04-03 §9.7 Inhoud vergroten

§9.7 Oppervlakte vergroten


Aan het einde van de les kan ik:


  • De inhoud van een vergroting berekenen

  • Bij een vergrote inhoud de vergrotingsfactor berekenen


Donderdag 04-03-2026

1 / 44
volgende
Slide 1: Slide
newEditorWiskundeMiddelbare schoolPraktijkonderwijsvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 44 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 43 min

Onderdelen in deze les

§9.7 Oppervlakte vergroten


Aan het einde van de les kan ik:


  • De inhoud van een vergroting berekenen

  • Bij een vergrote inhoud de vergrotingsfactor berekenen


Donderdag 04-03-2026

Wat gaan we vandaag doen?

  • Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

  • Theorie I: Inhoud vergoten

  • Theorie J: van inhoud naar vergrotingsfactor

  • Samen oefenen

  • Aan de slag

Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?










Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?


vergrotingsfactor = oppervlakte vergroting : oppervlakte origineel








Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?


vergrotingsfactor = oppervlakte vergroting : oppervlakte origineel


oppervlakte vergroting =

oppervlakte origineel =








Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?


vergrotingsfactor = oppervlakte vergroting : oppervlakte origineel


oppervlakte vergroting = 7,92 m2 =79 200 cm2

oppervlakte origineel =








Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?


vergrotingsfactor = oppervlakte vergroting : oppervlakte origineel


oppervlakte vergroting = 7,92 m2 =79 200 cm2

oppervlakte origineel = 9,9 x 5,0 = 49,5 cm2








Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?


vergrotingsfactor = 79 200 : 49,5


oppervlakte vergroting = 7,92 m2 =79 200 cm2

oppervlakte origineel = 9,9 x 5,0 = 49,5 cm2








Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?


vergrotingsfactor = 79 200 : 49,5 = 40


oppervlakte vergroting = 7,92 m2 =79 200 cm2

oppervlakte origineel = 9,9 x 5,0 = 49,5 cm2








Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?


vergrotingsfactor = 79 200 : 49,5 = 40


oppervlakte vergroting = 7,92 m2 =79 200 cm2

oppervlakte origineel = 9,9 x 5,0 = 49,5 cm2

de schaal is dus 1:40







Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?

de schaal is dus 1:40

b. bereken de afmetingen van de echte werkkamer in meters.








Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?

de schaal is dus 1:40

b. bereken de afmetingen van de echte werkkamer in meters.

lengte = 9,9

breedte = 5,0







Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?

de schaal is dus 1:40

b. bereken de afmetingen van de echte werkkamer in meters.

lengte = 9,9 x 40 = 396 cm

breedte = 5,0 x 40 = 200 cm







Herhalen theorie H: van oppervlakte naar vergrotingsfactor

Johan maakt een schaaltekening van zijn nieuwe werkkamer.

Op zijn schaaltekening is de werkkamer 9,9 cm bij 5,0 cm.

In het echt krijgt de werkkamer een oppervlakte van 7,92m2.


a. op welke schaal is de tekening gemaakt?

de schaal is dus 1:40

b. bereken de afmetingen van de echte werkkamer in meters.

lengte = 9,9 x 40 = 396 cm = 3,96 m

breedte = 5,0 x 40 = 200 cm = 2 m







Theorie I: Inhoud vergroten

Deze formule kennen we al voor de oppervlakte:

Oppervlakte beeld = vergrotingsfactor2 x oppervlakte origineel



Theorie I: Inhoud vergroten

Deze formule kennen we al voor de oppervlakte:

Oppervlakte beeld = vergrotingsfactor2 x oppervlakte origineel


Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = vergrotingsfactor3 x inhoud origineel

Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = vergrotingsfactor3 x inhoud origineel


Een potje vissenvoer heeft de inhoud van 150ml.

Er bestaat ook een pot waarvan de maten 1,35 keer zo groot zijn.

Bereken de inhoud van de grote pot in hele ml.



Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = vergrotingsfactor3 x inhoud origineel


Een potje vissenvoer heeft de inhoud van 150ml.

Er bestaat ook een pot waarvan de maten 1,35 keer zo groot zijn.

Bereken de inhoud van de grote pot in hele ml.


Inhoud beeld = 1,353 x inhoud origineel

Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = vergrotingsfactor3 x inhoud origineel


Een potje vissenvoer heeft de inhoud van 150ml.

Er bestaat ook een pot waarvan de maten 1,35 keer zo groot zijn.

Bereken de inhoud van de grote pot in hele ml.


Inhoud beeld = 1,353 x 150

Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = vergrotingsfactor3 x inhoud origineel


Een potje vissenvoer heeft de inhoud van 150ml.

Er bestaat ook een pot waarvan de maten 1,35 keer zo groot zijn.

Bereken de inhoud van de grote pot in hele ml.


Inhoud beeld = 1,353 x 150 = 369,056... ml


Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = vergrotingsfactor3 x inhoud origineel


Een potje vissenvoer heeft de inhoud van 150ml.

Er bestaat ook een pot waarvan de maten 1,35 keer zo groot zijn.

Bereken de inhoud van de grote pot in hele ml.


Inhoud beeld = 1,353 x 150 = 369,056... ml


De inhoud van de pot is dan 369 ml


Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = vergrotingsfactor3 x inhoud origineel

Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = vergrotingsfactor3 x inhoud origineel


vergrotingsfactor3 = 1503

Inhoud origineel =

Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = vergrotingsfactor3 x inhoud origineel


vergrotingsfactor3 = 1503

Inhoud origineel = 157

Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = 1503 x 157 = 529 875 000 cm3


Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = 1503 x 157 = 529 875 000 cm3


529 875 000 cm3 = 529, 875 m3

Theorie I: Inhoud vergroten

Nu kijken we naar de formule voor de inhoud:

Inhoud beeld = 1503 x 157 = 529 875 000 cm3


529 875 000 cm3 = 529, 875 m3

530 m3

Herhalen theorie J: van inhoud naar vergrotingsfactor

vergrotingsfactor = oppervlakte vergroting : oppervlakte origineel





Herhalen theorie J: van inhoud naar vergrotingsfactor

vergrotingsfactor = oppervlakte vergroting : oppervlakte origineel


vergrotingsfactor = 3inhoud vergroting : inhoud origineel



Herhalen theorie J: van inhoud naar vergrotingsfactor

vergrotingsfactor = 3inhoud vergroting : inhoud origineel


Herhalen theorie J: van inhoud naar vergrotingsfactor

vergrotingsfactor = 3inhoud vergroting : inhoud origineel


Inhoud vergroting = 21

Inhoud origineel = 6,2


Herhalen theorie J: van inhoud naar vergrotingsfactor

vergrotingsfactor = 321 : 6,1


Inhoud vergroting = 21

Inhoud origineel = 6,2


Herhalen theorie J: van inhoud naar vergrotingsfactor

vergrotingsfactor = 321 : 6,1 = 1,501...


Inhoud vergroting = 21

Inhoud origineel = 6,2




Herhalen theorie J: van inhoud naar vergrotingsfactor

vergrotingsfactor = 321 : 6,1 = 1,501...


de nieuwe diameter is dus 1,501... x 20 = 30,035... cm

afgerond op hele is de diameter = 30cm


Samen oefenen:




Vergrotingsfactor = 3inhoud vergroting : inhoud origineel



Samen oefenen:




Vergrotingsfactor = 3inhoud vergroting : inhoud origineel


a. inhoud vergroting =

inhoud origineel =

Samen oefenen:




Vergrotingsfactor = 3inhoud vergroting : inhoud origineel


a. inhoud vergroting = 4,8 m3

inhoud origineel =

Samen oefenen:




Vergrotingsfactor = 3inhoud vergroting : inhoud origineel


a. inhoud vergroting = 4,8 m3 = 4 800 000 cm3

inhoud origineel =

Samen oefenen:




Vergrotingsfactor = 3inhoud vergroting : inhoud origineel


a. inhoud vergroting = 4,8 m3 = 4 800 000 cm3

inhoud origineel = 600

Samen oefenen:




Vergrotingsfactor = 34 800 000 : 600 =


a. inhoud vergroting = 4,8 m3 = 4 800 000 cm3

inhoud origineel = 600

Samen oefenen:




Vergrotingsfactor = 34 800 000 : 600 = 20


a. inhoud vergroting = 4,8 m3 = 4 800 000 cm3

inhoud origineel = 600

Samen oefenen:




Vergrotingsfactor = 34 800 000 : 600 = 20


a. inhoud vergroting = 4,8 m3 = 4 800 000 cm3

inhoud origineel = 600

b. 47 x 20 = 940 cm

Samen oefenen:




Vergrotingsfactor = 34 800 000 : 600 = 20


a. inhoud vergroting = 4,8 m3 = 4 800 000 cm3

inhoud origineel = 600

b. 47 x 20 = 940 cm

dus 9,4 m

Aan de slag


Huiswerk opgaven maken:


84 t/m 89 en 92 t/m 97


op bladzijde 198 - 203


Ben je klaar?


kijk dan je huiswerk na!