Uitbreiding les 3: kleur je taal
Letterlijk en figuurlijk taalgebruik
Uitbreiding les 3: kleur je taal
Letterlijk en figuurlijk taalgebruik
Bekijk de foto op de volgende dia.
Wat loopt er fout in deze situaties?
Wat loopt er fout in deze situaties?
Een gesprekspartner vat de woorden letterlijk of figuurlijk op en begrijpt niet dat de andere de zaken soms letterlijk of figuurlijk bedoelt.
--> misverstand
Leg kort in eigen woorden uit wat het verschil is tussen figuurlijk en letterlijk taalgebruik.
Zijn de onderstreepte woorden letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Jef krijgt weer de schuld... Hij is dan ook altijd het
zwarte schaap.
Letterlijk
Figuurlijk
Je gezicht ziet helemaal rood. Komt het door de warmte of ben je grieperig?
Letterlijk
Figuurlijk
Volgende week trekken we naar Marokko. Mijn vrienden zien groen van jaloezie.
Letterlijk
Figuurlijk
Mijn handen jeuken na de afwas. Ben ik allergisch aan een product?
Letterlijk
Figuurlijk
Gezinnen met geldproblemen zien vaak zwarte sneeuw.
Letterlijk
Figuurlijk
We vinden figuurlijk taalgebruik ook in spreekwoorden en uitdrukkingen.
Lees de volgende tekst.
Tom had een gat in zijn hand en gaf zijn geld uit zonder erbij na te denken. Al snel zat hij met de gebakken peren, want hij kon zijn huur niet meer betalen en stond op straat. Zijn vrienden probeerden hem te helpen, maar hij wilde geen water bij de wijn doen en bleef vasthouden aan zijn dure levensstijl.
Op een dag kreeg hij eindelijk een kans op een nieuwe baan, maar omdat hij geen kaas had gegeten van boekhouding, beet hij zijn tanden stuk op de test. Tot overmaat van ramp is hij ook nog eens tegen de lamp gelopen toen hij probeerde een vriend om wat geld te vragen zonder zijn schuld terug te betalen.
Nu stond hij met de rug tegen de muur en moest hij toegeven dat hij zijn leven moest beteren. Misschien moest hij toch maar leren sparen, zodat hij de volgende keer op rozen zat in plaats van in de problemen!
In de tekst zijn er enkele uitdrukkingen/spreekwoorden te vinden. Welke? Geef er minstens drie.
Wat betekenen de volgende spreekwoorden/uitdrukkingen volgens jou?
Met de gebakken peren zitten
Water bij de wijn doen
Ergens geen kaas van hebben gegeten
In de volgende slide, verbind het figuurlijke taalgebruik met het letterlijk taalgebruik
tegen de lamp lopen
werkloos zijn, geen onderdak hebben
Goed met planten en bloemen kunnen omgaan
Vaak stelen
Iemand blij maken met iets wat niet doorgaat
Betrapt worden
Op straat staan
Groene vingers hebben
Lange vingers hebben
Iemand blij maken met een dode mus
Vul de volgende spreekwoorden/uitdrukkingen aan.
Dat kun je wel op je ... schrijven
Nu komt de ... uit de mouw.
Door de ... vallen
Kies het juiste spreekwoord.
"Tim koopt altijd dure kleding en gadgets, maar hij heeft nooit geld over om zijn huur te betalen."
Een zware jongen
Een gat in zijn hand hebben.
Op rozen zitten.
Niet in je kaarten laten kijken.
"Emma heeft geen verstand van technologie en snapt niets van haar nieuwe telefoon."
Ergens geen kaas van gegeten hebben.
Water bij de wijn doen.
De mist ingaan.
Een lijn trekken.
"Mark beloofde om Lisa te helpen met haar werk, maar op het laatste moment liet hij haar in de steek."
Met de rug tegen de muur staan.
Iemand in de kou laten staan.
Lange tenen hebben.
op rozen zitten.
Waar of niet waar
"Ergens zwaar aan tillen" betekent iets belangrijk vinden.
Waar
Niet waar
"Het raakt me diep" betekent iemand met opzet erg kwetsen.
Waar
Niet waar
"Lange tenen hebben" betekent snel beledigd zijn.
Waar
Niet waar
Combineer de juiste helft
Houden
Zitten
Iemand tegen de schenen ...
Iemand in de kou laten ...
Iemand aan het lijntje ...
Iemand op de hielen ...
Schoppen
Staan
Kies het passende spreekwoord/ de passende uitdrukking.
Je hebt een probleem en moet nu zelf de gevolgen dragen
iemand tegen de schenen schoppen
je neus ergens voor ophalen
ergen zijn tanden in stukbijten
met de gebakken peren zitten
Je hebt een groot geheim en wilt niet dat anderen weten wat je gaat doen.
iemand op de hielen zitten
niet in je kaarten laten kijken
tegen de lamp lopen
één lijn trekken
Je weet niet meer wat je moet doen en hoe je verder moet gaan.
ergens je neus voor ophalen
ergens zwaar aan tillen
met de rug tegen de muur staan
een gat in zijn hand hebben