Kwaliteit

Kwaliteit
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
LogistiekMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 45 slides, met tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Kwaliteit

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstukken

De volgende hoofdstukken in Moodle kunnen je helpen bij dit project: 

Kwaliteit, ARBO en Milieu
Kwaliteitszorg
Knelpunten
Aanschaf en onderhoud van interne transportmiddelen

Slide 2 - Tekstslide

H1. Kwaliteit, ARBO en Milieu
Een zorgsysteem is het geheel van maatregelen dat ervoor moet zorgen dat een bedrijf aan de gestelde normen voldoet. 

Slide 3 - Tekstslide

H1. Kwaliteit, ARBO en Milieu
Er zijn verschillende soorten kwaliteitssystemen:
  • NEN (Nederlandse Norm): normeringsstandaard voor Nederland. 
  • VCA (Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers): normen voor veiligheid en gezondheid. 
  • HACCP: richtlijnen om voedselveiligheid te garanderen. 

Slide 4 - Tekstslide

H1. Kwaliteit, ARBO en Milieu
Er zijn verschillende verbetermethoden:
  • Lean manifacturing: tegengaan van verspilling en efficiënter maken van processen. 
  • Six Sigma: terugdringen van aantal fouten. 
  • 5S-methode: tegengaan van verspilling. 
  • Makigami-methode: zichtbaar maken van dodelijke verliezen. 
  • PDCA-cyclus: kwaliteitsverbeteringen dorvoeren met kpi's. 

Slide 5 - Tekstslide

H1. Kwaliteit, ARBO en Milieu
In de Arbowet staan regels over veiligheid, gezondheid en het welzijn van werknemers te garanderen. 

  • Arbowet: kaderwet met hoofdlijnen.
  • Arbobesluit: uitwerking van Arbowet in regels.
  • Arboregeling: uitwerking van Arbobesluit in concrete voorschriften. 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

H1. Kwaliteit, ARBO en Milieu
Een RI&E is een risico-inventarisatie en -evaluatie. 

Hierbij worden de risico's op gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn in kaart gebracht en wordt naar de mogelijke gevolgen gekeken. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

H1. Kwaliteit, ARBO en Milieu
De overheid streeft naar een duurzame samenleving. Hulpmiddelen hierbij zijn:
  • Wetgeving
  • Subsidies
  • Heffingen

Slide 11 - Tekstslide

H1. Kwaliteit, ARBO en Milieu
Geen enkel product is milieuvriendelijk. Milieubelasting vindt tijdens elke fase van levensloop product plaats:
  • Grondstoffenfase
  • Productiefase
  • Verbruiksfase
  • Afvalfase

Slide 12 - Tekstslide

Levensloop producten

Slide 13 - Tekstslide

H1. Kwaliteit, ARBO en Milieu
In het magazijn kom je veel soorten afval tegen:
  • Plastic
  • Hout
  • Papier/karton
  • Glas
  • Chemisch afval

Slide 14 - Tekstslide

H1. Kwaliteit, ARBO en Milieu
Je kan als bedrijf milieubewust met het afval omgaan door het:
  • te verminderen
  • te scheiden

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Tekstslide

H2. Kwaliteitszorg
Het is voor een bedrijf belangrijk dat het kwaliteit levert. Kwaliteit is het zich houden aan afspraken met de klant. 


Slide 18 - Tekstslide

H2. Kwaliteitszorg
Kwaliteitszorg is het constant en doelgericht werken aan het verbeteren van de kwaliteit. Hiervoor kan een bedrijf een kwaliteitsboek gebruiken waarin de kwaliteitsdoelstellingen en processen in een bedrijf beschreven staan, zoals:
  • Organisatie van het bedrijf
  • Inkoopprocedures
  • Ontvangstprocedures
  • Procedures rond opslag van goederen

Slide 19 - Tekstslide

H2. Kwaliteitszorg
Kwaliteitszorg kunnen bedrijven aantonen met certificaten, zoals:
  • ISO (International Organization for Standardization): stelt internationaal geldende normen vast. 
  • NEN (Nederlandse Norm): normeringsstandaard voor Nederland. 

Slide 20 - Tekstslide

ISO 9001: keurmerk

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

H2. Kwaliteitszorg
Om de kwaliteit te verbeteren kun je lean manufacturing of lean production toepassen. Hierbij ga je kijken naar het voorkomen van fouten, verbeteren van processen en tegengaan van verspillingen. 

Manieren om dit te doen: 
  • 5S-methode
  • Makigami-methode

Slide 23 - Tekstslide

H2. Kwaliteitszorg
De 5S-methode is een manier om je werkplek in vijf stappen te verbeteren.

  • Scheiden en opruimen
  • Sorteren en ordenen
  • Schoonmaken en inspecteren
  • Systematiseren en standaardieren
  • Standhouden

Slide 24 - Tekstslide

H2. Kwaliteitszorg
De Makigami-methode is een methode die verliezen/verspillingen in het bedrijfsproces zichtbaar maakt. Het onderscheid zeven manieren van verspillingen die een bedrijf geld kosten. 
  • Fouten: goederen die niet voldoen aan de wensen van de klant. 
  • Wachten: proces ligt stil.
  • Controleren: als reactie op onbetrouwbare processen. 
  • Corrigeren: goederen die niet in één keer goed zijn. 
  • Voorraad: te veel ingekocht. 
  • Over-processing: meer tijd, arbeid en materialen inzetten dan nodig. 
  • Beweging/transport: onnodig verplaatsen van goederen. 

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

H2. Kwaliteitszorg
HACCP is een systeem om kritische processen in de voedselproductie te beheersen:
  • Verplicht bij werken met voedingsmiddelen.
  • Vooral gericht op temperatuurbewaking en schoonmaken.
  • Veel aandacht voor eisen voor persoonlijke hygiëne.
  • Veel branches hebben een eigen hygiënecode.
  • Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert naleving.


Slide 27 - Tekstslide

H2. Kwaliteitszorg
Voor bedrijven die met voedsel werken, is kwaliteitszorg verplicht. Productie, verwerking, vervoer en opslag van voedingsmiddelen moet voldoen aan de HACCP-richtlijnen.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

H3. Knelpunten
Door problemen bij het transport, kunnen er stagnaties in de goederenstroom ontstaan. Stagnatie betekent stilstand. 


Slide 30 - Tekstslide

H3. Knelpunten
Veelvoorkomende oorzaken van knelpunten in de goederenstroom zijn:
  • Te laat arriveren: door files of pech.
  • Te traag lossen: door verkeerde belading vrachtwagen. 
  • Oponthoud bij de inslag: geen passermogelijkheid in gangen. 
  • Stagnaties bij de opslag: door opslag op verkeerde locatie. 

Slide 31 - Tekstslide

H3. Knelpunten
Stagnatie kan je niet altijd voorkomen. Wel kan je je best doen om de stagnatie op te heffen. Hiervoor doorloop je de volgende stappen: 
  • Maak een diagnose van het probleem
  • Overleg met betrokken afdelingen
  • Doe een herstelactie
  • Informeer en overleg met de klant
  • Pas de herstelactie eventueel aan
  • Coördineer en controleer de uitvoer van de herstelactie

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

H4. Aanschaf en onderhoud van interne transportmiddelen
Onderhoud aan je transportmiddelen is belangrijk voor de veiligheid van je medewerkers.
Er zijn twee soorten onderhoud. 
  • Preventief onderhoud
  • Curatief onderhoud

Slide 34 - Tekstslide

H4. Aanschaf en onderhoud van interne transportmiddelen
Preventief onderhoud is onderhoud om schade te voorkomen. Denk aan:
  • Dagelijks onderhoud
  • Periodiek onderhoud: o.b.v. draaiuren
  • Revisie: schoonmaken of repareren van onderdelen

Slide 35 - Tekstslide

H4. Aanschaf en onderhoud van interne transportmiddelen
Curatief onderhoud zijn niet geplande onderhoudswerkzaamheden. Denk aan onderhoud door:
  • Schade
  • Slijtage
  • Mankementen

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

H4. Aanschaf en onderhoud van interne transportmiddelen
Onderhoud kun je:
  • Uitbesteden: uitvoer door een specialist, brengt hoge kosten mee. 
  • In eigen beheer doen: kortere wachttijden, eigen werkplaats/monteur nodig. 
  • Combinatie

Slide 38 - Tekstslide

H4. Aanschaf en onderhoud van interne transportmiddelen
Wanneer je onderhoud uitvoert, leg je vast in een onderhoudsschema.
Vaak wordt er onderhoud uitgevoerd na een x aantal draaiuren. Dit zijn de uren dat een transportmiddel in gebruik is. 

Slide 39 - Tekstslide

Onderhoudsschema

Slide 40 - Tekstslide

H4. Aanschaf en onderhoud van interne transportmiddelen
Wanneer je transportmiddelen aan gaat schaffen, moet je rekening houden met:
  • Eigenschappen van transportmiddel: snelheid, bereikbaarheid, bruikbaarheid, gewicht.
  • Soort goederen: afmeting, aard. 
  • Magazijnlay-out: hoogte van magazijn, breedte gangpad
  • Veiligheid en ergonomie: geschikt voor het werk, voldoet het aan wettelijke eisen. 

Slide 41 - Tekstslide

H4. Aanschaf en onderhoud van interne transportmiddelen
Bij de aanschaf van transportmiddelen moet je rekening houden met een aantal kosten: 
  • Aanschafkosten: eenmalige kosten voor de aanschaf.
  • Exploitatiekosten: kosten voor het in bedrijf houden van het transportmiddel

Slide 42 - Tekstslide

H4. Aanschaf en onderhoud van interne transportmiddelen
Zowel aanschaf- als exploitatiekosten zijn te verdelen in:
  • Vaste kosten: kun je van te voren vaststellen. Bijvoorbeeld afschrijving, rente, verzekeringen. 
  • Variabele kosten: zijn kosten die ontstaan door het gebruik van het transportmiddel. Deze kunnen variëren en zijn niet van te voren vast te stellen. Denk aan reparaties, brandstof en onderhoud. 

Slide 43 - Tekstslide

H4. Aanschaf en onderhoud van interne transportmiddelen
Om een keuze te maken voor de aanschaf van een transportmiddel, kun je een kosten-batenanalyse maken. 
Hierin weeg je de kosten en baten van verschillende transportmiddelen elkaar af. 

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide