Instructie.
Mondelinge taalvaardigheid.
5. Emotioneren
Bij emotioneren wil de spreker gevoelens oproepen bij de luisteraar.
Doel: raken, ontroeren, boos maken of medeleven oproepen.
Voorbeeld: een aangrijpend verhaal vertellen.
6. Waarderen
Bij waarderen geeft de spreker een mening of oordeel.
Doel: laten weten wat je ergens van vindt.
Voorbeeld: zeggen dat je trots bent op het werk van een leerling.