Het kan tonen dat je:

  • luistert

  • aandacht hebt

  • contact wilt maken

Hou het eenvoudig: oogcontact is niet de hele tijd staren. Benadruk dat kort en passend kijken vaak genoeg is.

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Eenvoudige vormen van oogcontact

Je kan verschillende blikken zien:

  • aankijken

  • kort kijken

  • wegkijken

  • staren


Elke vorm kan iets anders betekenen.

Gebruik eventueel picto's of foto's per vorm. Laat leerlingen vooral het verschil zien tussen kort kijken, wegkijken en staren.

Wat kan oogcontact betekenen?

  • Aankijken: ik luister of ik praat met jou

  • Kort kijken: ik volg nog, maar niet de hele tijd

  • Wegkijken: ik denk na, ben onzeker of afgeleid

  • Staren: dat kan ongemakkelijk of boos voelen

Zeg erbij dat één signaal niet altijd genoeg is. Je weet pas meer als je ook naar houding, gezicht en situatie kijkt.

Passend oogcontact

Passend oogcontact is:

  • kort en rustig

  • niet de hele tijd

  • niet dwingend

  • aangepast aan de situatie

Voor A1-niveau is 'passend' een bruikbaar kernwoord. Geef een concreet voorbeeld: bij hulp vragen kijk je even naar de leerkracht en dan weer weg.

Oogcontact in dagelijkse situaties

Bij oogcontact let je op de situatie:

  • met een klasgenoot

  • met een leerkracht

  • wanneer je hulp vraagt


Niet elke situatie vraagt dezelfde blik.

Leg het verschil uit: bij een vriend kan contact losser zijn; bij hulp vragen is kort oogcontact vaak handig om aandacht te krijgen.

Wat is passend oogcontact?

A

lang staren

B

kort en rustig

C

steeds wegkijken

D

heel dichtbij

Sluit aan bij slides 2-6: passend oogcontact is kort, rustig en aangepast aan de situatie. 'Heel dichtbij' hoort eerder bij afstand dan bij oogcontact.

Vul de juiste woorden in

Bij oogcontact kijk je naar de situatie. Met een leerkracht kijk je vaak even om aandacht te tonen. Staren kan ongemakkelijk voelen.

situatie
leerkracht
Staren
klasgenoot
glimlach
afstand
gesloten

De drie kernwoorden komen letterlijk uit het eerste blok: situatie, leerkracht, staren.

Deze slide heeft geen instructies

Wat is lichaamstaal?

Lichaamstaal is wat je lichaam laat zien zonder woorden.


Je ziet het aan:

  • houding

  • gezicht

  • handen en armen

  • afstand

  • bewegen

Maak duidelijk dat lichaamstaal vaak sneller opvalt dan woorden. Sluit aan bij wat leerlingen al zien in de klas of op de speelplaats.

Open en gesloten houding

  • Open houding: armen los, lichaam naar de ander

  • Gesloten houding: armen gekruist, lichaam weg gedraaid


Zo krijg je een eerste indruk van iemand.

Vermijd absolute uitspraken. Een gesloten houding kan ook komen door kou, stress of vermoeidheid.

Gezichtsuitdrukking

Je gezicht toont vaak gevoel:

  • een glimlach kan vriendelijk tonen

  • een frons kan spanning tonen

Noem alleen eenvoudige, herkenbare signalen. Werk met foto's of pictogrammen om overprikkeling door te veel tekst te vermijden.

Gebaren

Ook gebaren tonen een gevoel.

Deze slide heeft geen instructies

Afstand en bewegen

Ook afstand en bewegen zeggen iets:

  • dichtbij of verder weg staan

  • rustig of onrustig bewegen

  • naar iemand toe of weg bewegen

Koppel dit aan respect: niet te dicht komen, zeker niet zonder dat de ander dat prettig vindt.

Wat zie je samen?

Je kijkt best naar meer dan één signaal.


Blik + houding + gezicht + afstand

→ geven samen meer info dan één teken alleen.

Dit is een kernslide: leerlingen leren dat interpreteren niet op één detail mag steunen.

Deze slide heeft geen instructies

Welke houding is open?

A

armen los

B

armen gekruist

C

weg gedraaid

D

hoofd omlaag

Gebaseerd op slides 7-11. 'Armen los' is het duidelijke kenmerk van een open houding.

Vul de juiste woorden in

Lichaamstaal zie je zonder woorden. Je let op houding, gezicht, handen en armen. Ook afstand en bewegen zeggen iets. Je kijkt best naar meer dan één signaal.

houding
afstand
meer dan één signaal
staren
klasgenoot
vriendelijk
wegkijken

Deze invuloefening herneemt de kern van het tweede subtopic: houding, afstand en meerdere signalen samen bekijken.

Wat valt het snelst op in lichaamstaal?

1

houding

2

gezicht

3

handen

4

afstand

Deze slide heeft geen instructies

Vriendelijk overkomen

Iemand komt vaak vriendelijk over bij:

  • rustige blik

  • open houding

  • zachte gezichtsuitdrukking

  • gepaste afstand

Benadruk 'vaak'. Het gaat om herkennen van indrukken, niet om zeker weten wat iemand denkt.

Onzeker of afgeleid overkomen

  • Onzeker: weinig kijken, kleine houding, gespannen gezicht

  • Afgeleid: vaak wegkijken, rondkijken, met iets anders bezig zijn

Maak het verschil duidelijk: onzeker gaat meer over spanning; afgeleid meer over aandacht die ergens anders zit.

Open of gesloten overkomen

  • Open: lichaam naar de ander, armen los, aandacht erbij

  • Gesloten: lichaam weg, armen dicht, weinig contact


Dat is een indruk die je kan herkennen.

Gebruik dezelfde woorden als in het leerdoel zodat herkenning en benoemen samen blijven lopen.

Situatie: praten met een klasgenoot

Bij een gesprek met een klasgenoot zie je vaak:

  • korte blikken heen en weer

  • een losse houding

  • ruimte voor lachen of gebaren

Hou het herkenbaar en alledaags. Geen regels opleggen, maar typische kenmerken tonen.

Situatie: praten met een leerkracht

Bij een gesprek met een leerkracht zie je vaak:

  • iets meer aandacht in de blik

  • rustiger houding

  • luisteren terwijl de ander spreekt

Bespreek dat de context formeler is, maar dat leerlingen niet voortdurend moeten kijken om beleefd te zijn.

Situatie: hulp vragen

Als je hulp vraagt, helpt dit vaak:

  • even kijken naar de persoon

  • open houding

  • niet te ver weg staan

  • rustig wachten op reactie

Koppel aan praktische schoolmomenten: iets niet begrijpen, materiaal vragen, iets melden.

Wie komt vaak afgeleid over?

A

rustige blik

B

open houding

C

zachte glimlach

D

vaak wegkijken

Sluit aan bij slides 12-17. Afgeleid gaat over aandacht die ergens anders zit, bijvoorbeeld vaak wegkijken of rondkijken.

Vul de juiste woorden in

Als je hulp vraagt, helpt het vaak om even te kijken naar de persoon. Een open houding en rustig wachten helpen ook.

hulp
kijken
open houding
staren
weglopen
gesloten houding
lachen

De zinnen volgen bijna letterlijk slide 17, zodat leerlingen de schoolse situatie kunnen herkennen.

Wanneer kijk je kort naar iemand?

Bespreek mondeling voorbeelden zoals: klasgenoot = losse houding en korte blikken; leerkracht = iets meer aandacht en rust; hulp vragen = even kijken, open houding, rustig wachten.

Niet iedereen toont hetzelfde

Mensen verschillen van elkaar.


Sommige mensen maken weinig oogcontact.

Sommige mensen bewegen meer of minder.

Dat betekent niet meteen onbeleefd of ongeïnteresseerd.

Belangrijk voor respectvol omgaan met neurodiversiteit, verlegenheid en culturele verschillen, zonder het te zwaar theoretisch te maken.

Respectvol gedrag

Respectvol gedrag is:

  • signalen van anderen opmerken

  • niet staren

  • niet te dicht komen

  • rekening houden met verschillen

Sluit af met een duidelijke sociale norm: kijken en letten mag, oordelen of opdringen niet.

Wat is respectvol gedrag?

A

lang staren

B

heel dicht komen

C

verschillen negeren

D

rekening houden

Gebaseerd op slides 18-19. Respectvol gedrag betekent signalen opmerken en rekening houden met verschillen.

Vul de juiste woorden in

Niet iedereen toont hetzelfde. Sommige mensen maken weinig oogcontact. Dat is niet meteen onbeleefd. Respectvol gedrag is ook: niet staren en niet te dicht komen.

oogcontact
onbeleefd
staren
vriendelijk
gesloten
glimlach
afgeleid

Laat leerlingen zien dat verschillen normaal zijn en dat respectvol gedrag daarbij hoort.

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

oogcontact - iemand met je ogen aankijken tijdens contact

lichaamstaal - wat je lichaam toont zonder woorden

houding - hoe je lichaam staat of zit

gezichtsuitdrukking - wat je gezicht laat zien

gebaar - een beweging met handen, armen of lichaam

afstand - hoe dicht of ver je bij iemand staat

respectvol - rekening houden met de ander

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

open houding - een houding die toegankelijk lijkt

gesloten houding - een houding die afgesloten lijkt

vriendelijk - aardig en zacht in contact

onzeker - niet zeker, wat gespannen

afgeleid - met je aandacht ergens anders

staren - lang en strak kijken

situatie - het moment of de context waarin iets gebeurt

Deze slide heeft geen instructies